De kansen herkennen die deze nacht ons biedt

  

Paasnacht 2012-03-01          Cyclus B                                                                     Mk 16,1-7

 

- De kansen herkennen die deze nacht ons biedt -

 

Beste vrienden,

 

Als ik geloof mag hechten aan een onlangs gehouden enquête over de verrijzenis van Christus, dan geloven ook een kwart van de in deze dienst aanwezige gelovigen niet meer aan een leven na de dood.  En maar 45 % van de kerkgangers zou nog geloven aan de opstanding van de doden zoals we ze uit de geloofsbelijdenis kennen.  Dat ook Christenen hun problemen hebben met de boodschap van de verrijzenis, en dat ze daar eerder sceptisch en afwijzend tegenover staan zal bij sommigen onder ons toch ook wel vreemd in de oren klinken.   Maar als we even terugkijken op de eerste christengemeenten, ja zelfs op de engste vriendenkring van Jezus zelf, dan vinden we toch veel punten van overeenstemming: de allereerste reacties op de boodschap van Jezus verrijzenis waren niet vreugde en jubelende blijdschap, maar veeleer twijfel en ongeloof.  Iemand die opstaat uit de dood – dat kan een gezond mensenverstand niet begrijpen. En het is toch wel juist dat wat het evangelie van deze nacht ons bericht. 

Die boodschap brengt bij de vrouwen uit het evangelie geen euforie of begeestering teweeg, maar wel ontzetting en diepe angst. Van vreugde kan geen sprake zijn! De enige die zijn vreugde laat blijken is de engel, die hen de boodschap overbrengt. Hebben we dan misschien iets over het hoofd gezien? Of komt onze jubel van Pasen misschien te ondoordacht en teveel uit gewoonte, omdat wij dat vreselijke angstgevoel niet hebben beleefd? 

De vraag of de vrouwen, na de ramp van goede vrijdag, niet toch nog een tenminste een klein vonkje hoop koesterden, wordt snel overbodig.  Aan zoiets denken ze niet eens!

Een dergelijk wensdenken komt bij de vrouwen niet eens op, en ze verzinken ook niet in een depressieve stemming,  zoals de leerlingen. Wat te doen is moet nu worden gedaan. Nuchter en praktisch als ze zijn maken ze geen Paaswandeling, maar gaan ze hun overledene op het kerkhof opzoeken. Zij komen om de dode Jezus te zalven; om Hem definitief ten grave te leggen – om tot een goed einde te brengen waar op goede vrijdag geen tijd meer voor was.   

Voor vrome Joden was de procedure, hoe men met de doden moest omgaan, duidelijk vastgelegd: De ogen sluiten, het lijk wassen en zalven, het in linnen doeken wikkelen en opbaren, zodat de klaagvrouwen de dode kunnen bewenen. Pas na deze ceremonie zet de rouwstoet zich in beweging en wordt de dode in het graf gelegd – liefst nog op de dag van het overlijden zelf – meestal binnen de acht uren na het vaststellen van het overlijden.   Voor dit alles was er op goede vrijdag geen tijd geweest. Jezus was rond 15:00h gestorven en omdat het de voorbereidingsdag van de Paassabbath was, moest iedereen om 18:00h thuis zijn om het Paasmaal te houden. Daarom konden ze het dode lichaam in het beste geval alleen maar wassen, in linnen doeken wikkelen en voorlopig in het graf leggen. Een zalving en het aanheffen van de dodenklacht was niet meer mogelijk geweest. en daarom wilden ze dat nu doen. Dat hadden ze zich voorgenomen, en niets anders! 

Maar wat hen nu overkomt gaat hun voorstellingsvermogen totaal te boven. Iets wat kompleet dwars ingaat tegen elke menselijke ervaring – ook die van ons. Iedereen weet toch: Dood is dood – definitief en onherroepelijk! En de tot ter dood geschonden aan het kruis gestorven Jezus, die was zo dood als het maar zijn kon! De vrouwen hadden het zelf mee beleefd, ze hadden met eigen ogen gezien hoe de soldaat met zijn lans zijn zijde en zijn hart doorboorde en daarna hadden ze vernomen dat de dood ambtelijk werd vastgesteld.  

En nu? Nu zegt die glanzend wit geklede bode van God: „Zoekt gij de gekruisigde hier in het graf? Hij is hier niet! Hij is verrezen!“ Waarschijnlijk kunnen wij ons de overweldigende verbouwereerdheid van deze vrouwen zelfs niet bij benadering voorstellen.  Ze moeten totaal perplex zijn geweest. Verrezen? Uit de doden opgestaan? En dat niet bij het einde der tijden maar hier en nu?   

