8e zondag door het jaar (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Vroeger had je nu op veel plaatsen het veertigurengebed. Terwijl het zuiden feest vierde werd er elders, vooral in Noord-Nederland, gebeden voor alle uitspattingen begaan in het zuiden des lands. Een carnavalsviering in de kerk, zoals we die gisteravond hadden, was absoluut ondenkbaar: dat wereldse gedoe paste niet in Gods huis. God was immers een strenge God, gelovig zijn was dus een ernstige zaak.
Men zegt wel eens dat ook de katholieke kerk in Nederland een wat Calvinistische inslag had meegekregen. Het Calvinisme had en heeft iets drukkends, iets sombers over zich. De hervormer Calvijn was helemaal geen blije mens en een aantal van zijn volgelingen is dat nog niet. Als je kijkt naar de strengbehoudende gereformeerde kerken, ook wel de zwartekousenkerken genoemd, dan zie je dat bedrukte, dat sombere, ook uitgedrukt worden in de kleding. Er straalt echt geen blijmoedigheid uit.
Maar ook de katholieke kerk had, zeker vroeger, iets van dat strenge: we moesten zoveel, en we deden zo gauw iets verkeerd. En dan zaten we weer in de rij voor de biechtstoel om het weer goed te maken met de Baas boven. We werden eigenlijk bang gemaakt met die straffende God. En we hadden ook zoveel regels en wetten te onderhouden dat we heel gauw een zonde op ons geweten hadden. En dat beeld van een straffende God maakt je echt niet vrolijk.
Nu hadden wij katholieken natuurlijk een groot voordeel boven de protestanten: wij hadden de biecht, dus wij konden het weer goed maken. Dat lag voor onze protestantse broeders en zusters een beetje moeilijker. Dat regelmatige biechten had, zeker achteraf gezien, vaak heel weinig inhoud en betekenis, het was vaak uitgehold, maar je had toch het gevoel dat je goed zat met Boven.
In Jezus' tijd lag er op de joodse samenleving ook zo'n soort druk. Toen leefde ook bij velen het beeld van een straffende God. Die moest je te vriend houden met offers en met vasten. En in de praktijk van alledag was dat ook vaak uitgehold. Je hoort profeten vaak protesteren tegen deze mentaliteit: wel offers brengen en vasten maar tegelijk zich schuldig maken aan liefdeloosheid en oneerlijke praktijken.
Er was eens een joodse vastendag, zo vertelt het evangelie, en Jezus en zijn leerlingen deden daar klaarblijkelijk niet aan mee. Foei, zeiden de volgelingen van de strenge Johannes de Doper. Schandalig, zeiden de op regeltjes beluste Farizeeën. Maar Jezus ziet blijkbaar de zin van zo'n vastendag niet in, hij vindt dat zijn leerlingen geen droevig gezicht hoeven te zetten, als er droevige tijden aanbreken is het nog vroeg genoeg.
Dit lijkt een onbeduidend incident te zijn maar er gaat hier uiteindelijk om een totaal ander beeld van God. Jezus houdt ons geen strenge straffende God voor, maar een barmhartige Vader die het goede wil voor elke mens. En onze relatie met die God moet niet bepaald worden door het angstvallig onderhouden van allerlei regeltjes en wetjes, ingegeven door angst om die God te mishagen.
Onze relatie met God onze Vader moet ons blijheid brengen en geen angst, zoals in onze wereld een kind vertrouwd is met zijn vader, blij met hem is. Hij moet wel respect voor zijn vader hebben maar als hij bang van zijn vader is, dan is er iets goed mis.
Als Jezus spreekt over onze verbondenheid van God, ons samen horen bij het rijk van God op aarde, dan gebruikt hij vaak het beeld van een bruiloftsfeest. Het moet een feest zijn je met God verbonden te voelen, en je in zijn naam met elkaar verbonden te voelen. Ook in de tekst van vandaag verwijst Jezus hiernaar door zichzelf aan te duiden als de bruidegom en zolang de bruidegom er is, moet er iets van feest zijn.
Ik ben ervan overtuigd dat Jezus ook voor ons een blije kerk wil en geen kerk waarin mensen leven in angst en beven voor God, geen kerk waarin men zich bedrukt voelt door strenge wetten en regels. Een blije kerk vraagt een houding van medemenselijkheid en menslievendheid, om saamhorigheid, wederzijds begrip en verdraagzaamheid, en beslist niet een benauwende regeltjesgeest.
Jezus wil dat we blije mensen zijn, niet alleen met de carnaval, en zeker ook niet op de manier van de carnaval, dat soort uitbundige vreugde gaat toch gauw vervelen, maar een blijheid die diep in ons hart zit, alle dagen van het jaar. Die blijheid wens ik u allen toe.