Wij en hij

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Als Pilatus Jezus ondervraagt is een van zijn vragen: ‘Bent u de koning van de joden?' Jezus beantwoordt die vraag niet. Hij is geen koning van de joden. Hij is wel koning. Een koningschap dat niet van deze wereld is. Dat zou het ook niet kunnen zijn. Koning zijn op de manier van onze wereld is steeds beperkt tot een groep. Hoe kan iemand zoals hij zich tot een groep beperken?

In de meeste katholieke kerken in de Verenigde Staten hangt er wel ergens een grote Amerikaanse vlag. Soms hangt die zelfs boven het altaar. Kun je onder zo'n vlag echt en oprecht het god-menselijke universele liefdesmaal van de hele mensheid vieren, dat hij ons te vieren achterliet?

Die vlag doet me vaak denken aan een van mijn eigen jeugdervaringen. Het was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wij jongens zouden nooit iets van een Duitse soldaat op straat aangenomen hebben. We zouden nooit met hen samen aan tafel zijn gaan zitten. Dat was toen praktisch gelijk aan landverraad. We stalen natuurlijk wel van hen al wat we konden.

Er was maar een gelegenheid waarbij ik me herinner dat we dat taboe doorbraken. Dat was met Kerstmis, tijdens de nachtmis. Er waren wat Duitse soldaten naar de kerk gekomen, en toen die samen met ons aan de communiebank zaten, vond iedereen dat gewoon. Het was de tafel van hem, die alle weerstand overbrugde. Hij was niet koning van een groep, maar van allen.

Hij zegt nog iets anders tegen Pilatus, die het niet bij zijn eerste vraag laat. Hij zegt het met direct zo, maar het komt er op neer: hij heeft geen onderdanen. Hier is een koning in ons midden zonder onderdanen. En dan spreekt hij over al degenen die naar hem luisteren, die zijn stem horen, en die geloven in wat hij onthult.

Zijn wij, die dat doen - of althans proberen te doen - dan op dezelfde manier koningin of koning zoals hij dat is? Is dat de boodschap die hij brengt. Is dat het goede nieuws?

Die vragen zo stellen betekent dat we met een serie kwesties zitten, die de traditionele christologie nauwelijks oplost. Die was meer geïnteresseerd in de vraag hoe Jezus Christus zich ten opzichte van God verhield. Een vraag die belangrijk blijft. In de zich ontwikkelende christologieën begint zich echter hoe langer hoe meer een andere vraag af te tekenen.

Hoe verhoudt Jezus Christus zich ten opzichte van ons, en wij ons ten opzichte van hem. Jürgen Moltmann schrijft bijvoorbeeld: ‘Wat ik wil is niet een eeuwige christologie voor de hemel, maar een christologie voor mannen en vrouwen, die in onze conflictuele geschiedenis onderweg zijn en die daarbij naar bakens uitkijken.' Hij vervolgt: ‘De traditionele christologieën keken uit naar zijn goddelijke persoon - het goddelijk zoonschap - of naar zijn historische persoonlijkheid, Jezus als een privé-persoon. Wij zullen hier aandacht besteden aan zijn "sociale" persoon...‘ (Der Weg Jesu Christi, Christologie in messianischen Dimensionen, München 1989).

Zijn ‘koning'-zijn is een van die dimensies, en misschien wel de voornaamste. Er zijn veel teksten - vooral bij Johannes - die ons hier verder kunnen helpen, zoals 10,35, als Jezus zegt: ‘Zegt jullie eigen wet niet, jullie zijn goden?' Of teksten zoals Joh. 16,7, waarin hij zegt dat het in ons eigen voordeel is dat hij van ons weggaat, omdat we anders nooit zelf de geest zullen kunnen ontvangen, en dat we zelfs groter dingen zullen doen dan die hij deed (14,12).

Toevallig teksten die we in onze liturgische lezingen nooit horen, omdat ze daar niet voor uitgekozen werden. Toeval, of misschien iets anders? Een bewuste keuze voor teksten die een ‘hogere' christologie voorstaan dan de genoemde teksten. Teksten, waarin Jezus beschreven wordt, als iemand die helemaal verschillend van ons is. De oorzaak van de moeilijkheid die velen hebben met de klassieke christologieën.

We zijn zo aan het eind gekomen van drie liturgische jaren in Bijbels bezien. Het zal goed zijn een ander te horen. Ik kijk er naar uit. Maar zelfs met ons allen kunnen we de rijkheid van een persoon nooit uitdrukken, zeker niet als het gaat over iemand als Jezus. Ik zou niet zo ver willen gaan als William Blake, maar toch wil ik met een opmerking van hem sluiten. Hij schreef eens: ‘Christus is de enige God... En zo ben ik, en zo bent u.' Misschien dat niet, maar koning of koningin in ieder geval wel.