Openbaring (2012)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
In het gezin waarin ik geboren ben zijn er vijf kinderen. De oudste ben ik. Dan komen er drie zussen. En mijn broer is de jongste. Afgelopen september kregen wij een bericht van mijn jongste zus. Zij schreef: "Lieve broers en zusters, Hoe gaat het met jullie, nee, hoe gaat het écht met jullie ... Regelmatig sta ik er bij stil hoe bijzonder het is dat wij als gezin van zeven personen (ook mijn ouders!) nog steeds samen zijn. Wel lijkt het dat de momenten die wij met zijn allen bij elkaar zijn steeds minder worden. Het delen van Sinterklaas, verjaardagen, feestdagen ... iedereen gaat naar het lijkt steeds meer zijn eigen weg. Vroeger, in onze kindertijd, kwamen we nog regelmatig bij opa en oma op bezoek. Nu hebben we onze activiteiten, gezinnetjes, elkaar en lieve vrienden waar we veel mee delen. Dat is goed, maar ik vind het ook ontzettend jammer het contact met jullie, naar het lijkt, steeds meer kwijt te raken. Dit terwijl wij zoveel samen hebben gedeeld. Ik zou het daarom leuk vinden om een gezellige middag en/of avond te organiseren om herinneringen op te halen 'uit de oude doos'." Etcetera. Tot zover dat bericht van mijn jongste zus. Er is goed op gereageerd. Half november was het zover. Toen zijn wij een dag bij elkaar geweest. Van half tien in de morgen totdat het donker werd hebben wij met elkaar gesproken. Over vroeger. En over nu. Over hoe het nu echt met elk van ons gaat ...

U denkt misschien: nou, leuk voor jullie, maar wat heeft dat te maken met waarvoor we vandaag naar de kerk gekomen zijn? Wat heeft het te maken met het hoogfeest van de Openbaring des Heren? Wat heeft het te maken met die wijzen uit het oosten die de pasgeboren koning van de Joden zochten?

Ach ja, dierbare gasten en parochianen. Ik denk: die wijzen, dat waren en dat zijn, ménsen, vreemden, van ver, die op zoek zijn naar één van ons, naar dat Kind waaromtrent zij een belangrijke intuïtie hebben gekregen. In die intuïtie hebben die wijzen elkaar gevonden. Ze hebben die tegelijk gehad, simultaan. De bijbel, de profeet Micha, waarin Bethlehem wordt genoemd als plaats van de geboorte van de koning van de Joden, van die "leider" "die herder zal zijn van mijn volk Israël"; de wijzen kenden Micha de profeet niet ... Nee, zij hadden alléén hun gedeelde en heel sterke intuïtie: dáár moeten we zijn. In die hoek moeten we Hem zoeken. En we gaan dat ook doen. We gaan erheen. We gaan op weg ... Ze hadden alleen hun intuïtie. Én er was natuurlijk die ster, die geheimzinnige, heel speciaal flónkerende ster. Twinkle, twinkle little star. En ik denk: die ster was en is van de intuïtie van die wijzen het prachtige beeld - precies zoals mijn heel lieve en prachtige jongste zus ook háár intuïtie heeft gehad, precies zoals ook zij "de stem" daarvan heeft gehoord en ernaar heeft geluisterd en die intuïtie aan ons, haar broers en haar zussen, heeft voorgelegd: "Lieve broers en zusters, hoe gaat het met jullie, nee, hoe gaat het écht met jullie ... ?" Haar intuïtie was: Wij dreigen elkaar voor een stuk kwijt te raken. Wij dreigen het échte, diepe, persoonlijke contact met elkaar te verliezen ... En: dat wil ik niet. Ik wil niet dat dat gebeurt. Laten we elkaar dus opzoeken. Laten we opnieuw op weg gaan naar elkaar. Laten we elkaar opnieuw pogen te ontdekken en te vinden.

Want ja, zo is het veelgeliefden, je kunt het wel ver wég zoeken, ver van huis, en natuurlijk: ook dat kan nodig zijn en ook dat kan z'n zin hebben, maar soms zoeken we het, en zoeken we ook Hem, om wie het in de kerk gáát; soms zoeken we het en zoeken we Hem ook verder weg dan nodig is. Bethlehem ligt misschien veel dichter bij dan we denken. Het ligt misschien wel vlak voor onze voeten. Maar zie je het wel? Hopelijk gaat er in de kerk vandaag voor ons een lichtje op, een ster die ons er de weg naar wijst: naar dat Bethlehem, naar óns Bethlehem, naar jouw Bethlehem, naar dat van u, naar dat van mij. Waar ligt jouw Bethlehem? Waar is het, nee, waar is Hij voor jou te vinden? Om die vraag gaat het denk ik in wezen veelgeliefden.

