Een gezin uit Nazareth

 

Voor het feest van de heilige familie krijgen we in elk leesjaar een ander evangelie. In het leesjaar A dit van de vlucht naar Egypte. In het leesjaar B de opdracht van Jezus in de tempel. In het leesjaar C het bezoek van de twaalfjarige Jezus met zijn ouders in de tempel.

Van deze drie perikopen is dit van de opdracht het meest rustige en het minst dramatisch. Het verhaal van Mattheüs volgt op het bezoek van de wijzen. Het geeft de reactie weer van de boze Herodes met de wreedaardige moord van een aantal kinderen. Jezus is weliswaar gered maar de kreet van de vermoorde kinderen verstomt niet. Wat hebben Isisstrijders gedaan in Mossul en in andere steden die ze hebben ingenomen? Zoveel kinderen komen om en anderen zijn verweesd en verlaten.

In de vlucht naar Egypte, verteld door Mattheüs, liggen alle droeve periodes van uittocht, ballingschap, oorlogsgeweld uit het eerste Testament besloten. Tegelijkertijd drukt dit verhaal de verbondenheid uit met het lot van vluchtelingen uit alle tijden. Op de Wereldvluchtelingendag van 20 juni 2014 wees Caritas internationalis naar het lot van 50 miljoen vluchtelingen, vooral dit van de vluchtelingen van uit Syrië en uit andere plaatsen van het Midden Oosten. Lubomír Konečný noemt de vlucht naar Egypte ‘de vlucht van alle vluchten’ en geeft een overzicht van de uitbeelding van de Vlucht naar Egypte in de iconografie. La fuite en Egypte - la fuite de toutes les fuites!

Het verhaal van de twaalfjarige Jezus is aanvankelijk vreedzaam. Families trekken in groep op naar Jeruzalem. Jezus mag mee. En daar blijft hij achter. Een kind gaat zijn eigen weg. De ouders zochten, maar kenden toen Child focus niet. Jezus geeft te kennen dat hij hoort te zijn in het huis van zijn Vader. Maria verwoordt haar zorg en stelt zich de vraag naar de weg en de toekomst van haar kind. Maria verstaat het niet, nochtans na alles wat ze reeds gehoord had en meegemaakt. Het woord van God is moeilijk in het alledaagse leven

Trouw aan de wet

Het verhaal van de opdracht in de tempel lijkt op het gewone schema van een joodse familie. Jozef en Maria zijn wetsgetrouwe joden. Ze zijn dankbaar om het leven en ze vertrouwen het kind aan God toe. Hun leven is ingebed in dit van de gemeenschap. Dit schema geeft rust en het weerspiegelt een vast kader en levenspatroon. Ze hebben een baldakijn boven het hoofd. Een dergelijk schema heeft lang het leven van mensen bepaald, zeker in de tijd waarin de kerk in het midden van het dorp stond en het luiden van de klokken het dag tempo regelden. In zijn boek Au soir d’une vie schrijft Jean Julien Weber de oud-bisschop van Straatsburg over zijn kinderjaren; “Ons leven was heel godsdienstig. We gingen te communie op de feestdagen, zoals het de gewoonte was. Voor niets ter wereld zouden we de zondagsmis nagelaten hebben. Vanaf het moment dat paus Leo XIII de cultus van de heilige Familie aanprees, baden we ’s avonds voor de maaltijd, geknield voor een chromo van de werkplaats in Nazareth, het voorgeschreven gebed” (Jean Julien Weber, Au soir d’une vie, 1970 p. 23).

Het verhaal van de opdracht in de tempel geeft de bescheiden situatie weer van Jezus en zijn familie. Zij deden wat de joodse wet voorschreef. Zo hebben moeders eeuwenlang hun kerkgang gedaan. Jezus was geen rijkemanskind. Zijn ouders offerden een paar duiven. Later zal Jezus zelf de tafels omstoten van de geldwisselaars en de duivenhandelaars (Jo. 2,14-16). Hij zal verklaren dat de Heer geen offers wil, tenzij dit van het deemoedige hart. Overdenk eens goed wat het wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers” (Mt.9,13).

Na de toewijding van Jezus in de tempel geschieden daar verrassende ontmoetingen, deze met Simeon, een vroom en rechtvaardig man die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken (Lc. 2,25) en dan deze met de hoogbejaarde profetes Hanna (Lc. 2,36). Ontroerende en tedere taferelen deze ontmoetingen tussen oud en jong. Spontaan verwoorden oudere mensen hun wensen voor de toekomst van het kind en vragen er Gods zegen over. Kinderen doen hen aan de toekomst denken. Bij Lucas doorzien Simeon en Hanna vanuit hun vertrouwen in de God van Israël wat met Jezus gaat gebeuren. Ze kennen het kind een plaats toe in Godsplan. Simeon vermoedt reeds dat de komst van dit kind mensen zal verplichten tegenover hem standpunten in te nemen en keuzes te maken (Lc. 2, 34-35). Voor Maria is dit blijde mysterie van de opdracht in de tempel meteen de eerste van haar zeven smarten.

