De eerste stap met je zelf zetten..

Beste vrienden,

Zie hem daar zitten aan de rand van de weg, neergehurkt en met een donkere paardendeken om zich heen, de benen aangetrokken en met zijn hoofd op zijn knieën – Bartimeus. Of zijn leven altijd zo is geweest weten we niet. Ik denk het niet, want dan zou de Evangelist het ons zeker hebben verteld. We kunnen er dus van uitgaan dat Bartimeus ooit heeft kunnen zien en dat hij toen ook een beroep heeft kunnen uitoefenen. En dan kwam de gebeurtenis, of de ziekte, waardoor hij het gezichtsvermogen verloor.   Hij werd blind, werkloos en had geen enkel perspectief meer. Bedelen aan de kant van de weg, dat was alles wat hem bleef. Waardeloos, zonder menselijke waardigheid voelde hij zichzelf ook nog als een levenslange belasting voor zijn omgeving. Het donkere deken trekt hij om zich heen als een bescherming tegen de kilte en de verachting die zijn medemensen tegenover hem uitstralen;  donker – ook een teken van verdriet over alles wat hij heeft verloren – het licht van zijn ogen en ook de vreugde aan het leven.   Bartimeus toen – 2000 jaar geleden.

En dan krijgen we nu een verandering van decor: Een alleenstaande man, gehuld in een donkere deken van zwaarmoedigheid en met een fles bier voor zich op de tafel, zit op een stoel in zijn kleine studio. In de keuken staat de vuile vaat torenhoog opgestapeld,  de vuilnisemmer moet dringend worden geleegd en op de tafel liggen stapels dagbladen met aangekruiste werkaanbiedingen en een aantal maningen, allemaal reeds lange tijd oud papier geworden. De man zit ineengekrompen op de keukenstoel, zijn blik is leeg en zijn gedachten vormen wilde ketens. Waar is toch de kracht gebleven waarmee hij voorheen zo veel in zijn leven heeft bereikt?

Een depressie, zegt de dokter, een in-diepe droefheid na de plotse dood van zijn vrouw; beroepsmatig ingestort, gedwongen huisverkoop, eenzaamheid. Hij is ver verwijderd van de man die hij vroeger was. Er ligt een donkere schaduw over zijn geest en die verduistert zijn blik. Het gewone dagelijkse leven is hem tot een grote last geworden. Bartimeus - vandaag! Een leven aan de schaduwzijde, in duisternis, zonder enig perspectief.        

Bartimeus was er toen, en hij is er ook nu nog altijd. Soms is het een man, en soms een vrouw. En zolang die mensen zwijgen is er voor de rest van de wereld geen vuiltje aan de lucht. Zo lang die mensen zich klein houden en niet opvallen, worden ze geduld en zelfs beklaagd. Of met andere woorden: wie in de hem toegewezen rol blijft, die krijgt af en toe zelfs nog een aalmoes. Maar, de Bartimeus uit de Bijbel houdt zich niet aan zijn rol. Hij heeft lang genoeg aan de rand van de weg gezeten. Hij is wel blind, maar hij is niet doof.  Hij heeft van die nieuwe Rabbi, die Jezus van Nazareth, gehoord. Van die man wordt verteld dat Hij uit eigen kracht lammen terug kan laten gaan en blinden terug kan laten zien; net zoals de profeten dat reeds lang hadden aangekondigd.  En plots voelt Bartimeus terug zoiets als leven in zich opkomen. Hij herinnert zich die oude beloften, die ook wij vandaag gehoord hebben: De treurenden wil God naar overvloedig vloeiende wateren leiden en hun weg effenen. Jubelen zullen ze in het nieuwe land. De gedachte daaraan laat het geloof in Bartimeus toenemen dat verandering en genezing ook bij hem mogelijk is. En juist die kiemende hoop op verandering is de eerste stap, waarmee zijn genezing begint.   

De volgende stap is minstens even belangrijk: Hij roept, en wel zo luid dat iedereen het kan horen. Luid roepen, protesteren, schreeuwen, zich gehoor verschaffen, dat hebben we niet zo graag, dat stoort onze rust en het past niet in dat ideale beeld dat wij van ons leven en van ons milieu koesteren.  Maar zonder dat luide roepen zou Bartimeus wel nooit genezen zijn. Want hij verschuilt zich nu niet langer meer in zijn erbarmelijke levenssituatie. “Zoon van David, heb erbarmen met mij!” Doordat de blinde zo hard roept verandert er al iets. Want om het zo uit te kunnen schreeuwen moet hij zijn hoofd oprichten en zijn gebogen rug strekken. Al diegenen die zich in een betere situatie als hij bevinden hebben zulk gedrag helemaal niet graag en ze eisen dan ook geërgerd dat hij met dat geschreeuw zou stoppen en zijn mond houden. Maar Bartimeus denkt er niet over om zich nog langer de mond te laten snoeren. In tegendeel, hij roept nog veel luider. Zijn geschreeuw wordt door Jezus opgevangen en Hij laat Bartimeus bij zich roepen.   

