In de nacht komt het licht

De paasnacht is de nacht van het waken, van vertellen en herinneren. Er was een tijd dat in deze nacht gans het evangelie van Marcus werd voorgelezen.

Een periode is afgesloten

Na regen komt zonneschijn.” Deze volkse weerspreuk is een te gemakkelijke ondersteuning voor het paasgeloof. Op Goede vrijdag was het niet zeker dat Pasen zou volgen. Het was gedaan met Jezus. Hij werd in een graf gelegd, een zware steen voor de ingang gerold. De herinnering zou een tijdje nawerken om dan helemaal te vervagen.

In de nacht komt het licht

Bij ons samenzijn in de paaswake reageren we anders dan de vrouwen van de paasmorgen. We weten meer dan zij op hun tocht naar het graf. Voor ons is de zware steen al weggerold. We weten dat we niet rondom een dode samenkomen. We denken zeker aan hem, die op Goede Vrijdag door de soldaten is gekruisigd. Een rechtvaardige, een man die vanuit zijn godsgeloof anderen stoorde, was uit de weg geruimd. Onrecht had alweer het laatste woord gehad. Ons geloof is erdoor beproefd en veranderd. Een sterke God werd een zwakke God, kwetsbaar, zelf gekwetst en gedood. Dit is Hij elke dag in de slachtoffers van haat en geweld. Het is Pasen, maar velen leven in de verschrikking van de Goede Vrijdag.

Paaszaterdag was voor de vrienden van Jezus de dag van de grote leegte. Die leegte kan lang duren. Mensen in depressieve toestand kunnen lang en diep in de put zitten. Ballingschap en gevangenis kunnen jaren wegen. Het Sovjetregime duurde van 1917 tot 1989. De Vietnamese Kardinaal François Xavier Van Thuan (1928-2002) zat tijdens het communistisch bewind 13 jaar in de gevangenis. Benoemd in Rome heeft hij gewerkt aan het handboek van de sociale leer van de kerk. Hij stierf aan kanker. Zijn proces tot zaligspreking is ingeleid.

Paaszaterdag, God was niet inactief. Jezus in het graf was al aan het verrijzen. De Oosterse paasiconen tonen Jezus, neergedaald in de onderwereld, die de hand reikt aan Adam en Eva. Franciscus van Assisi beleefde een paaszaterdag die twee maanden duurde. Visueel gehandicapt, bijna helemaal blind verbleef hij in het kloostertje van San Damiano. Hij hoorde er de Heer tot hem zeggen: “Franciscus, verheug je, wees blij te midden van je kwalen en lijden. Leef van nu af in de vrede als was je reeds bij mij in het koninkrijk.” In die lange paaszaterdag is zijn zonnelied geboren, dat klinkt als een paaslied.

Terwijl wij ons afvragen wie de steen zal wegrollen, zijn, wordt deze reeds weggeduwd.

De weggerolde steen

De steen is weggerold. Pasen, het graf is leeg. Volgens het getuigenis van de vrouwen en naderhand dit van enkele apostelen is dit het enige waarneembare feit van de paasochtend. Een weggerolde steen, hij krijgt zijn plaats in uitbeeldingen van de kruisweg en fungeert als teken van de vijftiende statie om ermee de verrijzenis op te roepen.

Het graf is leeg. Wij mogen niet blijven hangen aan het verleden. Wij zijn geen verzamelaars van relieken van Jezus. Christenen kijken niet achterom. Ze mogen het verleden vanuit de paasmorgen anders bekijken.

Pasen roept op om het graf te verlaten en de wereld in te trekken. Pasen geeft een andere wending aan onze weg. Pasen en Pinksteren zijn twee zendingsfeesten. Wij moeten niet optrekken naar Jeruzalem, maar de stad verlaten om tot aan de grenzen van de wereld en tot het einde van de tijd te verkondigen dat Jezus is opgestaan en dat hij het leven schenkt. “Ga hem zoeken in Galilea”, zei de bode tot de vrouwen. Zoek hem in het dagelijkse leven. Elke plaats waar we God kunnen ontmoeten is voortaan een heilige plaats.

Wie is de jonge man?

De jongen man, wie is hij? Is de in het wit geklede man dezelfde als degene die op Witte Donderdag, wanneer Jezus werd aangehouden, op het laatste nippertje kon ontkomen en bijna zijn lendendoek kwijt geraakte In de vluchtende jongeling hebben sommige de schrijver van het evangelie willen zien. Marcus, de man met een kruik water, die de weg aangeeft naar de bovenzaal voor het Pascha maal (Mc. 14,13).

Anderen vermijden er een naam op te plakken en menen dat Marcus met de jongeling op Witte Donderdag dezelfde bedoelt als de in het wit geklede man die de paasboodschap uitspreekt. Gaat het over dezelfde persoon? Welk is zijn boodschap? Is hij een voorbeeld van de doopleerling, die zijn kleed verliest maar er een nieuw voor in de plaats krijgt. Christenen die de doopritus door onderdompeling hadden ontvangen hadden een sterk herkenningsmoment in de beschrijving van de man “met een laken om het blote lichaam geslagen.” De naakte onderdompeling in het water had de betekenis van het sterven met Christus (B. Standaert, Marcus, geweld en genade, p. 162). Marcus brengt de kandidaat-leerling dankzij een spiegelmoment even binnen in het lijdensverhaal. Hij laat hem nadien optreden in de paastuin, dan met een wit gewaad (Mc. 16,5). Zijn wit gewaad roept én de doopritus op én de algemene verspreide betekenis van het nieuwe verheerlijkte leven. Het is deze jonge man, die de paasboodschap verkondigt. Dit doen allen die in deze paasnacht gedoopt worden.

