32e zondag door het jaar B - 2018

Zusters en broeders,

Zoals zo dikwijls zouden zowel de eerste lezing als het evangelie zich vandaag kunnen afspelen. In beide verhalen staat een doodarme weduwe centraal. Dat is niet zo verwonderlijk, want in die tijd en in die joodse cultuur waren zo goed als alle weduwen doodarm. Vrouwen hadden immers geen enkel recht, ook niet om door buitenshuis te werken iets te verdienen als ze er alleen voor stonden. Dus waren ze als weduwe totaal afhankelijk van wat ze soms eens kregen. Zulke doodarme weduwen zonder rechten zijn er in ons land godzijdank niet, maar er zijn wel veel alleenstaande moeders die onder de armoedegrens leven, dus is er wél een gelijkenis met toen. Die is er ook via de schriftgeleerden, die door Jezus snoeihard veroordeeld worden – wat we van Hem niet gewoon zijn. Hij veroordeelt hun schijnheiligheid, hun praalzucht, hun uitbuiting van de weduwen die ze op straat zetten door hun huis op te slokken met offergeld uit de tempel.

En daardoor spelen de verhalen zich ook vandaag nog af. Niet dat er nu nog zulke vreselijke schriftgeleerden zijn, maar er zijn wel heel veel rijken die er niet bij stilstaan dat hun hebzucht samenhangt met de armoede van zoveel anderen. Ze kunnen multimiljardair zijn, maar ze steunen geen enkel project dat het opneemt voor armen en kansarmen. Ze kopen wel heel dure vliegtuigen, voetbalploegen, hotelketens, bedrijven en noem maar op, maar dat doen ze alleen als ze er nog rijker door worden. Zo waanzinnig rijk dat wij het ons zelfs niet meer kunnen voorstellen.

Toch zou het goed zijn als we ons eens zouden afvragen of misschien ook wij een rol spelen in die verhalen. We kunnen ons bijvoorbeeld afvragen of wij ook delen met mensen in nood, zoals de weduwe in de eerste lezing dat doet, en of wij via Welzijnszorg en Broederlijk Delen een eerlijke bijdrage geven aan mensen in nood. We moeten daarbij niet ons hele bezit weggeven, zoals die weduwe in het evangelie, maar we moeten er wel voor oppassen dat we niet zijn zoals de schriftgeleerden die profiteren van de ellende van anderen. Want misschien doen we dat inderdaad, ook al zijn we er ons wellicht niet van bewust. Om maar een voorbeeld te geven: vinden wij het normaal dat we een nieuwe jas kunnen kopen die twaalf euro kost, een hemd van drie euro, een kleed van zeven euro en een broek van vijf euro? Dat kan toch niet. Nee, hier kan dat niet, maar het kan wel als dat gemaakt wordt in Bangladesh of in een ander doodarm land, door kinderen die een paar cent, en door volwassenen die een paar euro per maand verdienen. Dus niet per dag of per week, maar per maand! Staan wij erbij stil dat die mensen, om ons  schandalig goedkope kledij te bezorgen, ziek worden van ellende, van honger, van totaal gebrek aan veiligheid en hygiëne, van werktijden van meer dan honderd uur per week?

Misschien hebben we er niet direct aandacht aan besteed, maar wat de beide doodarme, maar gelovige weduwen doen, zijn tekens dat geloven meer is dan woorden. Geloven is een doewoord, net als liefde. Jezus liet dat zien in zijn omgang met mensen in nood: of dat nu armen, zieken, kreupelen, melaatsen, zondaars of uitgestotenen waren: ze konden op Hem rekenen. En in een brief aan de christenen van Jeruzalem schrijft Jacobus: ‘Het heeft geen zin te beweren dat je gelooft als je daar niet naar handelt, want geloof zonder de werken is dood.’ We hoorden die woorden enkele weken geleden al in de tweede lezing, maar we zijn het wellicht vergeten.

Zusters en broeders, vandaag is het 11 november. Om 11 uur zal het honderd jaar geleden zijn dat de eerste Wereldoorlog stopte. De waanzinnig oorlog met miljoenen slachtoffers, die twintig jaar later gevolgd werd door een nog waanzinnigere oorlog met nog veel meer miljoenen slachtoffers. We kunnen alleen maar hopen dat dit nooit meer gebeurt. We kunnen daar best ook voor bidden en ons inzetten voor de vrede, want in de wereld van vandaag zijn onze gebeden en onze inzet echt nodig. We zien immers dat veel wereldleiders meer en meer totaal onberekenbare machtwellustelingen zijn die helemaal niet wakker liggen van wereldvrede, en voor wie een mensenleven van geen enkele tel is. Laten we ons niet spiegelen aan zulke mensen. Laten we ons integendeel alleen maar spiegelen aan de woorden en daden van liefde, vrede en gerechtigheid die Jezus ons voorhield en voorleefde. Als die doodarme weduwen dat konden, kunnen wij dat ook. En laten we ook niet vergeten dat geloof zonder de werken dood is. Amen.