Licht en schaduw

Maria en Jozef keren met het kind terug. Zij gaan naar Nazareth in Galllea. Jezus heet voortaan ‘Jezus van Nazareth’. Bij de verovering door de Islamitische Staat zijn christenen bestempeld als Nazarener en aldus gebrandmerkt om door de invallers vervolgd te worden en verdreven. Ik ben een Nazarener! Durven we met hem solidair zijn?

Uit Nazareth? Kan daar iets goeds vandaan komen?” vroeg Nathaniel nadat zijn campagnon Filippus hem gezegd had: “We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth” (Jo. 1,45-46). Nazareth, een dorp met het leven van elke dag, met morgen en avond, met kinderen op de straat. Jezus is in Nazareth opgegroeid (Lc. 4,16). Hij kende er het dorpsleven, hij leerde er een vak en een beroep. Hij en zijn familie waren gekend bij hun dorpsgenoten. Deze zegden over hem: “Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” (Mc. 6,3). Jezus nam deel aan het leven van zijn dorp. “Volgens zijn gewoonte ging Jezus er op sabbat naar de synagoge” (Lc.4,16). In stilte is zijn roeping daar gegroeid en gerijpt. Lucas vat de tijd in Nazareth kort samen: “Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem” (Lc. 2,40; Lc. 2,52).

We weten niet of het leven in het gezin van Jozef en Maria met Jezus zo rustig is verlopen als in dat gezin, dat op zijn mooist geschetst wordt in het boek Ecclesiasticus en door Paulus geprezen in zijn brief aan de gemeenschap van Kolosse.

Het is stil waar het nooit waait. De rauwe en de soms hectische werkelijkheid van elke dag kan in schril contrast staan met de ‘zorgzame’ woorden in de eerste en tweede lezing: tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid, geduld, vergeving, liefde, vrede, dankbaarheid, het eren van vader en moeder, God loven en danken … Toch voelen we aan dat deze warme woorden en waarden een plek en omgeving scheppen waar het goed is om te wonen, te leven en te zijn.

Een koppel had zich voorgenomen om zich te houden aan de stelregel: nooit te gaan slapen zonder zich eerst te verzoenen en samen het Onzevader te bidden. Het is hun gelukt beweren ze, al heeft het op bepaalde dagen lang geduurd eer ze konden inslapen. Een Nederlands koppel had zich voorgenomen na zware meningsverschillen en wanneer ze elkaar pijn hadden gedaan, een dag te vasten. Ook hen is het gelukt. Ze zijn gelukkig samen en zijn mager en slank gebleven! Het huwelijk, een spiritueel avontuur en zoveel meer.

Een Brussels gezin

Tijdens de uitvaart van koningin Fabiola hing er een foto van een stralend koningspaar, van koning Boudewijn en koningin Fabiola. In zijn homilie zei kardinaal Danneels: “Er werd veel bemind in dit koninklijk gezin. Hun liefde straalde uit over heel het land. Want hun samenzijn werd gedragen door een liefde die sterker was dan de dood. Wat was dan de bron van deze liefde die het nooit liet afweten? Het was niets anders dan het gebed. Bij dag en bij nacht zou men zelfs kunnen zeggen. De taal van dit koningspaar was die van het gebed. Niemand weet hoeveel daar gebeden werd. Voor alles en voor allen. Bidden was de hartslag van het leven van dit koppel.” Zij bleven kinderloos, maar de koningin had een hart voor alle kinderen. Ze wist het gemis om te buigen tot dienstbaarheid. Kardinaal Daneels eindigde zijn homilie met deze vraag: “Wat zou Koningin Fabiola nu zeggen tot elk van ons? Misschien wel dit: "Zeg altijd ‘Ja’ aan God". Zo staat het ook op haar gedachtenisprentje. "Zeg altijd ’Ja’ aan God en je zal gelukkig zijn.” Kom bij mij en kom eens zien hoe gelukkig ik nu ben. Kom maar. Boudewijn en ik, we wachten. Kom maar! Amen – Alleluja”

Het kind in het gezin

In een gezin brengen kinderen vreugde en zorgen. “Tout ce qu’on fait on le fait pour les enfants et ce sont les enfants qui font tout faire” (Charles Péguy).  “Alles wat we doen, doen wij voor de kinderen. En het zijn de kinderen die ons alles doen doen.” Wij doen voor kinderen zo veel omdat zij de toekomst zijn. Ze voeden de hoop.

Schertsend zei Bob dat het hem goed gegaan was in het leven omdat hij zich goede ouders had gekozen! Kinderen veranderen een man en een vrouw. Ze vragen hun aandacht en hun tijd. Een familie gaat minstens over twee generaties, ouders en kinderen Ze ontvangen zoveel van elkaar in goede en kwade dagen. Het tekent hun leven voor altijd.

