Paaswake (2009)

Alle grote Bijbelverhalen zijn Paasverhalen. En veelal gaan ze over leven dat is vastgelopen in het donker en dat tóch weer gaat stromen door nieuwe bezieling.
In den beginne, in principe, is er chaos, alles is woest en leeg, zegt ons Scheppingsverhaal.
En dan roept de Eeuwige het heelal uit het niets. Hij spreekt het licht en heel de schepping
met alles en alles en Hij bezielt het met levensadem. En ons mensen roept Hij om te zijn:
spiegel van zijn wezen, de een de ander tot zegen. Dat het licht en het leven er is, dat wij er zó mogen zijn in deze wereld, met alle glorie en misère, dat wij léven: dat is Pasen!
En dat er uittocht is uit elk slavenland, een weg door het water heen, door de vloed
van falen en vallen, afdwalen en verloren lopen in de woestijn, die het leven kan zijn.
Dat is Pasen! En dat de Eeuwige er is voor ons mensen als het leven is geweken, alle verbanden en verbonden gebroken, de gemeenschap uiteengevallen, geworden inderdaad tot een vallei met dorre botten... Mensenkind, kunnen die beenderen , die her en der verspreid liggen, zich weer aaneenvoegen en leven? Zie, Ik ga levensadem geven, geestkracht zodat zij leven. Dan weet je dat ik de Eeuwige ben. Dat is Pasen! En dan het belangrijkste bericht dat ons door de vier Evangeliedichters is nagelaten: In de ochtendschemer van de eerste dag komen vrouwen naar het graf van Jezus, om te eren, om te rouwen. Jezus, die Christus geworden is: letterlijk: gezalfd en gezegend met al wat God heet te zijn; licht van zijn licht en één en liefde en ontferming. De vrouwen zien wat hun ogen niet geloven en het graf zwijgt. Alleen die jongeman in het wit. Je zou kunnen denken dat dat een engel is. Anderen zeggen: daar bedoelt Marcus zichzelf mee.
Maar ik denk eerder dat die jongen met z'n witte kleed staat voor het nieuwe leven in het graf, voor de opgestane jonge kerk. Hij is niet hier. Hij is verrezen, opgestaan! Zoals alle leven opstaat dat vol is van Gods levensadem. Dat blijft maar opstaan uit de dood en voortgaan. Zo gaat Hij u voor. Een nieuwe dag begint te dagen als het licht van de eerste scheppingsdag. Maar ook heel menselijke ervaringen kunnen Paaservaringen zijn. Overal waar het er echt om spant, in de kerk, in de samenleving, in ieder mensenbestaan! Waar kerken geworden zijn tot graven, gesloten systemen, instituten met hun loden waarheid en hun taaie ideologie, daar kan het Pasen worden: mensen vol van goddelijkheid. Christenen, net hun leermeester gezalfd met Gods Geest; opnieuw een bezielde gemeenschap,
een beweging van liefde in de wereld. Volgelingen van Jezus in wie Christus opstaat en leeft. Die zich er steeds meer van bewust zijn dat hun ware wezen niet langer samenvalt met wat wij als ons ego, ons kleine ik-bestaan, beschouwen. Wie enkel samenvalt met zijn eigen ego, zijn eigen tijd en wereld, eigen waarheid, eigen geloof,
die is nog opgesloten in het graf, zeggen de Paasverhalen. Een zware steen sluit alles af. Maar dat is geen leven, voor geen mens, voor geen kerk en geen volk. Alle Paasverhalen roepen het uit: er is leven dóór alle dood heen daar waar mensen, kerken, volken opnieuw Gods Geest, zijn wezen, zijn solidaire liefde, een plaats geven in het hart van hun ziel en met Christus ontwaken tot een nieuw bestaan. Waar je vastgelopen bent en niet meer verder kunt, maar toch nieuwe moed vat, uit kracht van die Geest. Waar een bitter conflict wordt bijgelegd omdat beide kanten beseffen dat je elkaar en ook jezelf kapot maakt. Waar je angst of moedeloosheid weet te overwinnen met kracht God-weet-waarvandaan. Daar is het Pasen! En als de dood onafwendbaar is, - en dat is gewoon vaak zo - , en je vindt er tóch vrede mee; of je doorstaat een verlies en vindt uit Gods kracht dwars door alle pijn heen een nieuwe weg, dat is Pasen. En dat geldt ook voor een samenleving met een ingestorte economie, waarbij alle holle zekerheid en alle waan tot lucht geworden is. Daar waar wij mensen de enge ruimte verlaten van zorg voor enkel eigen welzijn en geluk en, geraakt door een goddelijke Geest van solidariteit, boven onze eigen kleine angsten en zorgen uitstijgen, boven tijd en ruimte zelfs, en ons weer verbinden met de grote levensstroom die zo wijd is als het heelal, daar wordt de zwaarste steen weggerold en staan wij met heel die samenleving op uit het graf. De zon gaat op, een nieuwe dag begint te dagen. Geen land meer zonder verband met de hele mensheid, geen religie meer zonder diep respect voor elke andere religie, geen kerk meer zonder openheid naar de mensheid voor wie zij toch bestaat, geen mens meer voor zichzelf alleen. Want niet ik, maar Christus leeft in mij, zoals in Jezus. Alles en allen bezield dus door Gods aanwezigheid, zijn levenskracht, opgestaan uit eigen dood en verbonden met het goddelijke leven dat stroomt door alle tijden heen. Zo wordt het leven tot een fascinerend mysterie, ons geloof wordt weer een boeiend geloof, de kerk weer het Lichaam van Christus, dat opstaat uit het graf en dat hartstochtelijk en bezield ons voorgaat naar een nieuwe tijd. Het Paasfeest, met al die oude tekens van vuur en licht en water, met de gemeenschap van brood en wijn, met muziek en zang, dit feest nodigt ons uit om zelf weer te ontwaken, om opnieuw eenheid en verbondenheid met God te zoeken, om in stilte, in gebed en ruimte te maken voor zijn levensadem in onze ziel. Dat wij zo samen met Jezus Christus opstaan uit de dood van elke dag, dat we boven onszelf uitstijgen, weer deel uitmaken van het grote geheel van leven, een nieuwe schepping en weer worden tot vrije verantwoordelijke mensen, die de ander liefhebben als onszelf. Dan zijn we gelukkig met Gods nabijheid en worden we weer warm van binnen. Dan kennen we weer onze werkelijke bestemming. Dan zullen wij leven, dan zullen wij leven!