Luister Israël (Dt. 6,4)

 

Een vast bestanddeel van de ochtenddienst en avonddienst bij de joden is het Shema Israël.  Dit Shema Yisroel bevat drie verschillende paragrafen van de Torah.  De eerste paragraaf is uit Deut. 6,4-9, de tweede paragraaf uit Deut. 11,13-21 en de derde komt uit Num. 15,37-41.

Het Shema is niet zozeer een gebed.  Het is een geloofsbelijdenis.  Korter kan het niet.  “Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige” (Deut. 6,4).  Daarop volgt een tweede vers: “Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten” (Dt. 6,5).  Joden belijden de eenheid en uniciteit van God. 

Ze leggen meer nadruk op het doen dan op het belijden.  Er zijn rabbijnen die God het volgende laten zeggen: “Ik zou wensen dat ze mij hadden vergeten, maar dat ze alvast mijn geboden onderhouden.”  Bij de vraag “wat is belangrijker: doen of leren?”, antwoorden rabbijnen dat leren belangrijker is.  Want leren leidt tot handelen.  Zij verwachten van de geloofsbelijdenis dat het belijden ervan leidt tot handelen.  Wie leert zonder te handelen is volgens hen als een ambachtsman zonder werktuig, een provisor zonder sleutel, een paard zonder teugel.

De twee verzen vatten volgens de Joden gans de bijbel samen.  De gelovige Jood kent ze van buiten en bewaart ze in het hart.  Het zijn gewichtige verzen, waarin God als het ware beveelt dat hij zou worden bemind.  Dit staat in de bijbel niet los van wat de Jood volgens de bijbel al van zijn God had mogen ervaren.  De God die tot hem spreekt is de God die op de Sinaï met zijn volk een verbond aanging.  Hij koos Israël uit tot zijn volk.  Het is die God, die ze moeten beminnen.  Hij is geen abstract iets en geen algemeen begrip.  Hij is geen in zichzelf gekeerde nomade.  Het gaat  over de God van Abraham, Isaak en Jakob, niet over deze van de wijsgeren (Blaise Pascal).  Hij is de God van de schepping en de bevrijding.  Hij is de God van het leven.  Hij is de God voor zijn volk.  Hij is het waard en waardig dat ze hem danken, loven, eren, ja beminnen. 

De woorden van het eerste gebod: “Gij moet de HEER uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten” zouden hun gelijke niet hebben in andere religies (Antoine Vergote, “Tu aimeras le Seigneur ton Dieu”, p.7).  Het gebod God te beminnen en dit op zo een alomvattende wijze vindt zijn oorsprong in het evenement van de Sinaï, waar God zich aan Mozes heeft geopenbaard.  Het kan niet losgemaakt van deze doorbraak van God in de menselijke wereld doorheen zijn zichzelfverklarende woord als Jahweh aan Mozes (Ibid. p. 7; p. 48).  Toch heeft dit fundamenteel charter gelijkenissen met verdragen bij andere volkeren over de verhouding van de vazal tot de koning (L. Aerts, Drinken aan de bron.  De smaak van christelijk geloof).

Luister, Israël”, deze oproep komt het meest voor in het boek Deuteronomium (7 x) en in het boek Jesaja (10 x).  Jezus was een Jood en hij gebruikt deze gekende belijdenis, wanneer een wetgeleerde hem vraagt naar het voornaamste gebod (Mc. 12, 28-30).

Horen is een voorwaarde om te kunnen luisteren.  Het horen is in de bijbel belangrijker dan zien, al was er in de bijbel heel veel te zien.  De bijbel geeft de geschiedenis te zien van mensen onderweg, van slaven, van vrijgevochten, van zwervers in de woestijn.  We zien een kind in een kribbe, een man aan de oever van het meer, een veroordeelde aan het kruis.  Hij zei aan de leerlingen van Johannes de Doper dat zij aan deze moesten zeggen wat zij in het handelen van Jezus hadden gezien en gehoord (Lc. 7, 22).  Over Jezus zegt de Vader tot bij de transfiguratie van Jezus: “Luister naar hem” (Lc. 9, 35).

“Wie oren heeft om te horen heeft, hore naar de Wet die God hem geeft” (ZJ 594).  “Als gij naar de woorden luistert die hier tot u zijn gezegd zullen zij een licht ontsteken, wijzen zij naar de goede weg” (ZJ 739)

Luisteren, dit is een houding van ontvankelijkheid en beschikbaarheid.  Benedictus verwacht die van zijn metgezellen.  Hij vangt zijn kloosterregel aan met de woorden: “Luister mijn zoon.”

De Joden moeten deze zo belangrijke woorden in hun hart prenten.  Ze zullen ervoor zorgen dat ze deze kennen en ze niet vergeten.  Apprendre par coeur, een schone uitdrukking van het Frans om het van buiten leren aan te duiden.  Welke belangrijke woorden kennen we met ons hart zodat ze ons gemakkelijk over de lippen komen en we niet nalaten ze in toepassing te brengen?

Op de gastparochie in de omgeving van Stuttgart legde een blinde dame een getuigenis af tijdens een Europese Taizé-ontmoeting.  Ze was van piëtistische huize.  Daardoor had ze veel contact gehad met psalmen.  Ze beweerde dat zij die helemaal van buiten kende.  Dit was, nu ze blind was, voor haar een grote genade die te kennen en ze te kunnen bidden.  Laten we althans die kostbare samenvatting in ons opnemen en beleven: “Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen!  Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten.”  En wat en hoe doe ik het om God zonder ophouden te beminnen?  Want dat verwacht de HEER.