Evangelieprikje 2015

Vandaag vieren we als geloofsgemeenschap “Christus, Koning van het heelal”. Wat kan zo’n feest nog betekenen anno 2015? Er zijn uiteraard veel Chiro-groepen die dat uitgebreid vieren maar of ze in hun beleving Christus ook echt als koning hebben, dat is een andere vraag. Als we Jezus de titel “Koning van het heelal” geven, lijkt Hij trouwens zo weggelopen uit de Star Wars –saga, waarin Hij waarschijnlijk neergezet zou worden als een machtig Jedi-krijger in wie “the force” sterk aanwezig is. De waarden die deze futuristische krijgers verdedigen zijn trouwens een mengeling van boeddhistische en christelijke waarden. Maar dat alles heeft weinig te maken met het feest dat we vandaag vieren, een feest dat trouwens later uitgevonden werd. Met wat dit feest dan wel te maken heeft? Het evangelie heeft ons enkele hints.

Vooreerst even stellen dat we grote vraagtekens mogen stellen bij de historiciteit van het gesprek dat we vandaag als evangelie lezen. Er heeft zeker een gesprek plaatsgevonden tussen Jezus en Pilatus maar dat zal eerder van het niveau van een Witse-ondervraging geweest zijn dan het diepgaand gesprek dat we in het evangelie krijgen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat het niet waar is, het is de neerslag van een visie op Jezus’ koningschap van enkele eerste christenen. Blijkbaar was het ook toen al nodig om eens duidelijk te stellen wat het koningschap van Jezus wel en niet inhoudt. Sommige dingen veranderen dus blijkbaar niet.

Als er uit dit evangelie één ding blijkt, dan is het wel dat Jezus en Pilatus “koningschap” anders invullen. Was Jezus een koning geweest zoals Pilatus het bedoelde en zoals veel mensen het vandaag nog altijd begrijpen, dan was het iemand met veel macht, die aan het hoofd van een leger stond. Laat het duidelijk zijn: Jezus stond niet aan het hoofd van een leger, heeft ook nooit de bedeoling gehad een opstand tegen de Romeinen te leiden bijvoorbeeld. Ook als was dat iets wat sommigen van Hem verwachten en Hem zelfs kwalijk namen toen bleek dat Hij het niet zou doen.  Vandaar ook dat christenen nergens ter wereld aan het vechten zijn om een christelijke staat uit te roepen, dat is nooit Jezus’ bedoeling geweest. De evangelist laat Jezus zeggen dat Zijn koningschap niet van deze wereld is. Een gevaarlijke uitspraak want ze kan vlug verkeerd begrepen worden als een koningschap dat niks met deze wereld te maken heeft of nog erger: christenen moeten zich buiten de wereld plaatsen. Niet van deze wereld wil hier gewoon zeggen dat we het niet mogen begrijpen als een koningschap gestoeld op macht.

Wat wordt er dan wel mee bedoeld? Jezus is Koning om te kunnen getuigen van de waarheid. Het gaat hier dus om een koningschap dat wil dienen. Jezus wil zelfs de waarheid niet opleggen, dat zou ingaan tegen de vrijheid van de mens, Hij wil er van getuigen. Maar waarheid, wat is dat? In onze democratie horen we in de parlementen vaak volksvertegenwoordigers elkaar er aan herinneren dat de waarheid ook zijn rechten heeft. Ze verwijzen dan naar een waarheid van verifieerbare feiten die niet echt lijkt te bestaan, want de waarheid van de meerderheid en die van de oppositie verschilt nogal eens van elkaar. Jezus’ waarheid is van een andere aard. Jezus is ons komen vertellen wie God wil zijn voor ons. Die waarheid botste wel eens met andere godsopvattingen, maar het is een bevrijdende opvatting. God werd tot dan vaak voorgesteld als een soort koning met macht waar je bang moest voor zijn. Het eerste testament staat er vol van. Jezus zet die verhalen in een andere context, iets waar Verhulst in zijn nieuwe boek wel eens rekening had mogen mee houden. De God die Jezus ons wil laten kennen is nog altijd de God die zich “Ik zal er zijn voor jou” laat noemen. Het gaat dus om een God die relatie zoekt met mensen, die ten dienst wil staan van mensen maar die ons ook oproept om hetzelfde te doen. Op het einde van de tijden zal het die Koning zijn die ons zal oordelen. Hij zal kijken hoe wij Hem gediend hebben toen we Hem konden herkennen als dakloze, vreemdeling, hongerige, .... Jezus als koning aanroepen heeft dus alles te maken met Hem volgen. De Koning als de leider die de marsrichting aangeeft, geen marsrichting die ten strijde trekt om macht te verwerven, maar wel één die ten strijde trekt tegen onrecht zonder daarbij welsiwaar geweld te gebruiken. Kunnen wij ons daar in herkennen? Is Jezus’ waarheid ook onze waarheid? Herkennen en erkennen we Hem als Gods ultieme boodschapper en geloven we dus dat God zichzelf geeft aan ons als gebroken brood? Geloven we dat zo diep dat we zelf ook proberen gebroken brood te zijn voor de “hongerigen” van vandaag? In dat geval, leve de koning!