De hardnekkigheid heeft zich geloond! En dezelfde mensen die Bartimeus zonet nog tot zwijgen wilden brengen zeggen nu: “Heb moed! Sta op! Hij roept u!“ Wanneer ik het zo bekijk , dan zouden die mensen ook voor de innerlijke strijdende stemmen van Bartimeus zelf kunnen staan. De ene stem zegt tot hem: “Och, voor jou kan er toch niets meer veranderen. Je bent niets waard, bent voor de anderen alleen maar tot last, een hopeloos geval. Die Jezus heeft wel andere dingen te doen dan zich te bekommeren om een hopeloze mislukkeling zoals jij.” En de andere stem zegt: “Zo kan het niet verder. Ik houd het niet meer uit. Het kan me gelijk zijn wat de anderen van me denken. Ik verschuil me niet langer maar roep tot God, omdat ik eindelijk terug anders wil leven!”  

Komt ons dat ook niet bekend voor? Wanneer ik verandering wil stoot ik toch bij mezelf en bij anderen, toch ook altijd weer op weerstand. Het oude en vertrouwde, al is het nog zo ondraaglijk, is voor de meeste mensen dikwijls nog liever dan het nieuwe. En waarom? Omdat vernieuwing angst bij ons opwekt; en daarbij ontstaat er door verandering toch dikwijls ook nieuw leven. Kijk naar de natuur: De blaren vallen omdat ze reeds lang nieuwe botten hebben gevormd die de lente in zich dragen en die zich, zo gauw de tijd er rijp voor is, zullen ontvouwen. Bij Bartimeus is het verlangen naar leven sterker dan zijn angsten en zijn twijfels. Daarom wordt er van hem ook verteld: “Hij wierp zijn mantel weg, sprong op en liep naar Jezus toe.”  Het geloof dat alleen al de nabijheid van Jezus hem zou kunnen genezen geeft hem de kracht tot handelen. Hij werpt de mantel, waarin hij zich had gehuld, en die hem in een donkere sluier van hopeloosheid gevangen had gehouden weg, want die vormde alleen nog maar een hindernis. Nu was het tijd om zich op te richten en op te staan! Hij wacht niet tot er hem iets in de schoot valt, maar beweegt zelf. Hij wordt actief en gaat naar Jezus toe – alleen!  

Die andere Bartimeus in zijn studio heeft het moeilijker. Die donkere sluier over zijn geest laat zich niet zo gemakkelijk afgooien. De naden en de kluisters van die sluier moeten eerst langzaam worden losgemaakt. Daarbij heeft hij hulp van mensen nodig. Mensen die weten hoe die sluier geweven is. En hij heeft ook de hulp van God nodig, want die laat, ondanks zijn angst en zijn twijfels, de kiem van de hoop in hem groeien. Maar de eerste belangrijke stap moet hij zelf zetten. De stap naar de anderen toe  om te zeggen: “Ik heb hulp nodig.” Dat geldt zowel voor depressies als voor organische ongemakken, en zeker voor verslavingen allerhande. De eerste stap moet iedereen zelf zetten.   

Bartimeus heeft die weg ingeslagen en daarom confronteert jezus hem met die existentiele vraag: „Wat wilt gij dat ik voor u doe?“  Wat wilt ge? Wat hebt ge voor uzelf beslist en waartoe zijt ge bereid? Als Jezus dat aan ons zou vragen, zouden wij dan direct een antwoord weten? Zouden wij kunnen benoemen wat voor ons van levensbelang is? Voelen wij aan waaraan ons leven ziek is, ook wanneer dat voor de anderen nog niet zichtbaar is? Zijn wij bereid om te doen wat onze nood zou kunnen keren? Bartimeus zegt onmiddellijk en zonder aarzelen: „Ik zou terug willen kunnen zien.”  

Die genezing van Bartimeus is een wonderlijk verhaal. Maar wanneer het ons niet in ons binnenste beroert, blijft het maar een verhaal. En het moet ons zo sterk beroeren dat ook wij erop gaan vertrouwen dat God ook ons, met de hulp van mensen, helpt om moeilijke situaties in ons leven te veranderen, net zoals Bartimeus in zijn tijd. Als we God onze behoeftigheid en onze persoonlijke nood in een gesprek of in een gebed toevertrouwen, als we onze grote nood uitschreeuwen of hem de tranen van onze uitputting of treurnis tonen, dan mogen we er op vertrouwen dat we Hem in onze medemensen zullen ontmoeten. Misschien zullen onze ogen niet direct open gaan zoals bij Bartimeus. Want genezing heeft tijd nodig en de weg ernaartoe is soms lang. Maar we weten: God is altijd bij ons – bij u en bij mij.  Amen