Eén van ons schreef mij over afgelopen Kerstavond: "Wij waren om elf uur in de Obrecht, nadat wij met veertien personen/persoontjes aan tafel hebben gezeten. Wat voel je je dan rijk! Twee ouders, drie kinderen met hun partners en zes kleinkinderen. Fantastisch." Ja, die heeft op Kerstavond zijn Bethlehem gevonden ...

niet alleen thuis dus, maar óók in de kerk. Zoals de wijzen in het oosten is dat hele gezelschap van veertien personen op een gegeven moment toch van tafel opgestaan, heeft het zich in beweging gezet en is ter kerke gegaan, om hier de pasgeboren koning van de Joden te zoeken en te vinden. Hopelijk hebben zij Hem alle veertien hier inderdáád een beetje, of een beetje véél, of liefst natuurlijk helemáál gevonden. Altijd blijft dat een spannende vraag: Kun je het vinden in de kerk? Kun je Hem er vinden? Onze antwoorden op die vraag lopen natuurlijk uiteen. Elk mens gaat hierin zijn en haar eigen weg. En het is goed om elkaar daarover te vertellen: over de weg die jij gaat. Door daarover aan elkaar te vertellen inspireren wij hopelijk elkaar en helpen wij elkaar voort.

Wat of wie is het hart, het licht, het ijkpunt van jouw leven? Om wie of waar omheen cirkelt dat? Sta jij zelf in het middelpunt van jouw leven en jouw wereld? Ben jij voor jezelf het licht? Geloof je alleen in jezelf? En wil je graag door mensen gezíen, bewonderd en geëerd worden? Zit je daar op te wachten? Heb je dat nodig? - In dat geval lijk je op koning Herodes want díe beleeft zichzelf op die manier. En hij kan het niet uitstaan dat de wijzen uit het oosten op zoek zijn naar heel iemand ánders en dat ze in zekere zin langs en dóór hem heen kijken en hem alleen als vraagbaak, als hun toeristisch informatiepunt gebruiken. Herodes is echt zo'n mánnetje dat heel gauw op z'n teentjes en op z'n pik is getrapt. Een haantje dat in zijn kuif wordt gepikt. Hij voelt zich snel tekort gedaan. Hij voelt zich snel beledigd. "Ga een nauwkeurig onderzoek instellen naar het kind. Wanneer u het gevonden hebt, laat het mij dan weten; dan kan ook ik het gaan huldigen". Dat zegt Herodes tegen de wijzen. Het klinkt poeslief. Maar hij is een vals loeder, die Herodes. En als jij voor jezelf het middelpunt van het universum bent, dan is het gevaar niet denkbeeldig dat die onoprechtheid ook bij jou naar binnen sluipt.

Wat of wie is het hart, het licht, het ijkpunt van jouw leven? Ben je het zelf? Is het je partner? Is het je familie, je werk? Is het geld of goed? Is het je reputatie? Ook van dát alles kan gelden, veelgeliefden, dat het in feite een verlengstuk van je eigen ik is en in die zin: "vals licht". Op de televisie is momenteel een reclamespotje te zien voor een bank of verzekeringsmaatschappij. Je ziet daarin een well-to-do familie rond een tafel verenigd. En dan komt de vader/grootvader van het hele spul in beeld die dan met een zuinig en zelfvoldaan trekje om de mond tegen z'n vrouw zegt: "Ik vind dat wij dat goed geregeld hebben" - financieel. De strekking van het spotje is: Wij hebben onze schaapjes goed op het droge en het blijft allemaal lekker in de familie. Ik vind dat spotje niet zo geweldig sympathiek. Het is mij te behoudzuchtig, te bezadigd, te benauwd en afgesloten en te weinig Bethlehem.

Het wáre licht, veelgeliefden, hebben wij niet van onszelf en is géén familiebezit. Het ware licht, daar kun je wel een intuïtie van hebben, maar je moet het gaan zoeken. Je moet er het huis voor uit. Het ware licht ís beschikbaar. Het ís te vinden. Het ís ons geschonken. Ook jíj kunt er in delen. Elk mens kan dat. Iedereen is welkom en is uitgenodigd om het te ontvangen. Maar we hebben het niet van onszelf en het is niet ons eigendom. Zó wordt ons vandaag op dit hoogfeest van de Openbaring des Heren denk ik te verstaan gegeven.

De wijzen, "haalden hun schatten tevoorschijn en gaven Hem goud, wierook en mirre als geschenk." Die drie geschenken zijn de uitdrukking van hun intuïtie omtrent de betekenis van het Kind dat zij zijn gaan zoeken en nu gevonden hebben. Dat Kind is koninklijk: goud. Dat Kind is goddelijk: wierook. En de betekenis die dat Kind voor ons heeft zal pas ten volle duidelijk worden in en door zijn sterven: mirre - dat symbool staat voor lijden en dood.

Het hart, het licht, het ijkpunt van ons leven, veelgeliefden, is voor ons als kerkgemeenschap en als christenen ten diepste het Kind van Bethlehem en niets en niemand anders. Dat Hij dus leven mag en leven blijft: in het hart van elk van ons, in het hart van onze families en in het hart van onze wereld. Amen.