De engel van de Paasochtend (2009)

Hadden de vrouwen en de apostelen een gsm gehad, zou de ochtend van Pasen anders zijn verlopen?  Zouden ze die boodschap goed ingetikt hebben?  Ze dienden maar te herhalen wat de jonge man in het witte gewaad hun had gezegd. "Jezus de Nazarener, de gekruisigde is verrezen."  Dit was en blijft de kern van zijn boodschap.  Jezus is opgewekt geworden.  Dit is een daad van God.  Hij heeft het laatste woord en triomfeert, niet de tegenstanders van Jezus.  Het paaskerugma is niet dat het graf leeg is.  "Niet het lege graf heeft het paasgeloof gewekt, maar het lege graf komt door de verrijzenis" (cfr. J. Gnilka, Markus).  De verrijzenis is er niet omdat het graf leeg is, maar het graf is leeg omdat de Heer verrezen is.

Hoe brengen we deze boodschap over in een wereld, waar velen met een gsm aan het oor worden geboren en met een pc-muis dicht bij de hand?

Marcus kende geen internet.  Maar hij was begaan met de boodschap van en over Jezus.  Dit is de reden waarom hij zijn evangelie schreef.  Een verteller weet meer dan hij zijn personages laat vertellen en meemaken.  Marcus neemt zijn lezers van toen en nu mee naar de eerste dag van de week, naar een zondag, waar de zon vroeg opgaat.  Zijn tafereel begint piëteitsvol bij vrouwen met welkriekende kruiden. Het eindigt bij diezelfde vrouwen, die zo overbluft zijn en overrompeld door wat ze zagen en hoorden.  Ze sloegen op de vlucht en gaven niet door wat ze hadden moeten doorgeven.  De film van die ochtend eindigt in stilte.  Marcus brengt dan toch wat de vrouwen hebben gehoord en gezien.  Het spreken van God is sterker dan de vrees van mensen, die zwijgen en angst hebben.

De vrouwen waren trouwe volgelingen van Jezus.  Van in Galilea waren ze bij hem.  Zij hadden hem gevolgd en hadden gezien wat tijdens zijn laatste uren in Jeruzalem was voorgevallen.  Zij waren present, terwijl de mannen gevlucht waren.

Op de vroege Pasen zijn de vrouwen er alweer.  Genegenheid en eerbied zetten hen op weg.  Met de recipiënten in de hand voor hun welriekende kruiden horen zij bij de beeldengroep van de graflegging.  Maar ze trokken op Pasen de verkeerde kant op en ze stelden de verkeerde vragen.  Ze waren vergeten wat Jezus nochtans tot drie maal toe had gezegd: "Dat hij zou sterven en de derde dag zou verrijzen" (Mc. 9,31).  Was de verbijstering om dat sterven, om die menselijke nederlaag zo groot dat zij al het andere vergaten?  Zij gaan naar het graf, terwijl ze daar zullen horen dat Jezus er niet meer is.  Wat zoekt gij een levende onder de doden?  Christenen zijn toch geen mensen van het graf.

Zij stellen de verkeerde vraag en stellen haar tamelijk laat.  Wie zal de steen weg wegrollen?  We maken ons dikwijls zorgen om wat niet zal gebeuren.  We zoeken naar oplossingen, die er reeds zijn voor we ze hebben gevonden.  De steen voor het graf belet de toegang naar leven en licht.  Wie vergemakkelijkt ons de toegang?

Bij het graf ontmoeten ze een jonge man.  De engel van Pasen.  Hij heeft een boodschap.  Hij verwijst naar Jezus.  Maar hij toont Jezus niet.  Ook na Pasen moeten wij verder op weg gaan.  Op weg naar Galilea.  De Heer gaat ons voor.  Hij is ons vooruit (ZJ 449).  Omdat wij dit geloven, is onze stap lichter.  Onze tocht is niet meer onzeker en duister. 

De vrouwen hebben gezwegen.  Zulk een slotzin van het evangelie van de verrijzenis onthutst ons.  Iets kan zo overrompelen dat wij niet weten wat te zeggen.  Het kan angst of huiver zijn.  Maar Marcus gelooft in de paasboodschap.  Hij kent haar en deelt ze mee aan zijn lezers van toen en nu.  Sinds het eerste paasfeest met Jezus is elke achtste dag een dag van de verrijzenis.  Als wij na de paaswake de nacht ingaan, zien we licht en horen we de opborrelende bron. 

Gaan we vandaag aan iemand de vreugde van Pasen melden?  De wereld van internet is vluchtig.  De boodschap van Pasen vergt tijd en aandacht.  In Galilea zullen we ontdekken waar Jezus heeft geleefd en de band leggen tussen de gekruisigde en de verrezen Heer.  "De woorden van de bode zien vooruit:  Jezus gaat opnieuw voor de zijnen uit in Galilea.  Het is dus allemaal niet afgelopen met de moord op Jezus.  Wat daaraan voorafging was niet meer dan een begin.  Met de woorden van de bode situeert de verteller Marcus de lezer in diens eigen tijd, die tussen de opstanding en het komen van de mensenzoon.  Hij maakt hem duidelijk, dat de opgestane Jezus blijft voorgaan op zijn weg" (B. van Iersel, Marcus, KBS, p.257).  Het evangelie van Marcus is het evangelie van de weg, de weg van de navolging.  De bode in het graf stuurt ons op weg.  "Pasen en nog meer de paasmensen nodigen uit om de wegen die naar het graf leiden definitief te verlaten.  We worden uitgenodigd naar ‘Galilea', waar de verrezen Heer ons voorgaat in de verkondiging en de verwezenlijking van het Godsrijk" (S. Lamberigts, Dit boek gaat over Jezus).

Gaan we door een woord, een beeld, een gebaar zelf engel van Pasen zijn?  Internet, gsm, brieft, telefoon kunnen helpen.  Wie wens ik vandaag een Zalig Paasfeest?  Waar en aan wie zeg of schrijf ik: "Vrees niet.  De Heer is verrezen."
Durven we naar het Galilea der heidenen gaan en er een nieuw begin zien?  (A. Fossion, Quelle annonce de l'évangile pour notre temps?)