INRI, De koning van Goede Vrijdag (Joh. 18,33-37)

Een zieke zei dat zij heel veel vertrouwen had in Henri. Bij een vraag om verduidelijking bleek het over Jezus te gaan en over het kruisbeeld met het opschrift INRI. Dit opschrift hangt bovenaan vele kruisbeelden. INRI, verwijst naar de Latijnse zin: Jezus Nazarenus, Rex Iudaeorum (Jezus van Nazareth, koning der Joden).

Het is Pilatus die wou dat dit opschrift op de kruisbalk kwam (Joh. 19,19).Was dit bij Pilatus het gevolg van zijn gesprek met Jezus? De ontmoeting met Jezus liet hem niet onverschillig. Het opschrift stond geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks. Erkende Pilatus daarmee het universeel koningschap van Jezus?

Jezus en Pilatus

Het is een heel bijzondere episode in het passieverhaal. Pilatus, een machtig man op de rechterstoel, voor hem een beklaagde met een grote aanhang in Galilea, die invloed had op mensen, maar die in conflict was met priesters van de tempel, met de tempelaristocratie. Hij was beschuldigd wegens blasfemie omdat hij zich doorgaf als zoon van God.

Pilatus kan beslissen over het leven of de dood. Jezus, de aangeklaagde. staat stil en berustend tegenover de landvoogd. Deze wil nu uit de mond van Jezus horen of hij koning is, al kan hij maar moeilijk aannemen dat een man zonder troepen, verlaten door zijn volgelingen, uitgejouwd door een menigte koning zou zijn. Hij houdt hem wellicht voor een religieuze dweper. Jezus zegt dat zijn koningschap niet van deze wereld is. Hij staat in dienst van de waarheid. “Ik ben geboren om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg” (Joh. 18,37).

Pilatus antwoordt hierop met de vraag: “Maar wat is waarheid?” Misschien wordt hij hierom te vlug als scepticus afgeschilderd. “Wat is waarheid?” Onze eigen waarheid? De waarheid van de machtigen en van hen, die de wet bepalen? Jezus wijst op de waarheid in een rijk dat groeit niet door geweld en door wapens, maar in liefde en barmhartigheid.

De scène tussen Jezus en Pilatus is prachtig verbeeld in een beeldengroep van de Sagrada Familia in Barcelona. Naast Christus, met gekwelde blik fier rechtop, zit een gebogen Pilatus, bijna even gekweld, in de houding van de penseur, gepijnigd door de vraag 'Wat is waarheid?'. Namens de keizer moet híj als eerste antwoorden. Hij is het immers die de waarheid bepaalt. Zo wordt in de machteloze Jezus de machtige waarheid geconfronteerd met haar beperking (Dagblad Trouw).

Jezus zegt dat hij de waarheid dient. Deze komt van God, die licht is. Heeft deze nog een plaats waar de meerderheid uitmaakt wat waar en onwaar is, goed en kwaad? “Wat is waarheid? Die vraag heeft niet alleen Pilatus als onbeantwoordbaar en voor zijn taak onbruikbaar terzijde geschoven. Hij wordt ook vandaag zowel in het politieke debat als in het debat over de vormgeving van het recht meestal als storend ervaren. Maar zonder waarheid leeft de mens zichzelf voorbij en hij ruimt uiteindelijk het veld en laat het over aan de sterkeren. ‘Verlossing’ in de volle betekenis van het woord kan alleen daarin bestaan dat de waarheid herkenbaar wordt. En ze wordt herkenbaar als God herkenbaar wordt. Hij wordt herkenbaar in Jezus Christus. In Hem is God in de wereld binnengekomen en Hij heeft zodoende de norm van de waarheid in de geschiedenis vastgelegd. De waarheid is van buitenaf gezien machteloos in de wereld, zoals Christus volgens de maatstaven van de wereld machteloos is. Hij heeft geen legioenen. Hij wordt gekruisigd. Maar net zo, in zijn onmacht, heeft Hij macht en alleen zo wordt waarheid telkens opnieuw macht” (J. Ratzinger, Jezus van Nazareth, dl. 2, p. 176).

