Professionals (2009)

Als ons iets te koop wordt aangeboden en er wordt bij gezegd dat het professioneel spul is, dan mag het wat meer kosten. Professioneel wil dan zeggen dat het gebruikt wordt door mensen die er een beroep mee uitoefenen. Dan moet erover nagedacht zijn, het moet kwaliteit en duurzaamheid hebben. Zo hebben we "Windows professional" en dat zou dus beter zijn dan huis-tuin-en-keuken windows ("Windows Home"),. Er zijn professionele braadpannen en zelfs toiletborstels. Een beroep uitoefenen doe je om er de kost mee te verdienen en dan moet je proberen boven de doe-het-zelver uit te steken met je kennis, je kunde, je tempo, je gereedschap enzovoorts. Als we te maken krijgen met zo'n beroepsman of -vrouw die het bovendien ook nog met hart en ziel doet, dan boffen we, want zo iemand werkt met extra inzet. Of al deze goede eigenschappen ook echt waar zijn wordt niet gegarandeerd door wat er op het product of het servicebusje staat. Daar moeten we mee uitkijken.

Beroepskeuze is niet zo simpel, want de keuze is enorm en je zit er meestal een levenlang aan vast, soms nog tot ver na je pensioen. Sommige beroepen lijken als vanzelfsprekend een bijzondere instelling te veronderstellen. Dat denken we bijvoorbeeld van een arts of een priester of verzorgster. Hart en ziel voor het beroep, zou wel heel wenselijk zijn, maar er zijn mensen die zoiets uitoefenen om er de kost mee te verdienen en daarmee af. Daar kan een samenleving overigens goed mee geholpen zijn.

In de lezingen van vandaag gaat het niet over beroep, maar over roeping. Het heeft met elkaar te maken, maar je kunt een beroep uitoefenen zonder of met roeping; je kunt een roeping volgen en er tevens je beroep van maken, maar noodzakelijk is dat niet. Mensen en gereedschap kunnen kwalitatief heel goed zijn zonder dat er professional op staat. Voor roeping wordt wel iets extra's gevraagd: behalve liefde voor de bezigheid ook en vooral liefde voor de mens die een beroep op je doet.

     Een wijd verbreid  idee over roeping is dat je daarvoor een soort verschijning moet hebben gehad of stemmen uit den hoge, liefst van God zelf. In de eerste lezing van vandaag lijkt dat voor de toekomstige profeet Samuël ook zo te zijn. We moeten dan wel niet vergeten dat in de Bijbel heel veel daagse dingen in een gelovige setting worden verpakt. In het evangelie roept Jezus niet eens zijn apostelen. Hij doet er weinig verhaal bij, maar zegt: "Kom maar kijken wat ik doe, als je wil weten waar het om gaat". Van de profeet Mozes is zelfs bekend dat hij zelfs de fundamentele spreekvaardigheid miste en zijn roeping toch goed invulde door zijn bevlogenheid.

Roept er dan niemand als het om roeping gaat? Jawel. Niemand minder dan God zelf roept, maar dat doet Hij door middel vanvmenselijk stemmen en situaties waarin mensen verkeren. Hij roept via zijn kinderen, mensen dus. Er kan eigenlijk geen enkele gelovige zijn die daar geen oren en ogen naar heeft. Sommige ongelovigen horen die stem soms nog beter dan gelovigen; ze duiden het alleen anders.

Niet iedereen is in staat een beroep uit te oefenen, maar roeping is er voor iedereen, zeker voor christenen. Moet je dan dag en nacht klaar staan voor de ander? Nee, natuurlijk niet, want wie er onderdoor gaat beoefent niet alleen z'n beroep verkeerd uit, maar ook zijn roeping. Wel vraagt het hart en ziel, volharding en zo meer; graag tegelijk met heel veel eigenschappen van de beroepskracht. Altijd met liefde voor de medemens, dat vooral. Zo kun je zelfs gehandicapt zijn en toch ook roeping hebben, want met wat medeleven met anderen, belangstelling, vriendelijkheid en zo kan er heel wat verdriet, eenzaamheid en somberheid verdreven worden.

Als we al geen professional zijn en iemand zou vragen: "Heb jij roeping"? Laat het dan zo zijn dat we kunnen zeggen:"Kom maar kijken wat ik doe". Amen