Homilie na het einde van de Taiz

In de Handelingen der apostelen wordt verteld hoe de leerlingen zich terug getrokken hadden uit angst voor de Joden. Ik kan me voorstellen dat voor hen de toekomst er niet rooskleurig uitzag. Maar, zo lezen we in het tweede hoofdstuk, op een zekere dag kwam over hen de Heilige Geest in de gedaante van vurige tongen en ze waren vervuld van Gods Geest en ze spraken tot de vele pelgrims die in Jeruzalem waren over de komst van het Rijk Gods. Allen stonden verwonderd omdat ze begonnen te spreken in alle mogelijke talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. Misschien denken jullie nu dat ik mij van datum vergis: op deze zondag vieren we immers de doop van Jezus en Pinksteren is nog veraf. En toch...

Ik heb zo de indruk dat het voor een tiental dagen in Brussel en ook bij ons in Meise Pinksteren was. Er werd hier gesproken in alle mogelijke talen: Kroatisch, Pools, Duits, Italiaans,, Roemeens, Engels, Frans, Nederlands... en allen hadden we de indruk dat we elkaar verstonden. Jonge mensen uit heel Europa, jonge mannen en vrouwen waren hier bijeen gekomen - niet opgesloten in hun cenakel of in hun eigen kerkgemeenschap - maar in de grote paleizen van de Heizel en ook in deze kleine kerk van Meise, om gezamenlijk te bidden en te zingen, te spreken en te luisteren, te dansen en te juichen. We hebben gelukkige mensen gezien die vol vreugde elkaar ontmoetten omwille van hun geloof in de boodschap van het evangelie, omwille van hun geloof in Jezus Christus. Geen pilarenbijters of aanhangers van een ouderwets geloof. Wel een sprankelende jeugd met een open kijk op het leven.

Vele mensen vroeger zich af: maar hoe komt dat toch: al die mensen komen van Oost en West, van Noord en Zuid, mensen met totaal verscillende talen en culturen en zij verstaan elkaar.

Ik zou met jullie die vreugde en die hoop willen delen die wij hebben mogen ervaren tijdens die heerlijke - en voor sommigen zeer vermoeiende - dagen samen met die vele jongeren die gekomen zijn op uitnodiging van de gemeenschap van Taizé. Zelden hebben wij zoveel vreugde gezien, zoveel enthousiasme als tijdens die dagen van de overgang van het oude naar het nieuwe jaar. Dit was geen ouderwetse jeugd, dit waren geen mensen die uit de harde realiteit wegvluchtten om bij elkaar troost en bemoediging te vinden. Dit waren mensen met een boodschap. Geëngageerde mensen die de handen uit de mouwen willen steken. In het Europees Parlement wordt fel gepraat en ook hard gewerkt - denk ik toch - om van Europa een werkelijkheid te maken. Die dagen waren wij zcht Europese buurges. In oecumenische en kerkelijke commissies wordt veel gepraat en hard gewerkt - denk ik - over de eenheid tussen de christenen. In Taizé bidden, werken, zingen, geloven en hopen christenen van allerlei belijdenis. In Brussel baden de kardinaal en de vertegenwoordigers van de orthodoxen en de verschillende protestantse gemeenschappen samen, hand in hand. Er werd ook gesproken, gediscussieerd in kleinere groepen over eigentijdse problemen: heeft het geloof iets te maken met de politiek - is vrede mogelijk tussen de vele vormen van cultuur of moet het botsen zoals sommigen beweren - hoe moeten we de problemen aanpakken van de inwijkelingen enz. enz.

Er is zoveel te vertellen over de ervaringen die we mochten opdoen tijdens die dagen: zo is er de stilte. Men kan soms diep onder de indruk van de stilte komen als men een abdij bezoekt. Enkele monniken of monialen begeven zich in stilte naar de kerk om te bidden. Hier kwamen duizenden en duizenden jongeren tot stilte, minuten lang totale stilte. Indrukwekkend. Die jonge mensen kennen de waarde van de stilte. Niet een lege stilte - wel een stilte die geladen is met - denk ik - Gods aanwezigheid. Ooit zei iemand dat grote dingen bijna altijd groeien uit de stilte. We moeten opnieuw werken aan een cultuur van de stilte. Stilte daagt uit, stemt tot inkeer, brengt rust maar maakt soms ook wel eens ongerust omdat ons leven wel eens aan diepte mist. Een lege doos klinkt altijd hol. Een leven zonder diepte is hopeloos leeg.

Ik dacht zo: wij moeten daar aanwerken. We moeten niet bang zijn of ons onwennig voelen als we stilte inbrengen in onze liturgie. Zouden we het aandurven? We moeten ook in ons leven momenten van stilte inpassen om tot rust te komen en tot verdieping.

Deze dagen brachten ook iets heel nieuws: we hebben nieuwe gezichten ontmoet, mensen die we nooit zien in onze parochie, misschien ook mensen die ons geloof niet delen. Zij wilden echter door hun gastvrijheid hun gezinnen en hun huis openstellen voor mensen met andere talen en andere culturen. Gastvrijheid is een teken van grootmoedigheid. Eén zaak is zeker: zij hebben al die jonge mensen gelukkig gemaakt en wij hebben er ons heel goed bij gevoeld. We mogen die waarden niet verloen laten gaan.

Taizé is echt een gave van Gods Geest aan de christenen en aan de wereld van deze tijd. Wat jammer dat dit gebeurde op een moment dat hier bij ons de meeste jongeren voor examens staan. Nu moeten wij het voortzeggen aan de jeugd: zij is onze toekomst zoals al die jonge mensen die hier waren de toekomst zijn van een nieuwe wereld, van een nieuw Europa en misschien ook wel van een nieuwe en vernieuwende kerk, geleid door Gods geest.

Voilà. Dat wou ik vandaag vertellen omdat wij, die dat allemaal hebben meegemaakt, het niet voor onszelf willen houden.