Paus Franciscus, een keuze voor de armen

De avond van 13 maart 2013 bracht een grote verrassing. Het conclaaf had een kardinaal uit Argentinië gekozen om paus Benedictus XVI op te volgen. Jorge Maria Bergoglio (°1936) verrast als nieuwe bisschop van Rome meteen door de keuze van zijn naam Franciscus. Hij is de eerste jezuïet in de geschiedenis die tot paus gekozen werd.

De keuze van een naam

Deze naam had kunnen verwijzen naar de jezuïet Franciscus Xaverius, de grote missionaris in Azië. Maar kardinaal Bergoglio koos voor de naam van Franciscus van Assisi. Zijn buur tijdens het conclaaf was kardinaal Hummes, een franciscaan, die hem tijdens de telling van de stemmen op het hart drukte: “Vergeet de armen niet.” In een gesprek met journalisten zei paus Franciscus daarover: “Die woorden kwamen tot mij: de armen, de armen. Toen dacht ik direct aan Franciscus van Assisi. Franciscus is de man van de vrede. Dat is hoe de naam in mijn hart op sprong: Franciscus van Assisi. Voor mij is hij de man van de armoede, de man van de vrede, de man die liefheeft en de schepping beschermt. Deze dagen hebben we geen te beste relatie met de schepping. Hij is de man die ons deze geest van vrede geeft, de arme man. Wat zou ik graag een kerk willen die arm is en voor de armen!”

Voorkeursliefde

Vijftig jaar geleden in 1968 had in de Colombiaanse stad Medellín de Latijns Amerikaanse bisschoppenconferentie plaats, waar de kerk haar voorkeursliefde voor de armen uitsprak. Vanuit zijn ervaring in Buenos Aires kent de paus de zorgen van de armen. Hij vergeet hen niet en hij maakt gans de kerk attent dat haar voorkeur naar de periferie moet gaan. Daarvan heeft hij zelf al veel voorbeelden gegeven, zoals zijn reis naar de vluchtelingen op Lampedusa en op het eiland Lesbos.

De armen, ze zijn dicht bij onze deur en ze zijn tot op het Sint-Pietersplein in Rome. Op 3 augustus 2013 benoemde paus Franciscus de Poolse priester Konrad Krajewski (° 1963) tot apostolisch aalmoezenier van het Bureau voor Pauselijke Liefdadigheid. Onder zijn impuls zijn al allerhande initiatieven genomen voor daklozen: installeren van douches, het bezorgen van slaapzakken, een kapperssalon, het organiseren van maaltijden. De pauselijke aalmoezenier is in juni 2018 opgenomen in het college van kardinalen. De paus wil daarmee uitdrukken dat opkomen voor de armen even belangrijk is als instaan voor de geloofsleer.

Roep uit het evangelie

De armen staan in het hart van het de kerk. “Hij heeft mij gezonden om aan de armen de Blijde Boodschap te brengen” (Lc. 4,18); “Zalig die arm zijt, want aan u behoort het rijk Gods” (Lc. 6,20). Twee sterke zinnen uit het evangelie, die komen uit de mond van Jezus. Lucas, die ons begeleidt in het leesjaar C, heeft veel aandacht voor de armen. Hij heeft ons de parabel gegeven van de rijke vrek en de arme Lazarus (Lk 16,19-31). De schrijver van de Jacobusbrief houdt zijn lezers de aanwezigheid van de armen voor ogen.

“Ons geloof in Christus verplicht ons om bij te dragen tot de integrale ontwikkeling van wie verlaten is in de maatschappij.” Paus Franciscus zegt dit heel duidelijk in zijn brief van november 2013 Evangelii Gaudium, de Vreugde van het evangelie. Daarin verwerkt hij de conclusies van de bisschoppensynode over de evangelisatie. In deze brief komt zijn zorg voor de armen heel uitdrukkelijk naar voren.

Deze keuze voor de armen ligt vervat in het geloof in Jezus Christus die voor ons arm is geworden om ons door zijn armoede rijk te maken. “Daarom wil ik een arme Kerk voor de armen. Zij hebben ons veel te leren. Zij kennen met hun eigen lijden de lijdende Christus. Het is noodzakelijk dat wij ons allen door hen laten evangeliseren. De nieuwe evangelisatie is een uitnodiging om de reddende kracht van hun leven te erkennen en dit in het middelpunt van de weg van de Kerk te plaatsen. Wij zijn geroepen Christus in hen te ontdekken, hun onze stem te lenen in hun aangelegenheden, maar ook hun vrienden te zijn, naar hen te luisteren, hen te begrijpen en de mysterieuze wijsheid aan te nemen die God ons door middel van hen wil meedelen (Evangelii gaudium, n° 198).