Ecce homo

Pilatus vindt geen schuld in Jezus. Hij laat hem niettemin geselen. Jezus wordt door soldaten bespot en belachelijk gemaakt. Na door hen gegeseld te zijn, krijgt Jezus een kroon van doorntakken op het hoofd gezet en werd hij met een purperen mantel bekleed. Zij leiden hem daarna terug naar Pilatus. Pilatus toont hem aan de menigte en zegt in hem geen schuld te vinden.

Ece homo! Bekijk die man. Het is een man van smarten, De kunst toont ontroerende beelden van Jezus op de koude steen. Het lijkt paradoxaal om in deze man van smarten een koning te zien. Goede Vrijdag, de dag van Christus koning!

 

De koningsvanen gaan vooraan

’t geheim des kruises grijpt ons aan,
dat op het schandhout uitgespreid
de Schepper als een schepsel lijdt.

Zijn handen heeft Hij uitgestrekt,
zijn voeten zijn met bloed bedekt;
opdat Hij ons ter hulpe kwam
is Hij geofferd als een lam.

Het harde ijzer van de speer
stak in de zijde van de Heer,
opdat het water en het bloed
ons reinigde in overvloed.

Wat David in zijn vrome lied
voorspeld heeft, dat is nu geschied.
Hij heeft de volkeren geleerd
dat God vanaf het hout regeert.

Vexilla regis, vertaling J.W. Schulte Nordholt

Thomas Halik wijst er graag op dat hij het christendom beschouwt als de religie, de godsdienst van de paradoxen. De volle werkelijkheid omvat volgens hem niet alleen het licht van de dag, maar ook het duister van de nacht. Zijn verstaan van het christendom maakt het hem zelfs mogelijk om niet alleen de waarheid van het geloof aan te nemen, maar ook een zekere waarheid van het ongeloof (Anselm Grün en Thomas Halik, Geloven op de tast p. 68).

“Als ik een echte leerling van Christus wil zijn, kan ik mijn oren niet dichtstoppen voor Jezus’ pijnlijke schreeuw aan het kruis. Ik verwacht van het geloof niet alleen antwoorden, maar ook de moed om in de open ruimte van de vragen te blijven, in de donkere wolken van het geheimenis.”

“Ik kon het christendom verstaan en meebeleven door het meeleven met het ritme van het liturgische jaar en door de cyclische lezing van de bijbelverhalen in de liturgie. Hierin wisselen de vastentijd en Pasen, advent en Kerst, het licht op de berg Tabor en de duisternis van Getsemane, de kribbe en het kruis, het kruis en de opstanding elkaar af. Op de vraag van Pilatus antwoordde ik niet met een relativistische scepsis ten opzichte van de waarheid, maar met de verwijzing naar de onuitputtelijke diepte en veelvoudigheid van de waarheid van het christendom: de waarheid van Goede Vrijdag is een andere dan de waarheid van de paasmorgen – en toch horen ze beiden bij de waarheid van het leven” (Anselm Grün en Thomas Halik, op. cit., p. 68-69).

In de man ter dood veroordeeld en gestorven op Goede Vrijdag eren we Jezus Christus, de eerstgeborene van de doden, de vorst van de koningen der aarde. Hij is begin en einde, alfa en omega (Apok. 1,5-9). Die liturgie van het feest van Christus Koning verbindt Goede Vrijdag met het hemels visioen uit het boek van de Openbaring. Wij aanvaarden de paradox, dat God van op een kruis regeert! Wij delen in zijn koningschap, wanneer we leven naar zijn waarheid, werken aan het goede, opkomen voor gerechtigheid, vrede en liefde.

In de prefatie van het feest van Christus Koning danken we de Vader, omdat Jezus zichzelf heeft gegeven op het kruis; omdat Hij alles heeft volbracht om onze vrede te worden. Hij maakt de wereld tot een nieuwe schepping. Hij verwerft voor God een koninkrijk van waarheid, heiligheid en liefde, recht en gerechtigheid, een koninkrijk van vrede.