Hij zal zijn uitverkorenen verzamelen

 

Apocalyps of nieuwe tijd? Een kantelende tijd is een uitdaging. De apocalyptische taal uit het boek Daniël en in het evangelie van Marcus is bedoeld als een woord van hoop. Die taal kan helpen om meer gevoelig te worden voor de eindigheid van de schepping en tevens voor onze opdracht mee toekomst te maken.

Onzekerheid

Het gevoel van onveiligheid is groot. Het is een van de publieke thema’s die niemand onverschillig laat. Onveiligheid is een risico verspreid over alle groepen heen. De liturgie spreekt in teksten met een apocalyptische tint over de verschrikkingen van de laatste dagen en over het aanbreken van het oordeel. Is dit koren op de molen van angst en onveiligheid?

Er zijn perioden geweest waar de verkondiging gretig het thema angst hanteerde. Dit was niet zozeer rondom het jaar duizend als wel in de periode tussen de veertiende en zeventiende eeuw. De Franse historicus Jean Delumeau heeft dit voldoende aangetoond in zijn werk over de geschiedenis van de angst in het Westen La peur en Occident, XIV°-XVIII° siècles, Parijs, 1978.

De twintigste eeuw was een eeuw van grote verschrikkingen (Erich Hobsbawn, Age of Extremes). Een lange lijst, met vooraan twee wereldoorlogen maar evenzeer de oorlogen in de Balkan, in de Kaukasus, de gruweldaden van de Kmers in Cambodja; de volkerenmoord in Armenië, in Rwanda, de Shoah, de uitroeiing van de joden; natuurrampen zoals aardbevingen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen. Ons geheugen is echter heel kort. Het ongeluk dat wij zelf niet meemaken, vergeten wij zo vlug. En de eenentwintigste eeuw heeft al voor veel leed gezorgd: de aanval op de Twin-towers, de oorlog in Afghanistan, El Quada, de korte Arabische lente, de opkomst van de IS, de bankencrisis, de vluchtelingenstroom. Onrust in Europa over kansen van een Grexit en een Brexit. Zorg om het klimaat.

Zoals de bladzijden over de schepping in Genesis geen informatie geven over het ontstaan van de wereld, zo zegt de bijbel evenmin iets hoe het einde zal verlopen. De gelovige boodschap houdt in dat de wereld schepping is, dat God het eerste woord heeft en dat Hij het laatste woord heeft.

God heeft het laatste woord,

Wat Hij van oudsher zeide,

wordt aan het eind der tijden

in heel zijn Rijk gehoord.

God staat aan het begin

en Hij komt aan het einde.

Zijn woord is van het zijnde

oorsprong en doel en zin.

(Z.J., 541)

De liturgie informeert niet. Ze zegt niettemin dat wij de tekenen van de tijd moeten lezen. Alles wat gebeurt, bevraagt ons en kan ons onderrichten.

Eindigheid

Het lezen van de tekenen staaft ons in het besef van onze eindigheid en deze van de wereld. De wereld eindigt elk moment voor iemand. Elk vooruitgangsoptimisme te spijt, leven wij in een wereld die eindig is en broos, bedreigd in zijn voortbestaan. Zijn wij niet alle geraakt door een plots ongeval, zoals scheeprampen en vliegtuigrampen? Staan wij niet stil bij het overlijden van leeftijdgenoten, bij dit van vrienden en bekenden, zeker wanneer deze jonger zijn dan wijzelf? Komt ons dan niet het oude gezegde over de lippen: Gedenk o mens dat u van stof zijt?

De liturgie wil ons tot wakkere mensen maken, die niet louter afwachten, maar tevens handelen. Wanneer de liturgie de komst van de Heer verkondigt (de parousie) vormt zij ons tot wakkere christenen. Zij onderhoudt de spankracht in ons. Zij blijft ons aanzetten om als gelovigen in beweging te blijven.

Het bijbels spreken over begin en einde trekt de aandacht niet af van het heden, van dat wat nu moet gedaan met het oog op de toekomst.  In de bijbel is het “nu” steeds Gods tijd. Het heden is beslissend voor de toekomst.