Werken aan sociale rechtvaardigheid.

De zorg voor de armen is ook besef hebben van structuren die bijdragen tot het verarmen. De paus heeft al vaak de neoliberale economie gehekeld die hij hiervoor verantwoordelijk acht. “Zolang de problemen van de armen niet radicaal opgelost worden door de absolute autonomie van de markten en de financiële speculatie te verwerpen en door de structurele oorzaken van ongelijkheid aan te pakken, zal geen oplossing worden gevonden voor de problemen van de wereld. Ongelijkheid is de wortel van sociale onrecht” (E.G. 201-202).

In mei 2015 publiceerde paus Franciscus de encycliek Laudato si’, Geprezen zijt Gij. Over de zorg voor het gemeenschappelijk huis. Het is geen groene encycliek, maar een sociale encycliek door de band die de paus legt tussen de klacht van de aarde en de klacht van de armen. Een ongebreidelde stijging van de consumptie en groei van het kapitalisme hebben gevolgen voor de armen, vooral in de landen in ontwikkeling. Met deze uitspraken maakt de paus zich geen vrienden in bepaalde kringen en krijgt hij kritiek. De mens mag de natuur niet uitbuiten, maar hij zal ze behoeden.

Dragers van hoop.

De paus noemt de armen dragers van hoop. “Hoop is niet de deugd van mensen met een volle maag. Dat is de reden waarom altijd al de armen de belangrijkste dragers van de hoop zijn. In die zin mogen we zeggen dat de armen, ook de bedelaars, de hoofdrolspelers van de Geschiedenis zijn. Om naar de wereld te kunnen komen heeft God hen nodig gehad: Jozef en Maria, de herders van Bethlehem. In de nacht van de eerste Kerstmis was er een wereld die sliep, neergevlijd in talloze verworven zekerheden. Maar in het verborgene bereidden de nederigen de revolutie van de goedheid voor. Ze waren arm op alle gebied, sommigen, kwamen nauwelijks over de drempel van de overleving maar ze bezaten het kostbaarste bezit op aarde, namelijk: de wil om te veranderen” (catechese over de hoop, audiëntie 27 sept. 2017).

Werelddag

Paus Franciscus nam bij het einde van het jaar van de barmhartigheid een nieuw initiatief. De voorlaatste zondag van het kerkelijk jaar zal voortaan de werelddag van de armen zijn. Op de feestdag van Sint Antonius 2018 maakte hij zijn boodschap voor de tweede Werelddag voor de armen bekend. Het motto is een zin uit psalm 34: “Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer Eenmaal stillen de armen hun honger” (Ps. 22, 27).

In oktober hebben we al een werelddag van strijd tegen de armoede, een initiatief van ADT-Vierde wereld, waar de Parijse priester Joseph Wresinski aan de oorsprong van staat. Tijdens de advent hebben we de jaarlijkse campagne van Welzijnszorg Samen tegen armoede.

De zorg van de paus mag ons niet onverschillig laten. Welke blik hebben we op de armen? Zien we hen? Ondersteunen we organisaties die zich inzetten voor armen en voor de bestrijding van armoede, zoals Poverello, Beweging voor mensen met ene laag inkomen, Nativitas, vzw ArmenTeKort? Zijn we waakzaam voor de uitwassen van de economie? Hoe dragen we bij aan de verdelende rechtvaardigheid, hoe gaan we om met de herverdeling van de goederen, hoe reageren we zelf tegen de verspilling van goederen?

Naast de plicht om structurele oorzaken van armoede te elimineren hebben we de plicht om via kleine daden van dagelijkse solidariteit de noden van de armen te lenigen in direct contact met hen.

Antoine Rubbens

 

Paus Franciscus voor de tweede Werelddag voor de armen.

33e zondag door het Jaar, 18 nov. 2018

Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer” (Ps. 34, 7). De woorden van de psalmist worden ook de onze op het ogenblik dat wij geroepen zijn om de verschillende omstandigheden van lijden en marginalisering onder ogen te zien waarin zoveel broeders en zusters leven die wij gewoonlijk aanduiden met de algemene term “armen”.

