2e zondag door het jaar B (2012)

Als wij jaarlijks met ons Muziekinstituut een tournee

voor de oudere koorleden gaan voorbereiden,

is meestal niet de eerste vraag van de dames achter mij in welke kerk we zingen,

maar of ‘we wel kunnen shoppen’.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik het zelf ook wel leuk vindt

en graag de uitverkoopjes afstruin

en ook het liefst dan nog wat van de prijs afpingel.

U weet, een mens heeft volgens het spreekwoord

recht op drie gebreken, mijn twee anderen houdt u nog te goed! 

 

Waar ik zelf alleen niet tegen kan is, dat als je een winkel binnengaat,

er vaak al onmiddellijk een verkoper op je af komt die tegen je zegt:

‘Zoekt u iets?, Kan ik u helpen?’

En als je dan zegt; ‘nee, ik kijk even rond’,

vrij irritant bij je in de buurt blijft hangen.

 

Stelt u zich eens voor dat de pastoor en ik

dat iedere keer zouden doen als u hier de kerk binnenkomt.

‘Zoekt u iets?’ ‘Waar kunnen wij u mee van dienst zijn?’

Het zou één keer grappig zijn en wellicht verwijzen naar

een indertijd populaire Engelse comedy over een warenhuis, maar ieder weekend?

 

Bovendien hebben wij wel een vermoeden naar wat u hier zoekt.

Een beetje rust,

misschien of een goed verhaal,

het ontvangen van de sacramenten,

of opgaan in de mooie muziek,

samen zingen en ons geloof belijden,

bemoediging en vergeving,

of een woord van troost.

 

Zoekt u iets? Waarmee kunnen wij u van dienst zijn?

Misschien dat deze opdringerigheid wel een beetje mede de oorzaak is geweest

van het feit dat nogal wat mensen de Kerk hebben verlaten.

Want de Kerk dacht lange tijd vervolgens alle antwoorden ook wel te weten,

zodat deze vragen overbodig leken.

Dan wordt het wel een beetje zinloos om naar de kerk te gaan,

want je wordt daardoor geblokkeerd in het maken van je keuze voor God.

En in die keuze laat God je vrij.

 

Natuurlijk is de kerk geen winkel,

en als we al iets verkopen dan is het voor het goede doel.

Maar toch hoor ik Jezus vanmorgen in het evangelie hetzelfde vragen.

Wat zoeken jullie? Wat verlangen jullie? Er is alleen wel een verschil.

Jezus belaagt hen niet vanuit een kledingrek of van achter een pilaar.

Zij zoeken Hem en zijn kennelijk zo onder de indruk,

dat ze met hun mond vol tanden staan.

En heel bescheiden vraagt Jezus dan op zijn beurt;

Goh, wat komen jullie doen? Wat zoeken jullie?

Waar kan ik jullie misschien mee van dienst zijn?

En na een eerste kennismaking en een dagje samen optrekken,

weten ze al wie ze voor zich hadden.

En Andreas zegt dan ook tegen zijn broer Simon: ‘We hebben de Messias gevonden’.

 

De Messias! Jaja! Daarmee zegt Andreas nogal wat.

Maar ze zagen er ook zo naar uit! Het hield hen al tijden bezig.

Het woord ‘Messias’ was voor generaties joden een spannend begrip geweest.

In dat ‘Messias’ klonk voor hen iets door van een nieuwe wereld.

Een nieuwe wereld, waarin mensen op een andere manier met elkaar zouden omgaan;

een wereld waarin sprake zou zijn van gerechtigheid en vrede,

en waarin de spiraal van geweld doorbroken zou zijn.

Waar wolf en lam toen, Israel en Palestina weer later,

en vandaag de dag Iran en de Westerse wereld, samen zouden wonen.

Het is een droom van de oude profeten, zoals Jesaja,

maar dus ook van de leerlingen die Jezus volgden.

En een droom die ook ons mensen van 2012 wakker houdt,

omdat we er, soms moedeloos, toch ook in dit nieuwe jaar weer op hopen.

 

Wat zoek je, wat verlang je, waar kan ik je misschien mee van dienst zijn.

Het zijn vragen van een mens die door Johannes de Doper wordt aangeduid als het Lam Gods.

Niet een watje, maar een man van vlees en bloed,

die net zo kwetsbaar en weerloos als een lam, Gods sterkte en kracht wil uitdragen.

Een mens dus die even weerloos is als wij,

maar daardoor ook even herkenbaar en die ons in staat stelt om de kracht

die God in ieder van ons mensen gelegd heeft opnieuw te ontdekken.

Die ons wijst op onze roeping en ons telkens weer wakker probeert te schudden

om naar de roepstem van God te luisteren en daar antwoord op te geven,

hoe moeilijk dat soms ook is.

 

Samuel uit de eerste lezing leert van de priester Eli

wat hij moet zeggen als hij in de nacht weer zijn naam hoort roepen:

‘spreek Heer, uw dienaar luistert’.

