Openbaring van de Heer B (2012)

Waar zoek je de koning? Het was niet onlogisch dat die wijzen uit het Oosten op bezoek gingen bij koning Herodes. “We hebben zijn ster in het oosten gezien.” Dat is wat ze tegen Herodes zeggen. In de volksmond is het vaak omgekeerd. Dan zeggen ouders tegen hun kinderen, als opa overleden is: “Hij is nu een sterretje aan de hemel”. Voor deze wijzen is het begin van het leven verbonden met de hemel. God heeft ermee te maken, de geboorte van een kind is niet alleen iets biologisch. Elke geboorte van een mensenkind is een kosmisch gebeuren, want God weet ervan. En heel in het bijzonder geldt het voor dit Kind.

 

Die bijzondere ster bracht hen naar Jeruzalem. Iets in die ster, in het sterrenbeeld, de constellatie, de glans, het tijdstip, alles wees op iets koninklijks, een koningskind, een koning voor onze toekomst. Zo reizen zij van het Oosten naar het Westen en bezoeken Herodes. Ze zoeken de nieuwe Koning in de oude wereld, het hemels koningschap zoeken ze in het werelds koningschap. De hemelse herder en Leidsman tussen de aardse machthebbers. Ze vragen: “Waar is de pasgeboren koning van de Joden?”

 

Waar zoek je de Koning? Of moet de vraag luiden: “Zoeken wij nog wel naar de Koning?” Waarom zouden wij een koning zoeken? We hebben tegenwoordig onze idols en heroes. We hebben sterren in de showbusiness, sterren op het toneel, we hebben de king van de pop en de king van de jazz, Queen stond weer bovenaan de top 2000. We hebben royals, coryfeeën, deskundigen en trendwatchers. Iedere mens zijn eigen goeroe, zijn eigen geloof, zijn eigen spiritualiteit, ieder zijn eigen god. Lang leve de relimarkt.

 

Met die ogen kunnen we naar onze wereld kijken, maar die wereld zit vaak net zoveel in onszelf. Zoeken wij de Koning nog? Wij komen tezamen, onder het blinken van die bijzondere ster, om deze Koning onze hulde te brengen. Wij doen dat hier in de kerk, omdat we geloven dat deze wijzen inderdaad de Koning gevonden hebben en wij deze Koning kennen en bij Hem horen.

 

Het is niet vreemd dat deze wijzen op bezoek gingen bij Herodes. Dat koningschap van Jezus is zó anders dan wat mensen kennen en zouden verwachten, dat die verwarring voor de hand ligt. Deze verwarring is altijd doorgegaan, die is gebleven tot op deze dag. We zagen al het bij Maria en Jozef. Zij zochten Jezus niet in de tempel. “Wisten jullie dan niet dat ik hier moest zijn?” We zagen het bij de leerlingen. Petrus belijdt: “Gij zijt de Messias, de Christus”. Maar hij moet daarover zwijgen. Want deze Messias zal lijden, sterven en verrijzen. Deze Messias, deze Koning is zo anders. We zien het aan het einde van zijn leven, als Hij voor Pilatus staat. “Zijt gij de koning van de Joden?” “Ja, Koning ben Ik. Maar mijn Koninkrijk is niet van hier.”

 

Hij is zo anders, die koning. Ze zoeken Hem bij de groten van het land; Waar anders. Die fout maken we allemaal, in alle eeuwen. Als gelovigen en als Kerk willen we ook graag bij die groten horen. We zagen het al in Israël. “We willen een koning,” zegt het volk. De profeet Samuël zegt: “Maar God is toch jullie Koning?” “Nee, wij willen gelijk zijn aan de andere volken.”

 

God zelf heeft ervoor gekozen om niet alleen maar groot te zijn. God is groot, Hij bestaat in die oneindige grootheid en eeuwigheid. Maar ook in het kleine, in het onzichtbare, in het toevallige, in dat wat we meestal over het hoofd zien. Onze natuurlijke aanleg, die erfenis uit de evolutie, geeft ons automatisch die drang naar het grote mee, die drang naar overheersing en macht. Dat is dus meteen onze grootste valkuil. Daarom wijst God ons nu die andere weg die we uit onszelf nooit zouden vinden, die kleine weg.

 

Een dienende koning wordt geboren. Hij, de Koning wordt een dienaar, om ons te leren wat echte dienstbaarheid is. “Acht de ander groter dan jezelf,” zegt Paulus later. Dat heeft hij van Jezus geleerd. Daar word je niet minder van, maar je groeit in navolging van deze Koning.

 

De wijzen krijgen de informatie die ze nodig hebben en gaan verder. Weer zien ze de ster, en een overgrote vreugde vervult hun hart. Het is de vreugde die ons vervult als je weet dat je op de goede weg zit, als je weet dat je met God meegaat en meedoet. De wijzen zitten weer op de goede weg en ze komen bij het Kind.

 

Zullen zij het begrepen hebben? We lezen niets over verbazing, dat het in zo'n armoedige uithoek is, dat het geen paleis is. Misschien zijn zij wel de eersten die begrepen hebben dat God ons een nieuwe weg wijst, in die nieuwe Koning, naar dat nieuwe Koninkrijk. Misschien hebben zij toen al verstaan dat het om een andere Koning gaat, een andere Herder, een andere Leidsman, een andere Messias en een andere Verlosser. Nu wij nog. Amen.