Verzamelen

God zal zijn uitverkorenen verzamelen. Wie zijn dat? Wij hebben de indruk dat wij tijden achter ons hebben, waarin mensen dit gemakkelijk konden uitmaken. Komt het aan mensen toe om te bepalen wie Gods uitverkoren zijn? Groepen hebben in het verleden elkaar verketterd. Zelfs nu wordt iemand die niet van het zelfde gedacht is, vlug beschuldigd van bekrompenheid. Geven wij echt nu zoveel plaats aan andere overtuigingen? Wij maken een leerproces mee naar een multiculturele wereld. Daarbinnen zullen wij als christenen trachten uit te drukken en te beleven wat voor ons het geloof in de God van Jezus Christus betekent.

God zal zijn uitverkoren verzamelen. Maar niet volgens het cynisch woord toegeschreven aan Amalric Arnaud, pauselijk legaat in de strijd tegen de Albigenzen (1209). Wanneer de soldaten hem vroegen wie ze moesten ombrengen, zou deze geantwoord hebben: “Dood ze maar allen, Dieu reconnaîtra bien les siens. God zal in de hemel de zijnen wel erkennen”.

Tegenover het jansenisme van vroeger waar het heil bijna onbereikbaar was, lijkt nu een andere houding te overheersen die allen in de hemel brengt. Binnen die veelheid van overtuigingen en zingevingsystemen, als gelijkwaardig voorgesteld, komt een mens in het “vage uur” terecht en ziet hij niet meer de richting van de wijzer. Heeft een onverschillige er belangstelling voor? Is God in de wereld van onverschilligheid niet reeds heel lang afgeschreven? Een gelovige blijft zoeken naar Gods kijk op de mens. Is een christen iemand die daardoor zelf meer ziet of is hij een mens met ooglappen? De kijk van God is anders dan de mijne. Ik mag zijn woord uit de bijbel niet aanwenden om alles goed te heten en zeker niet om mij zelf goed te praten. Ik persoonlijk moet mij onder Gods oproep en genade stellen en voor Hem en tegenover medemensen durven bekennen dat ik fout kan zitten en verkeerd deed.

Wanneer worden wij Gods uitverkoren? Wellicht zijn wij er bij wanneer Hij in ons trekken van zijn Zoon terugvind. “Met goed te doen, kan je niet misdoen”, dit gaf een bejaarde vrouw het vertrouwen om rustig haar levenseinde tegemoet te gaan. Wij kunnen vertrouwen halen uit het bijbelwoord: “Dan zullen de wijzen stralen als de glans van het uitspansel en degenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht zullen schitteren als de sterren voor eeuwig en immer”.

Vertrouwen

De bijbel brengt woorden van vertrouwen.  Christenen steunen op de overwinning die Jezus behaalde op de dood en op de krachten van het kwaad. Vandaar uit gaan wij niet met dreigementen naar de mensen toe. De zalige paus Johannes XXIII was weinig gesteld op ongeluksprofeten. Hij zei dit bij de opening van het tweede Vaticaans concilie, een van de grootse kerkelijke evenementen uit de voorbije eeuw. De schrik heeft in mensen psychische schade aangericht. Ellen stelt regelmatig angstige vragen over de toekomst, die ze voor haar ziet als uitsluiting en verdoemenis. Gevangen door beelden en voorstellingen, steekt ze haar hand onder de kraan met heel heet lopend water of ze brengt een vlam bij haar huid, want ze wil weten in welke mate zij het vuur kan verdragen.

Tegenover zij die zo goed weten hoe alles precies zal zijn, tegenover alle speculaties van sekten stellen wij het woord van Jezus zelf.

“Van die dag of dat uur weet niemand af,

zelfs niet de engelen in de hemel,

zelfs niet de Zoon,

maar de Vader alleen”.

De liturgie geeft ons in de tussenzang een psalm van vertrouwen mee:

“Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer,

ik val niet, want Hij staat naast mij.

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest,

daarom kan ik rustig gaan slapen” (ps. 16).

 

De seizoenen, ze volgen elkaar op. Christenen proberen mensen te zijn, thuis in alle seizoenen, dankbaar om de tijd, die God hun schenkt en bereid steeds verantwoording te geven van de hoop, die in hen le