De psalm karakteriseert de houding van de arme en zijn verhouding met God met drie werkwoorden. Het eerste is: “roepen”. De toestand van armoede kan niet met één woord worden beschreven, maar wordt een kreet die door de hemelen heen gaat en God bereikt. Wat drukt de kreet van de arme anders uit dan zijn lijden en eenzaamheid, zijn desillusie en hoop? Wij kunnen ons afvragen: hoe kan het dat deze kreet, die omhoog stijgt tot voor Gods aanschijn, onze oren niet bereikt en deze ons onverschillig en onaangedaan laat? Op een Dag als deze zijn wij geroepen tot een ernstig gewetensonderzoek om te begrijpen of wij werkelijk in staat zijn om naar de armen te luisteren.

Wij hebben behoefte aan de stilte van het luisteren om hun stem te herkennen. Als wij teveel praten, zullen wij er niet in slagen naar hen te luisteren. Ik ben vaak bang dat veel initiatieven, hoe prijzenswaardig en noodzakelijk ook, meer erop gericht zijn om onszelf te behagen dan om werkelijk de kreet van de arme gewaar te worden. In dat geval is, op het ogenblik dat de armen hun kreet laten horen, de reactie niet consequent: niet in staat om aan te sluiten bij hun toestand. We zijn zo verstrikt geraakt in een cultuur die ertoe verplicht naar onszelf in de spiegel te kijken en bovenmatig voor onszelf te zorgen, dat we van mening zijn dat een gebaar van altruïsme voldoende kan zijn om de mensen tevreden te stellen zonder ons direct in gevaar te brengen.

Een tweede werkwoord is “antwoorden”. De Heer, zo zegt de psalmist, luistert niet alleen naar de kreet van de arme, maar Hij antwoordt.

Het antwoord van God aan de arme is altijd een ingreep van heil om de wonden van ziel en lichaam te helen, om de gerechtigheid te herstellen en te helpen het leven met waardigheid weer op te nemen. Het antwoord van God is ook een oproep voor wie ook maar in Hem gelooft, om evenzo te doen binnen de grenzen van het menselijke.

 

De Werelddag van de Armen wil een klein antwoord zijn dat vanuit de hele, over de wereld verspreide, Kerk zich richt tot alle armen van ieder land, opdat zij niet denken dat hun kreet in het luchtledige is terechtgekomen. Waarschijnlijk is het als een druppel water in de woestijn van de armoede; maar toch kan het een teken van samen delen zijn voor hen die in nood verkeren, om de actieve aanwezigheid te voelen van een broeder en een zuster. De armen hebben geen behoefte aan een daad van delegeren, maar aan een persoonlijke betrokkenheid van allen die luisteren naar hun kreet. De zorg van de gelovigen mag zich niet beperken tot een vorm van bijstand - hoe noodzakelijk en gepast op het eerste ogenblik ook -, maar vereist de “aandacht van liefde” die de ander als persoon eert en zijn welzijn zoekt.

Een derde werkwoord is “bevrijden”. De arme van de Bijbel leeft met de zekerheid dat God ten gunste van hem ingrijpt om hem zijn waardigheid terug te geven. Armoede wordt niet gezocht, maar veroorzaakt door egoïsme, hoogmoed, hebzucht en ongerechtigheid. Kwaden die zo oud zijn als de mens, maar nog altijd zonden die zoveel onschuldigen treffen en leiden tot dramatische maatschappelijke consequenties. De handeling waarmee de Heer bevrijdt, is een daad van heil voor al degenen die Hem hun verdriet en angst hebben getoond. De gevangenschap van de armoede wordt doorbroken door de kracht van Gods ingrijpen. Veel psalmen vertellen en vieren deze heilsgeschiedenis die een bevestiging vindt in het persoonlijke leven van de arme. Gods heil neemt de vorm aan van een naar de arme uitgestoken hand, die opname aanbiedt, beschermt en het mogelijk maakt de vriendschap te voelen waaraan hij behoefte heeft.

Het ontroert mij te weten dat zoveel armen zich hebben vereenzelvigd met Bartimeüs, over wie de evangelist Marcus het heeft (Mc. 10, 46).