Helaas hebben wij er als mensen van de Kerk door de eeuwen heen

vaak net iets anders van gemaakt: ‘Luister Heer, want uw dienaar spreekt’.

Maar intussen hebben we wel geleerd dat in iedere

roepingsgeschiedenis van ons persoonlijk

alleen God het eerste en het laatste woord heeft!

 

Gaan in het voetspoor van de Heer.

De roepingsgeschiedenis van Samuel en van Andreas en Petrus laten zien

dat zij een concrete keuze hebben gemaakt om

op Gods roepstem ‘ja’ te zeggen en Jezus als hun Messias te erkennen.

Doen ze dat om dat de kerk van hun dagen hen dat leerde?

Nee!

Doen ze dat omdat ze er succesvol van zouden worden?

Nee!

Of omdat ze op al hun levensvragen een antwoord kregen?

Nee!

Ze maakten zelfs geen voorbehoud, zo van: we zullen het eerst wel eens zien….

Nee, ze voelde een leegte in hun leven, ze zochten en vonden Hem en zeiden ‘ja’!

Ze sprongen daarmee in het diepe, maar ervaarde het als een enorme uitdaging

omdat Jezus alleen al door zijn manier van leven overtuigend genoeg was!

 

Waar zeggen wij ‘ja’ op als wij Hem willen volgen?

Op een softe theorie, bedoeld voor watjes?

Of op een concrete man vol van Gods kracht,

die voor velen door de geschiedenis heen de bron van hun bestaan is geworden.

 

Kiezen voor Jezus betekent namelijk

dat je er voor moet gaan om je egoisme en eigen gelijk eens los te laten.

Pas dan zie je wat die mens naast je nodig heeft en wat je voor hem of haar kunt betekenen.

 

Kiezen voor Jezus betekent dat wij ons moeten blijven inzetten

voor de verwezenlijking van die droom die wij het Rijk Gods noemen;

die wereld waarin Gods liefde en de liefde van mensen met elkaar in harmonie werken.

 

Kiezen voor Jezus betekent erop durven vertrouwen dat,

hoe ik mezelf ook voel, Hij voor mij een sterke bron van hoop is.

Dat wat Hij mij toezegt aan steun, dat het er ook komt!

Het is lang niet altijd makkelijk, maar ik hoef het dus niet zonder Hem te doen.

 

Kiezen voor Jezus betekent solidair zijn met mensen die zich inzetten voor vrede en gerechtigheid.

We kunnen daardoor zelf niet maar een beetje aan de zijlijn blijven staan

en hooguit commentaar leveren hoe anderen het moeten doen.

 

Kiezen voor Jezus tenslotte, betekent trouw zijn aan de opdracht van het evangelie

en aan de tien leefregels die voor mij als christen de richting van mijn leven bepalen,

hoe moeilijk soms ook.

Maar trouw heeft ook alles met liefde te maken.

En ook dit is niet soft bedoeld, maar serieus.

Want Zijn liefde is er niet om mij te veroordelen,

maar om mij te steunen en te vergeven als ik aan die opdracht niet altijd kan voldoen.

 

Jezus zal later tegen diezelfde Andreas en Petrus zeggen:

‘ik noem jullie niet langer leerlingen, maar vrienden’,

want als vrienden mogen wij in de praktijk brengen

wat Jezus ons leerde als het over mijn naaste gaat:

nml. mijn kracht delen met wie kwetsbaar is,

mijn welvaart met wie niets heeft,

mijn warmte en liefde met wie in de kou staat.

 

Onze kerk is geen winkel,

en wij vragen u dus bij binnenkomst niet wat u hier zoekt

of waar we u mee van dienst kunnen zijn.

Als wij u telkens na onze vieringen een hand geven en u een goede zondag toewensen,

dan zit daar alles al in, en vooral de diepe wens dat u hopelijk gevonden hebt waar u naar zocht.

 

Aan een volgende tournee voor o.a. de meiden achter mij wordt al weer gewerkt.

Het uitzoeken van geschikte kerklocaties is niet het probleem,

maar wel het vinden van de plekken met voldoende winkels,

scherpe prijzen en vooral veel ruimte in het programma,

want de zoektocht naar die ene broek of paar schoenen heeft toch minstens een paar uur nodig.

 

Om Jezus te vinden heb je soms een heel leven nodig.

Toch ligt dat meestal niet aan Hem.

JA durven zeggen op zijn roepstem is in ieder geval het begin van de zoektocht.

Daar ben je nooit te oud voor en het mag iedere dag opnieuw.

 

Wat zoek je, wat verlang je, waar kan ik je misschien mee van dienst zijn?

Jezus vraagt het ons bescheiden, maar nodigt ons uit daar onbescheiden op te antwoorden.

Want net als Samuel uit de eerste lezing mogen wij in Gods liefde opgroeien en

zal de Heer niet één van zijn woorden aan ons onvervuld laten.

 

Amen.