6e zondag door het jaar B- 2024

Zusters en broeders,

Wat is dat een verschil tussen de eerste lezing en het evangelie! Maar wellicht is dat heel normaal, want de eerste lezing komt uit het oude testament, dus uit de tijd dat God nog niet in de persoon van Jezus onder de mensen was gekomen. De tijd dat God niet liefde was, maar bevelen, bedreigingen, straffen. En dat komt bijzonder sterk tot uiting in de eerste lezing: wie melaats is, moet zich kenbaar maken met gescheurde kleren, losse haren en een bedekte baard, hij of zij moet ‘onrein! onrein! roepen, moet apart wonen en buiten het kamp blijven. Er is dus geen sprake van hulpvaardigheid en zorg, zelfs niet van meevoelen of meelijden. Alleen maar van uitstoten: melaatsen moeten uitgestoten worden.

Hoe anders is dat in het evangelie. Een melaatse valt voor Jezus op de knieën en zegt: ‘Als Gij wilt, kunt Gij mij  reinigen.’ En door medelijden bewogen, raakt Jezus de man aan en zegt: ‘Ik wil, word rein’, en inderdaad, de man is genezen. En die liefde van Jezus, dat is het beeld van God. Jezus kent geen uitstoten, geen afwijzen, geen veroordelen. Hij kent alleen maar liefde, meevoelen, meelijden. Dat blijkt in al zijn ontmoetingen. Altijd weer is Hij een betrokken deelgenoot, nooit is Hij onverschillig, nooit stelt Hij eisen. En Hij doet alles wat Hij kan om mensen in nood te helpen. Zo ook de melaatse: Jezus mag hem niet aanraken, maar Hij doet dat toch, om hem zelfvertrouwen te geven, om hem te laten aanvoelen dat hij niet niemand, maar iemand  is, en dat hij belangrijk is, want hij is een kind van God.

Maar er is nog iets heel merkwaardigs in dat verhaal, namelijk, de melaatse zegt: ‘Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.’ Hoe weet die man dat? En waarom is zijn geloof zo sterk, zelfs zo zeker? Maar wat daar ook van zij: hij is een voorbeeld voor ons. Want ook voor ons is Jezus altijd in onze nabijheid, en Hij wil ook ons helpen in al onze noden. Zijn we ons daarvan bewust? En doen wij inderdaad een beroep op Hem wanneer we ons niet goed voelen? Bidden ook wij dat Hij ons zou helpen, of is Hij voor ons die verre afwezige die een heel ander leven leidt dan wij, zodat Hij niet kan meevoelen en meelijden met ons?

Nochtans, lijden is er genoeg in de wereld. Er zijn de oorlogen, de vluchtelingen, de christenvervolgingen. Er zijn ook elk jaar 200.000 mensen die moeten horen dat ze melaats zijn. Mensen die door hun gemeenschap nog altijd even scherp worden uitgestoten als hun soortgenoten in de eerste lezing. En er zijn nog zoveel andere ziekten en tekorten die mensen verlammen van ellende: handicaps, ouderdom, drugs en noem maar op. Hoe reageren wij op al die mensen in nood? Spiegelen we ons aan de wet van Mozes of aan Jezus? Zijn  wij even liefdevol en even hulpvaardig voor onze medemensen als God, als Jezus is voor ons?

Zusters en broeders, we kunnen ons niet alleen aan Jezus spiegelen, maar ook aan mensen zoals Pater Damiaan. Hij deed hetzelfde als Jezus. Hij trok zich dus niets aan van de wet, maar kende alleen liefde, hulp, zorg, ook al kostte hem dat zijn eigen leven. Net zoals het Jezus zijn leven kostte. Er is trouwens nog iets waaraan we ons kunnen spiegelen, iets bijna grappigs, namelijk: binnen een paar dagen is het 14 februari, dus Valentijnsdag. De dag waarop we extra aandacht hebben voor onze geliefden. En die geliefden moeten echt niet alleen onze partner, onze ouders, onze kinderen of kleinkinderen zijn, maar al onze medemensen, want allen zijn ze onze broers en zussen. Waarop wachten we dus om van elke dag een Valentijnsdag te maken, zodat we elke dag aandacht hebben voor onze medemensen? Dat deed Jezus immers ook, en we proberen Hem toch na te volgen? Amen.