De kijk op en de plaats van het kind zijn gewijzigd. Wij leven in een maatschappij waar voor de eerste keer de kinderen voor het grootste deel onder hen ‘gewenst’ zijn. “Vroeger maakte de familie kinderen, nu maakt het kind de familie.” Ouders durven bijna niets meer weigeren uit vrees slechte ouders te zijn. De consumptiemaatschappij speelt er op in door zoveel aan te bieden wat het kind gaarne heeft (Philippe Meirieu, L. M, 02.09.2011).

Het gezin op de synode

Dit feest van de Heilige Familie ligt dit jaar tussen  twee etappen van de synode over het gezin.  Op de voorbije synode hebben de deelnemers kennis genomen van de grote verscheidenheid die bestaat en de gewijzigde socio-culturelecontext in de voorbije decennia. Deze hebben de betekenis en de beleving van het ‘traditionele’ huwelijk grondig beïnvloed. Deze nieuwe situatie stelt alle kerken voor grote uitdagingen op theologisch, pastoraal en spiritueel vlak. Bisschop Jan Bonny heeft in zijn merkwaardige open brief van 1 september 2014 de reflectie daarover ongetwijfeld gevoed. 

Synode, dit is samen op weg zijn. Vanuit zijn zorg voor de familie heeft paus Franciscus velen betrokken in de voorbereiding van de synode. Hij heeft het vrije woord in deze bijeenkomst aangemoedigd.  In een verscheidenheid van meningen zijn bisschoppen en is gans de kerk op weg het evangelie te verdiepen en de tekenen van de tijd te verstaan.  

Volgens aartsbisschop Léonard waren en zijn de twee grootste uitdagingen voor de synode: Hoe de scherpte van het evangelie en de extreme veeleisendheid van Jezus’ woord over het huwelijk verzoenen met een barmhartig onthaal van mensen in hun concrete leefsituatie en hoe als katholieke en dus universele Kerk omgaan met de grote continentale, nationale en culturele verschillen.

“Wij moeten ons laten leiden door een rechtvaardige en barmhartige God”, zei kardinaal Danneels in zijn interventie, waarin hij aandacht vroeg voor de hertrouwde echtgescheidenen.

In zijn slottoespraak noemde paus Franciscus vijf bekoringen die ons allen kunnen bedreigen:

“1. De bekoring van de vijandelijke onbuigzaamheid, dat is zichzelf willen opsluiten in wat geschreven staat (de letter) en zich niet laten verrassen door de God van de verrassingen (de geest); binnen de wet, binnen de zekerheid van wat we kennen en niet van wat we nog moeten leren en bereiken. Sinds de tijd van Christus is dit de bekoring van de zeloten, de scrupuleuzen, de bezorgden en van wat men vandaag ‘traditionalisten’ noemt en ook van de ‘intellectualisten’.2. De bekoring van het verwoestende angelisme, dat in naam van een bedrieglijke barmhartigheid de wonden verbindt zonder ze eerst te verzorgen noch ze te behandelen; die de symptomen bestrijdt in plaats van de oorzaken en de wortels. Het is de bekoring van de ‘weldenkenden’, de angstigen en ook van hen die men ‘progressisten en vrijdenkers’ noemt.


3. De bekoring om stenen te veranderen in brood om de lange, zware en lastige vasten ( cf. Lc. 4,1-4) te breken en ook om brood in steen te veranderen om ermee naar zondaars, zwakken en zieken te gooien (cf. Joh. 8,7), dat wil zeggen het brood te veranderen in “ondraaglijke lasten” (Lc. 10,27).4. De bekoring om van het kruis af te dalen om mensen een plezier te doen en er niet te blijven om de wil van de Vader te vervullen; om zich te plooien naar de moderne geest in plaats van die te zuiveren en om te buigen naar de Geest van God.5. De bekoring om het ‘depositum fidei’ (de schat van de geloofswaarheden) te veronachtzamen, zichzelf niet te beschouwen als behoeders, maar als eigenaars en meesters of, omgekeerd, de bekoring om de realiteit te ontkennen door een precieuze en verheven taal te bezigen om daarmee van alles, maar eigenlijk niets te vertellen. Men noemt die dingen muggenzifterij (byzantinisme), denk ik …”


Vanuit een echt spiritueel onderscheidingsvermogen kunnen in de komende maanden de ideeën uit de eerste synodesessie rijpen en kunnen concrete oplossingen gevonden worden voor de talrijke moeilijkheden en de ontelbare uitdagingen waar gezinnen voor staan. Paus Franciscus besloot zijn toespraak met zijn gekende vraag: “Moge de Heer ons vergezellen, ons leiden op onze weg naar de glorie van de Zoon met de voorspraak van de Gelukzalige Maagd Maria en de heilige Jozef! En, alstublieft, vergeet niet om voor mij te bidden!”

Ook dit jaar zal paus Franciscus op deze feestdag van de Heilige Familie zijn bede herhalen om voor de gezinnen te bidden en ook voor hemzelf die als vader en broer met de synode optrekt.