27e zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden

In het boek Genesis wordt God voorgesteld als een bezorgde beschermer van de mens. Hij heeft de mens gemaakt maar beseft dan dat die mens niet alleen moet blijven want dat is geen leven. En God gaat naarstig op zoek naar oplossingen en boetseert allerlei wezens die de mens zouden kunnen helpen, maar het is toch maar surrogaat. En dan maakt God úit het binnenste van de mens een andere mens en dan de vreugdekreet: "Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees", eindelijk een gelijkwaardige partner, een gelijkwaardige medemens!

De grond van dit verhaal is de eenheid tussen twee mensen, die steunt op gelijkwaardigheid en voortkomt uit de zorg en de liefde van God.

In het verhaal van Marcus moeten we deze gedachte meenemen. Farizeeën willen Jezus beproeven: "Mag een man zijn vrouw verstoten", met andere woorden: kan deze liefdesband die steunt op de liefde van God hardvochtig worden verbroken? In Jezus' ogen niet. De scheidingsbrief die Mozes heeft ingesteld berust op mededogen. Omdat de mens vaak niet trouw is, niet liefdevol en het voorkomt dat mensen elkaar de deur wijzen heeft Mozes bepaald dat de vrouw in dat geval een scheidingsbrief moet krijgen. Zonder zo'n brief zou zij gedoemd zijn tot armoede en verstoting uit de gemeenschap. Maar er kan misbruik van worden gemaakt, de uitzondering kan ‘gewoon' worden: met een scheidingsbrief zou je rustig uit elkaar kunnen gaan. Geen probleem! Daar komt Jezus fel tegenop: jullie zijn hardleers, daarom die brief, maar in diepste wezen kan een band van trouw en liefde niet verbroken worden en zeker niet middels verstoting. Het gaat altijd om het gunnen van het goede voor de ander, het gaat om echt en waarachtig leven. Daar valt niet aan te tornen.

In onze tijd zouden we dat aldus kunnen vertalen: ook waar een scheiding tussen twee mensen onoverkomelijk lijkt zal de liefde de richtsnoer moeten blijven, dan gebeurt de scheiding uit liefde voor elkaar omdat het leven is vastgelopen en weer vrij moet worden. Waar mensen gedwongen en verplicht worden om een institutie in stand te houden is er geen sprake van liefde maar van benauwenis en dwang.

Het evangelieverhaal spitst zich toe op het huwelijk, maar natuurlijk zijn er veel meer verbindingen van trouw en liefde die in wezen niet verbroken kunnen worden, tenzij juist de liefde voor de ander dat vraagt. Nooit zullen wij kunnen oordelen over wat mensen kiezen. We kunnen alleen maar kijken naar onszelf: hoe gaan wij om met onze relaties, onze vrienden, onze geliefden, onze medezusters en -broeders. Ontvangen wij ze als gegeven door God? Ontvangen wij ze als voortkomend uit zijn liefde? Of vinden we ze vanzelfsprekend, óns bezit, ónze keuze? Iemand vriend of geliefde mogen noemen is een ongelooflijke genade! We kunnen dat niet máken, niet organiseren, het wordt ons gegund vanuit de liefde van God, de liefde van onze Schepper.

Het is zo mooi dat het evangelie eindigt met kinderen. De leerlingen willen ze weg sturen, liefdeloos dus! Jezus belet dat heftig. Hij omarmt ze, Hij geeft ruimte aan zijn liefde voor hen, Hij voelt dat juist zíj ons kunnen duidelijk maken waar het om gaat, zij zijn bij uitstek het voorbeeld van ontvankelijkheid. Wordt zoals kinderen, zo open, zo gaaf, zo verwachtingsvol, zo ontvankelijk: dan zul je binnengaan in het Koninkrijk, dat Rijk van God waarvan de Liefde het fundament is.

Een lied van Huub Oosterhuis verwoordt dit op bijzondere wijze:

Wek mijn zachtheid weer
geef mij terug de ogen van een kind,
dat ik zie wat is
en mij toevertrouw
en het licht niet haat.

Dat wij die puurheid van kinderen in ons mogen toelaten, dat wij in het volle licht durven staan, ons gezien durven weten omdat we in de liefde willen leven.

(Zondag: Vandaag gedenken wij St. Franciskus, een mens vol liefde voor elk schepsel en grote eerbied voor alles wat leeft; een mens die keek met de ogen van een kind. Moge hij ons tot voorbeeld zijn.)