Feest van Christus Koning (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden

Er was eens een jongen die Willy heette. Toen hij een jaar of vijf was, vroeg men hem: "Wat wil je later worden?" "Koning", zei hij zonder aarzeling. Zijn vader en moeder lachten er eens om. Die kinderfantasie ging vanzelf weer over, dachten ze.
Toen hij in groep acht zat werd hem weer eens gevraagd wat hij wilde worden. En weer zei hij zonder aarzeling: "Ik word koning". Heel de klas lachte hem uit, en omdat ze wel van pesten hielden werd Willy in het vervolg altijd koning genoemd.
Toen hij 16 was, moest hij aangeven wat hij verder wilde leren. En weer kwam de vraag: "Wat wil je worden?" En het antwoord was weer: "Ik wil koning worden!" Weer werd hij uitgelachen en voor gek verklaard.
Toen hij achttien was ging hij bij het gilde en bij het eerste koningschieten schoot hij het laatste stukje van vogel naar beneden en was hij koning. "Dat heb ik nu altijd gewild," zei hij.
Het is een verhaaltje met een kronkel maar diezelfde kronkel zit ook in het evangelie van vandaag. We hoorden dat Jezus voor Pilatus stond op de beschuldiging dat hij koning wilde worden. En Pilatus dacht daarbij aan een man met macht, en dus een bedreiging voor zijn macht en gezag.
Uit andere evangelie verhalen blijkt wel dat er ook onder zijn leerlingen meerderen waren die in Jezus een nieuwe koning zagen , een machthebber die de Romeinse bezetters het land uit zou jaren.
Jezus kan dan wel dan wel koning genoemd worden, maar totaal anders dan Pilatus en zijn tijdgenoten een koning zagen. En in de man die voor hen stond, zagen ze helemaal niets koninklijks, daarom lachten ze hem ook uit en spotten ze met zijn koningschap.
Maar Jezus maakt duidelijk dat zijn koningschap niets te maken had met macht en gezag, met pracht en praal. Zijn koninklijke waardigheid lag in de liefde die hij uitstraalde, de manier waarop hij mensen inspireerde het goede te doen.
Je kunt zijn koningschap vergelijken met een pasgeboren kind. Dat is ook een beetje de koning in huis. Hij of zij wordt op zijn wenken bediend door vader en moeder. Als je wat wil hebben, drinken of een knuffel, dan huil je maar even flink en je krijgt, meestal, wat je wilt. Iedereen buigt voor je, iedereen probeert het je naar de zin te maken. Je hebt als baby iedereen in je macht.
Dat is natuurlijk een beetje overdreven. Maar het is wel een persoontje waar alles om draait, of in elk geval heel veel. En de macht van een kindje heeft niets te maken met wat we normaal onder macht verstaan. Je zou het de macht van de liefde kunnen noemen, die liefde die het kind oproept, de liefde die het geeft, zonder woorden, zonder daden, maar gewoon door er te zijn.
Als Jezus vandaag gevierd wordt als koning van het heelal, dan wordt er gedroomd van een verre toekomst, van een tijd waarin hij een figuur is waarom alles draait, niet als machthebber maar als inspirerende en motiverende persoon.
Dan wordt er gedroomd van iemand die zoveel liefde oproept dat hij een bindende factor is in de wereld, juist zoals een baby dat is in een gezin. En als wij die koning willen dienen dan moeten we dat doen door zijn koninklijke weg van dienstbaarheid en liefde geven te gaan, ieder van ons in zijn eigen levenssituatie, ouders naar hun kinderen toe, kinderen naar hun ouders toe, buren jegens buren, dorpsgenoten jegens dorpsgenoten.
Alleen als we zo met elkaar omgaan, heeft het feest van vandaag zin, anders is het eerder een bespotting van wat Jezus echt bedoelde.