Zijn er nog melaatsen? (2009)

Op het eerste zicht, vermoed ik dat er nog drie soorten melaatsen zijn. Ze zijn er al altijd geweest en ze zullen er ook altijd zijn.

Ten eerste zijn er de melaatsen en de zieken in onze tijd. Mensen die volledig op onze zorg zijn aangewezen. Ze zijn duidelijk herkenbaar, want ze zijn verminkt op één of ander domein. De lichamelijk zieken, de psychisch lijdenden, de armen, want armoede schaadt de gezondheid, zo leerde ons Welzijnszorg. Ze zijn afhankelijk van onze goodwill om hen aan te raken en hen te verzorgen. Pater Damiaan is ons grote voorbeeld en toonbeeld. Deze man wordt dit jaar heilig verklaard.

Ten tweede zijn er de melaatsen die wij maken. Ze passen niet in ons kraam. En dus stoten we ze uit. We plakken er een etiket op zodat ze duidelijk herkenbaar zijn. Zo deden de nazi's met de joden. Ze moesten een jodenster opplakken. Al wie een teken, een etiket opgeplakt krijgen behandelen we als pestlijders. We houden ze op afstand. We willen er niets mee te maken hebben.

Het zijn de marginalen. Mensen uit de vierde wereld en de armen, die het zelf gezocht hebben. We hebben ze samen gestoken in getto's, en opgestapeld in ongezonde woningen. Het zijn de prostituees, die kunnen we in onze weldenkende en gedistingeerde maatschappij toch niet dulden. Het zijn de mensen die anders geaard zijn. God heeft hen verkeerd gemaakt. Het zijn de anders-gelovigen. Ze lopen de moskees vol en we vinden dat ze achterlijk zijn, niet van deze tijd. We voelen ons door hen bedreigd. Het lijken allemaal voorhistorische wezens, gevaarlijke terroristen. Ja, zelfs onze veiligheid komt in het gedrang. Dus, weg ermee.

Ten derde zijn er nog de melaatsen die we zelf zijn. Ja, we zijn ziek, maar we willen het niet geweten hebben. Dus waarom zouden we ons laten behandelen.

Aan kinderen die zich voorbereiden wordt geleerd dat Jezus in hun hartje leeft.

Maar algauw ontdekken die kinderen dat er ook nog iets anders in hun hartje leeft. Iets wat nog veel sterker lijkt. Eerst is het wat onschuldig kattenkwaad, maar dat evolueert nu eenmaal, als we onze kinderen daar niet attent op maken.

Als we ze niet leren dat ze keuzes moeten maken. Ja, Jezus leeft in ieder van ons. Bij ons H. Vormsel hebben we zelfs zijn Geest ontvangen. En Hij heeft misschien wel een plaats in ons hart, maar we hebben een muur gebouwd tussen Hem, die goed is, en al wat kwaad is in ons hart en wat ons bezoedelt: boosheid, hoogmoed, agressie, jaloersheid, egoïsme. En we laten ons door Hem niet meer raken.

En nu? Kan er hier in onze melaatse wereld nog een bevrijdende boodschap klinken en hoe? Wel laten we kijken naar de melaatse uit het evangelie. Het is eigenlijk vrij eenvoudig. Het enig is dat je wel wat nederig moet durven zijn.

Je moet durven knielen, smeken, om hulp vragen en je laten raken.

Wanneer je met goedheid geconfronteerd wordt, als je met de ‘goede Jezus' in contact komt en je laat je door Hem en door het goede raken, dan ben je genezen. Je moet alleen nog een soort reinigingsoffer brengen. Het kan je penitentie zijn, of de uitdrukking van je dankbaarheid om de genade die je is toegevallen.

Hoe weet je nu of je genezen bent van je melaatsheid? Doe de test of je nog door iets of iemand geraakt wordt. Ben je in staat om al die melaatsen die wij (jij) zelf hebben gemaakt, aan te raken? Ze niet langer als pestlijders te beschouwen. Kun ook jij je door Jezus laten raken, dat wil zeggen door medelijden bewogen worden en met al die mensen omgaan?

Jezus is voor iedereen gekomen. Paulus zegt: tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn en zoek niet je eigen voordeel, maar dat van de gemeenschap, zodat allen gered, genezen worden. Ook ikzelf, omdat ik mij opnieuw laat raken en anderen durf erkennen in hun menselijke waardigheid.

Als je genezen bent, mag je weer ‘gezien' worden! Moogt ge u laten zien. Maar vergeet nooit God hiervoor dank te zeggen. Amen.