Feest van Christus Koning (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden

Ik heb eens een cartoon gezien van een baby op een troon, met een kroon op het hoofdje en een grote koningsmantel om. En voor de troon stond de vader en moeder van de baby, diep gebogen uit eerbied voor zijne of hare majesteit.
Aan zo'n cartoon kun je allerlei gedachten vast knopen. Een pasgeboren baby beheerst wel heel het leven in huis, en de vader en moeder doen alles om het naar de zin te maken En hoe klein ook, de baby heeft al gauw door hoe het met huilen de aandacht kan trekken van zijn dienaren. En in het proces van opgroeien en de wereld verkennen probeert het kind een beetje de baas te spelen in huis, en iedereen zijn wil op te leggen en soms slaagt het daar heel goed in.
Natuurlijk zijn de ouders de baas in huis en natuurlijk moeten zij ook daadwerkelijk laten merken dat zij de baas zijn, maar ze staan wel ten dienste van hun kind, ze zijn steeds zorgend in de weer voor zijn of haar welzijn.
Vandaag vieren we het feest van Christus Koning. Eigenlijk is dat ook een soort cartoon of meer nog echt een spotprent. Een koning met een kruis als troon, getooid met een doornenkroon. Wat voor soort koning is dat in hemelsnaam? Niet het soort koningen dat we kennen. Dat maakt het evangelie van vandaag ons ook duidelijk. Als Jezus voor Pilatus staat, zegt hij dat helder en klaar: mijn koningschap is niet van deze wereld.
Zoals hij in zijn preken wel vaker dingen op zijn kop zette, zo deed hij dat hier ook met het begrip koningschap. Niet een koningschap van macht en gezag, maar eerder een soort koningschap van een kwetsbaar kindje, dat de zorg van zijn ouders nodig heeft. Hij is een koning die niets afdwingt en niets oplegt aan zijn onderdanen, maar die hen steeds weer van harte uitnodigt en oproept om toch zorg en aandacht te hebben voor de kleinen en zwakken. Hij is niet een koning die de eerste is, de voornaamste, maar een dienaar die de laatste is en zich dienstbaar maakt aan de anderen.
Dit feest van Christus Koning staat op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, als een soort visioen van de toekomst, een droom van wat eens waarheid zal worden, namelijk dat Christus' Koninkrijk heel de mensheid zal omvatten. Dit beeld roept heel gemakkelijk een gevoel van triomfalisme op, zoals de eerste lezing van vandaag ook heel sterk suggereert: Jezus zal alle kwade krachten overwinnen, hij triomfeert over alles. Dan is hij Heer en Meester van alle mensen.
Zo is het in het verleden ook vaak voorgesteld. Maar wie het zo ziet, heeft niets begrepen van wat Jezus zei: mijn koningschap is niet van deze wereld, dat heeft niets te maken met de macht en de pracht en praal zoals we dat kennen van het aardse koningschap. Het gaat hier om de droom dat het ooit eens zal gebeuren dat alle mensen die oproep tot dienstbaarheid aan elkaar ook daadwereklijk zullen waar maken aan elkaar. Dat mensen niet langer vechten om macht, invloed, geld en goed, dat zij niet langer geleid worden door afgunst en jaloezie, maar dat zij van harte begaan zijn met het welzijn van medemensen, en dat zij alles doen om samen een gemeenschap te vormen waarin iedereen welkom is en niemand wordt buitengesloten.
Het is een droom. En dromen zijn bedrog, zegt men wel. Je kunt je eigenlijk niet voorstellen dat die droom ooit werkelijkheid kan worden. En toch, als we zeggen te geloven in de blijde boodschap van Jezus, dan moeten we in zijn geest toch werken aan een stukje verwerkelijking van die droom van dat koninkrijk van liefde en dienstbaarheid.
Als je zegt; het haalt toch niets uit, dan gebeurt er niets. En elk klein stapje in de goede richting, hoe minimaal ook, is de moeite waard. Een kind kun je zien groeien, niet per minuut of per uur maar wel per maand, per jaar. Het koninkrijk van Christus kunnen we niet zien groeien, hoe graag we ook zouden willen. Maar ook als we niets zien, wil dat nog niet zeggen dat er helemaal geen groei is en dat die droom van een betere wereld bedrog is. En die droom moet wel de motor zijn die ons in beweging houdt op de goede weg.