 Hoe moeten ze zich dat voorstellen? een dode die al in het graf lag en die nu leeft? Ik ben er zeker van dat het verstand van deze sterke, realistische en praktisch denkende vrouwen toen even is stilgevallen.  Waren ze nu allemaal gek geworden? Was de ganse wereld plots gek geworden? En dat zouden ze nu ook nog verder moeten vertellen? En dan nog aan de leerlingen die helemaal niet veel ophadden met getuigenissen van vrouwen. Het lijkt me dan ook meer dan logisch dat ze er stilletjes vandoor gingen en voorlopig maar helemaal niets vertelden van datgene wat hen was overkomen. 

Dat is dus het einde van het oudste Paasevangelie. Niet Jubel en euforie, maar hevige ontzetting over een alles omwentelende, onberekenbare gebeurtenis die hen is overkomen.  Is een dergelijke reactie niet te begrijpen? De gang van de wereld wordt plots helemaal dooreen geschud – en dan zou je niet ontzet mogen zijn?  Ik zou me kunnen voorstellen dat een dode Jezus hen op dat ogenblik liever zou zijn geweest. Dan hadden ze tenminste geweten wat ze moesten doen. Die kon je zalven en met regelmatige bezoeken aan het graf en met jaardagen eren. Een dode Jezus, daar kon je je na enige tijd wel mee verzoenen en na enige tijd zou het normale leven dan wel weer hervat kunnen worden.  Maar een verrezen Jezus? Die gooit alles overhoop. Zoiets was nog nooit voorgekomen. Wat zou er nu weer op hen afkomen? Een Jezus, die hen terug moed zou geven en vrede schenken? Of een Jezus die met zijn levendigheid weer alles dooreen zou husselen en problemen zou veroorzaken?    Een Jezus waarvan je nooit zeker kon zijn of Hij zijn vrienden zou verrassen of hen nog maar eens voor de kop zou stoten?  In Gods naam, moet dan alles nog eens opnieuw beginnen? Maar de verrijzenis van Jezus is toch geen terugkeer naar het verleden, dat was toch juist het overweldigend nieuwe! een machtsdaad van God die totaal nieuwe mogelijkheden bood en een nog nooit geziene toekomst!

 En, beste vrienden, wat doet dat met ons? Deze Paasnacht stelt ook ons allemaal voor de vraag:

Welke Jezus heb ik eigenlijk? En welke Jezus zou ik willen hebben? Is het de dode Jezus, die tevreden is om met gebeden en gezangen geëerd en gezalfd te worden? Een uitgeschakelde gemummificeerde Jezus, die geen enkel teken van leven meer geeft? Die ons allemaal, U en mij, als parochiegemeenschap in ons dagelijks leven gerust laat?  

Of is het de levende Jezus, die we overal kunnen ontmoeten en die ons leven dooreen kan schudden?   Er is namelijk een groot verschil tussen beide. Je hebt die Jezus die je met alle mogelijke vieringen en rituelen zalvend kan eren zoals iemand die reeds sinds lange jaren overleden is, maar die in uw eigen dagelijkse leven geen medebeslissingsrecht heeft.   De verrezen Jezus daarentegen, die kan ik werkelijk ontmoeten; niet alleen hier in de kerk, maar ook buiten, en niet alleen nu, maar vooral juist op die momenten waar ik het zeker niet verwacht.  Als ik hem laat komt Hij zomaar binnen in mijn leven; Als ik de oren van mijn Hart open zet spreekt Hij me toe.  Hij moedigt me aan om mijn leven telkens weer nieuw te overdenken, om werkelijk zelf te leven en niet geleefd te worden.  Misschien stuurt die Jezus mijn planning soms in de war, maar Hij kan ook mijn diepste verlangens vervullen. Daar waar alles uitzichtloos en doelloos lijkt toont Hij me nieuwe wegen; wanneer ik uitgeput niet meer verder kan helpt Hij me met veel geduld telkens weer recht en begint opnieuw met mij. En zelfs aan diegenen die hem liefst zouden verachten, geeft  Hij zijn ganse Liefde. 

Goede vrienden, deze nacht geeft ons een unieke kans: om er niet als een haas vandoor te gaan omdat Hij misschien iets in ons leven zou kunnen veranderen. Neen, laten we zijn boodschap verkondigen en laten we elkaar steeds nabij blijven. Dan zal Hij ons ontmoeten: in woord en in brood; in het gelaat van zoveel mensen die we ontmoeten en altijd weer juist dan wanneer we dat het minst verwachten.  In deze nacht krijgen wij een eigenlijk onbeschrijfbare Goddelijke aanbieding – God zelf biedt ons aan: Als jouw Jezus gestorven is, neem dan Mijn enige welbeminde zoon – want Hij leeft!! Alleluja!