Gestalte van de verandering

Riemersma Nico liet in het tijdschrift Interpretatie een artikel verschijnen over “Een raadselachtige gestalte in het Marcusevangelie. De neaniskos in 14:51-52 en 16:5.” Volgens hem bedoelt Marcus dezelfde persoon in de twee passages, deze in de tuin van Getsemane en die op de paasmorgen. Hij besluit zijn bijdrage met een bezinning over verandering:

Waar de jongeman in de hof van Getsemane als de schaduwgestalte van de leerlingen is geëindigd, daar is hij in het graf de schaduw van de opgestane Heer. Wat Marcus daarmee wil verbeelden? Dat een mens kan veranderen. In deze jongeman krijgen wij die verandering te zien: van de mens die op het cruciale moment afhaakte, die naakt de vlucht nam, naar die mens, gezeten in op de ereplaats, en gekleed in het wit van de reiniging en rehabilitatie.

 

Die mens krijgen wij op deze Paasmorgen te zien. Niet meer naakt, in zijn hemd staand, zoals in Getsemane, maar bekleed. Eerst gevlucht, maar nu gezeten op de ereplaats: ter rechterzijde. Hoe dat kan dat hij zo veranderd is? Omdat Hij, de Heer, zo getransformeerd is: van een Gekruisigde naar een Opgewekte. Bij hem vindt de verandering plaats, waarover in 8:35 gesproken wordt: van de mens die zijn leven wint, omdat hij het durft te verliezen.

 

Dan vindt de verandering plaats naar een mens die zijn leven wint. Van die beweging is deze jongeman op deze Paasmorgen de schaduw. In die beweging is hij mee inbegrepen. Wie de jongen is? Hij is de gestalte van de verandering die elk mens met Pasen mag ervaren. Eerst falend, zoals de leerlingen, maar dan een mens op de ereplaats. Je kan het met evenveel recht de verbeelding van de vergeving noemen.”

Elk jaar zijn er volwassenen die het kleed aantrekken. En dag aan dag zijn er jongeren die over hun geloof in Jezus, de opgestane durven getuigen. Een van de voorbeelden; de groep verse vis (www.versevis.be).

Waarom zwijgen?

Volgens Marcus hebben de vrouwen die opdracht om de verrijzenis aan te kondigen bij Petrus en de leerlingen niet onmiddellijk opgevolgd. Het evangelie van Marcus heeft een bruusk en onthutsend einde. “De vrouwen gingen naar buiten en vluchten weg van het graf, want schrik had hen overweldigd. Uit vrees zeiden ze er niemand iets van.” De vrouwen hadden niet verwacht dat ze zulk een Pasen zouden beleven. Ze waren uit hun lood geslagen. Ze waren de kluts kwijt en zegden niets.

Zullen wij zoveel beter dan de vrouwen? Wat zullen wij straks over deze paasnacht vertellen? Wellicht zullen wij zwijgen. Wij vieren deze nacht met velen samen Pasen, maar straks houden we alweer deze paasvreugde opgesloten in ons hart. Waarom spreken we er zo weinig over? Van wat of wie hebben we schrik?

Misschien is het omdat de zware steen niet ver genoeg weggerold is, zodat hij nog een deel van de ingang verspert. We zien slechts enkele flitsen van het paaslicht.

Flitsen van verrijzenis

We kunnen elkaar ervaringen van verrijzenis uitwisselen. We hebben al situaties beleefd waarin we licht zagen in een donkere tunnel.

Etty Hillesum was een joodse vrouw in Nederland tijdens de oorlogsjaren. Haar dagboek bevat het getuigenis van haar zoektocht vanuit chaos, onrust en angst, van haar groei tot verbondenheid met de lijdensgeschiedenis van haar volk. Zij gaf haat geen kans in haar leven (Jos Snijders, Etty Hillesum, Ik heb zo lief).

Guido is ingenieur. Hij was tijdens zijn studies ongelovig en onderhield geen contact meer met een christengemeenschap. Hij animeert nu waar hij woont gebedsvieringen.

De dagboeken van Julien Green bevatten schitterende geloofsparels. Voor hem is het sterkste verrijzenismoment dit waar we uitstappen uit de zonde. “Wie zonde bekent, is groter dan wie een dode doet verrijzen. Hij doet immers uit het graf de dode opstaan, die hij zelf was” (J. Green, L’avenir n’est à personne, 29 juli 1992).

Wij mogen hier in het Westen het geloof in de kracht en in de bevrijding van Christus niet verloochenen. Zoals het communisme in het Oosten als een zware steen de toegang tot de vreugde van Pasen afschermde, doen dit in het Westen de consumptiedrang, de harde markteconomie en het kapitalistisch systeem (Paus Franciscus, Het evangelie van de vreugde).

Waar we samen geloven in de Verrezen Heer, kunnen we de zware stenen voor het graf wegduwen.

Zalig paasfeest