Op deze Werelddag worden wij uitgenodigd een concrete vorm te geven aan de woorden van de psalm: “De armen zullen eten en verzadigd worden” (Ps. 22,27). In veel bisdommen is dit een ervaring geweest die afgelopen jaar de viering van de Eerste Werelddag van de Armen heeft verrijkt. Velen hebben de warmte van een huis gevonden, de vreugde van een feestmaal en de solidariteit van allen die hun tafel op een eenvoudige en broederlijke wijze hebben willen delen.

Ik zou graag willen dat ook dit jaar en in de toekomst deze Dag zou worden gevierd in het teken van de vreugde voor het hervonden vermogen om samen te zijn. Samen in gemeenschap bidden en op zondag de maaltijd delen, het is een ervaring die ons terugbrengt naar de eerste Christengemeenschap in Jeruzalem (Hand. 2, 42.44-45).

De christelijke gemeenschap onderneemt iedere dag talloze initiatieven om een teken van nabijheid en troost te bieden in vele vormen van armoede die wij voor ons zien. Vaak slaagt de samenwerking met andere instanties die niet door het geloof, maar door menselijke solidariteit worden bezield, erin om hulp te bieden die wij alleen niet zouden kunnen verwezenlijken. Erkennen dat in de immense wereld van de armoede ook onze inbreng beperkt, zwak en onvoldoende is, leidt ertoe de handen uit te strekken naar anderen, opdat wederzijdse samenwerking op de meest doeltreffende wijze haar doel kan bereiken. Wij worden door het geloof en het imperatief van de naastenliefde gedreven, maar wij weten andere vormen van hulp en solidariteit te erkennen die gedeeltelijk dezelfde doelen voor ogen hebben, mits wij maar niet hetgeen ons eigen is, verwaarlozen, namelijk allen naar God en tot heiligheid brengen. De dialoog tussen de verschillende ervaringen en de nederigheid om onze medewerking zonder enige geldingsdrang te verlenen is een passend en volledig evangelisch antwoord dat wij kunnen verwezenlijken.

De armen hebben geen behoefte aan geldingsdrang, maar aan liefde die zich weet te verbergen en het goede dat men gedaan heeft, weet te vergeten. De ware hoofdrolspelers zijn de Heer en de armen. Wie zich dienstbaar opstelt, is een instrument in de handen van God om zijn tegenwoordigheid en heil te doen erkennen. De heilige Paulus herinnert de christenen van Korinthe daaraan. Ze wedijverden onder elkaar in charisma’s en zochten daarbij naar de meest aanzienlijke. Hij schrijft: “het oog kan niet tot de hand zeggen: ‘ik heb je niet nodig’, en evenmin het hoofd tot de voeten: ‘ik heb je niet nodig’” (1 Kor. 12, 21). De apostel maakt een belangrijke overweging, wanneer hij opmerkt dat de ledematen van het lichaam die het zwakst lijken, het noodzakelijkst zijn.

Terwijl Paulus een fundamenteel onderricht geeft over de charisma’s, voedt hij de gemeenschap ook op tot een evangelische houding ten opzichte van haar zwakste en meest behoeftige leden. Gevoelens van verachting en piëtisme jegens hen dienen ver te zijn van de leerlingen van Christus: zij zijn veeleer geroepen hun eer te brengen, hun voorrang te geven, ervan overtuigd dat zij een werkelijke aanwezigheid zijn van Jezus te midden van ons. “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor mij gedaan” (Mt. 25, 40).

Mijn medebroeders bisschoppen, de priesters en in het bijzonder de diakens, aan wie de handen zijn opgelegd voor de dienst aan de armen samen met de Godgewijde personen en zoveel mannelijke en vrouwelijke leken die in parochies, verenigingen en bewegingen het antwoord van de Kerk op de kreet van de armen tastbaar maken, nodig ik uit om deze Werelddag te beleven als een bevoorrecht ogenblik van nieuwe evangelisatie. De armen evangeliseren ons door ons te helpen iedere dag de schoonheid van het Evangelie te ontdekken. Laten wij deze gelegenheid van genade niet in het luchtledige doen verdwijnen. Laten wij ons allen schuldenaars ten opzichte van hen voelen, opdat door elkaar de hand te reiken de heilzame ontmoeting tot stand komt die het geloof ondersteunt, de liefde concreet maakt en de hoop in staat stelt zeker verder te gaan op de weg naar de Heer die komt.” Paus Franciscus

Voor de volledige tekst zie: RKDocumenten.nl. Werelddag armoede