Evanglieprikje 2015

De verschrikkelijke gebeurtenissen in Frankrijk maar ook andere terroristische aanslagen die zogezegd gebaseerd zijn op de Islam laten een bittere en wrange nasmaak na. Extremisten van alle slag, ook christenen, hebben al verschrikkelijke dingen gedaan in naam van hun God. Hoeveel mannen en vrouwen zijn door de Kerk niet op de brandstapel geƫindigd in naam van de God die liefde is? Deze feiten en realiteit staan in schril contrast met de roepingsverhalen van de lezingen van vandaag. Ze tonen ook aan hoe behoedzaam we moeten zijn om te spreken over roepingen. Als een jihadist zegt dat God of de Profeet hem roept om gruweldaden uit te voeren, dan vinden wij dat een verkeerde interpretatie van de Koran en het misbruiken van een godsdienst. Volgens hen is onze visie een verkeerde Westerse interpretatie. Kan je in zo'n omstandigheden nog spreken over roepingen als Blijde Boodschap? Wie zegt ons dat een vraag die leeft diep in ons van God komt? Waar halen wij het recht vandaan om te zeggen dat bepaalde moslims hun Koran verkeerd interpreteren? Het zijn geen gemakkelijke vragen, het is dan ook quasi onmogelijk om er een antwoord op te geven waarmee alles gezegd is. En toch vind ik dat we ook vandaag nog over roepingen mogen spreken, dat we ook vandaag nog luidop mogen zegen dat God mensen roept om iets te doen of te verkondigen. Maar enige behoedzaamheid en waakzaamheid is niet slecht en we moeten de roepingsverhalen kunnen kaderen in de geest van onze geschriften.

De eerste lezing van vandaag is meer dan een mooi verhaal, het legt ook het probleem van "roeping" bloot. Samuel wordt geroepen, maar hij weet niet waar die stem vandaan komt. Hij heeft een ander nodig om te ontdekken dat het God is die hem roept. Mensen voor wie het onmiddellijk klaar is dat het God is die hen roept, lijken mij "gevaarlijke" mensen. Je hebt iets of iemand nodig die de stem die je roept kan kaderen, dat kan een heilig geschrift zijn of een medegelovige. Hoe je de tekst interpreteert of hoe je medegelovige interpreteert is zeer belangrijk, het maakt het verschil tussen roeping en terrorisme. Wie een tekst fundamentalistisch leest zonder rekening te houden met de tijd en cultuur waarin de tekst ontstaan is, doet zeer gevaarlijke dingen.

Nu, we moeten onszelf niks wijsmaken: ook in Jezus' tijd waren er veel mensen die een Messias verwachtten die een soort militair leider was die het joodse volk zou bevrijden van de Romeinse bezetter. We zijn er zelfs vrij zeker van dat enkele van Jezus'leerlingen deze interpretatie aanhingen. Het lijkt alsof de evangelist de bui ziet hangen. Hij verhaalt ons over Johannes de Doper en twee van zijn leerlingen. De Doper noemt Jezus "lam van God". Dat is iets heel anders dan de Wreker of de Bevrijder. Ook al is het vermoedelijk een postpascale belijdenis die de evangelist Johannes hier in de mond legt, toch is het goed dat de evangelist het zo doorgeeft aan de volgende generaties. Jezus is het lam van God, de mens die opgeofferd wordt voor ons. Hij offert zichzelf echter niet op door zichzelf op te blazen of een revolutie te ontketenen. Neen, Hij wordt het slachtoffer van zijn eigen geweldloze Blijde Boodschap. Met deze formulering lijkt de evangelist gewelddadige volgelingen van Jezus wakker te schudden. Het Rijk Gods waar deze mens zal over getuigen is er niet een die gevestigd wordt met militaire kracht en geweld.

Maar er is meer. Wie zich geroepen weet door Christus, door die geweldloze man uit het evangelie die zijn kracht haalt uit Gods liefde voor elke mens, wordt een ander mens. Jezus geeft daarom zijn volgelingen een nieuwe naam waarin meteen ook hun functie vervat zit. Wie vandaag ook kiest om Jezus' roepstem te volgen, krijgt er ook een naam bij: christen. Die naam houdt ook een opdracht in nl met woord en daad getuigen van de Blijde Boodschap: mensen zeggen en tonen dat wat er ook gebeurt, God hen graag blijft zien. Christenen moeten levende getuigen en uitnodigingen worden van de Blijde Boodschap. Getuigen en uitnodigen, geen van beide werkwoorden zijn dwingend. We kunnen dat niet genoeg onderstrepen: als God liefde is, kan Hij niet anders dan uitnodigen want liefde dwingt nooit. Mensen die beslissen er niet op in te gaan, moeten dus door ons ook niet geoordeeld of veroordeeld worden. Laten we dat aan God over.

God roept vandaag ook jou en mij. Het is geen zware last om de naam christen te dragen als we goed beseffen dat ons enkel gevraagd wordt te getuigen en uit te nodigen. We moeten uiteraard ons best doen om zo goed mogelijk te getuigen, maar dat doe je sowieso al als je echt begeesterd bent van iemand. Maar ... God rekent ons niet af op het aantal bekeerlingen dat we scoren. God ziet ons graag en Hij vraagt dat wij Hem ook graag zouden zien ... maar Hij dwingt niet. Wie denkt met wapens te moeten dwingen, getuigt niet van de Blijde Boodschap van Jezus, wapens verkrachten de Blijde Boodschap. Daarover kunnen geen compromissen gemaakt worden.