Zevenentwintigste zondag door het jaar (2009)

Inleiding

'Aan uw macht, Heer, is alles onderworpen en niemand kan uw wil weerstaan.' Deze openingstekst komt uit een gebed van koningin Ester, een koningin in doodsnood. Haar volk was in doodsnood en dan bidt zij tot God, de God van Israël, onze God, tot de Heer van heel de wereld: "Aan uw macht, Heer, is alles onderworpen, dus niet alleen het volk Israël, en niemand kan uw wil weerstaan. Want Gij hebt alles geschapen: hemel en aarde met al wat het uitspansel omvat. Gij zijt de Heer van het heelal" (Est 13,9-11).
In wat God aan Israël in menselijke nood deed, ervaart men de kracht van de Schepper, die het heelal tot het aanzijn heeft geroepen. Dat wordt men zich bewust juist in een tijd dat die God heel machteloos schijnt, en het volk aan vervolging is overgeleverd.
Ook in de eerste lezing van vandaag wordt Hij ons voorgesteld als de Schepper van hemel en aarde, van man en vrouw, van het huwelijk. Hij verbindt man en vrouw, en door alle broosheid en breekbaarheid van menselijke betrekkingen heen, tast Jezus door naar die oorspronkelijke heilswil, naar die oorspronkelijke liefdeskracht die niet alleen bij God in de hemel blijft, maar ook onder ons mensen zo nabij aanwezig is. Terug naar het begin. Doen wij dat ook niet? Hét begin van iedere eucharistie op zondag: de viering van ons heilig doopsel, het begin van het Verbond.

Homilie

"Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?" Dat is een vraag naar de ethiek, de moraal, naar het ethisch-moreel verantwoord handelen. Mag je de natuur een handje helpen? Mag je de dood bespoedigen? Mag je donorleden aanvaarden? Mag je vergeven? Wat mag wel en wat mag niet? Daarvoor moeten we altijd verwijzen naar de natuurwet, die uitgedrukt is in de Tien Geboden. Jezus verwijst daar dan ook naar. "Wat heeft Mozes u voorgeschreven?" Is het in overeenstemming met de Tien Geboden? Is het in overeenstemming met de morele code die God aan zijn volk, aan het volk van Israël, heeft meegegeven op zijn pad door de geschiedenis? De geschiedenis die tenslotte zal uitmonden in de geboorte van de Messias, die de Wet dan ook niet zal afschaffen, maar zal radicaliseren tot in het hart. Niet naar de uiterlijke wet, voor de wereldse rechter, maar voor de goddelijke Rechter, "heeft hij, die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd" (Mt 5,27).

De wetten van God, de Tien Geboden, kunnen natuurlijk naar eigen dunken geïnterpreteerd worden. Soms doen zich bijzondere omstandigheden voor, of er worden bepaalde technische vondsten gedaan ('de pil', in vitro fertilisatie (ivf) enz.), en dan wordt dikwijls de vraag gesteld: 'Geldt het gebod van God dan nog in deze bijzondere omstandigheid en hoe?' Vraagstellers komen daar dan mee aan. "Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?" ... "Mozes heeft (toch) toegestaan een scheidingsbrief op te stellen en haar weg te zenden." Een nieuwe omstandigheid kan vanzelf de vraag doen rijzen: 'Is het oude gebod van de onverbreekbaarheid van het huwelijk in de huidige omstandigheden op dezelfde wijze van toepassing?' En die nieuwe omstandigheid waarom dit onderwerp werd aangesneden, was de dominantie, de overheersing van de mannen in de maatschappij van toen. De maatschappij was een mannenmaatschappij geworden en onder druk van die overheersing door de mannen, werd er een uitzondering toegestaan. Niet voor iedereen, voor mannen én vrouwen, maar alleen voor de mannen en om deze willekeurige uitleg een beetje autoriteit te geven, werd dat Mozes dan maar in de schoenen geschoven. "Mozes heeft toegestaan een scheidingsbrief op te stellen en haar weg te zenden." Ja, u hoort het goed: háár weg te zenden. Niet hem óf haar, maar haar. Het was een privilege van mannen voor mannen.

Zo treffen wij bijvoorbeeld in het evangelie een tafereel aan, waarbij een vrouw, die op heterdaad betrapt was op overspel, voor Jezus werd gebracht (Joh 8,1-12). De vrouw werd voor Jezus gebracht, niet de man. En het was dan ook de vrouw die men volgens de wet van Mozes moest stenigen en niet de man. In een aantal islamitische landen was dat tot voor kort ook nog het geval. Overspel kon de vrouw op steniging komen te staan. Dat is een publieke vorm van doden. De terechtstelling geschiedt niet door één persoon, door één man, maar door een hele gemeenschap. Blijkbaar had men meer bevestiging nodig dan alleen maar de wetgever zelf of de wetgeving. Door de wijze van terechtstellen door de hele gemeenschap kon men als het ware de hele gemeenschap achter deze willekeurige uitleg van de wet stellen, waarbij aan te tekenen is, dat die gemeenschap bij die steniging niet vertegenwoordigd wordt door mannen én vrouwen, maar door mannen alleen en zo is de kring dan rond. De mannen bevestigen hun privilege door samen de vrouw te straffen voor een zonde waaraan mannen medeplichtig waren.

De nauwe cirkel rond het hart bedenkt voor een enge groep van mensen, de mannen, een wetgeving, die de vrouwen discrimineert. Alleen de mannen hebben recht hun vrouwen te verstoten. Het zijn de mannen die hier onder elkaar de dienst uitmaken, de wet stellen. Dat is dan ook het eerste wat Jezus stelt: "Om de hardheid van uw hart heeft hij die bepaling neergeschreven", om de uitdroging van uw hart. Daar is een woord voor: sclerose, waardoor bijvoorbeeld het weefsel van spieren hard en eigenlijk levenloos wordt; de warmte, de vitaliteit, het bloed gaat er uit. Daar zit niet het Hart van de Schepper achter, want Hij heeft de mens man én vrouw gemaakt. Jezus gaat daarvoor niet terug naar het mensenrecht, Hij start niet een mensenrechtenweging, die zich inzet voor de emancipatie van de vrouw, maar Hij gaat terug naar de Schepper, naar de natuurwet, waarvan de Tien Geboden, de Tien Woorden, de uitdrukking zijn. Paus Johannes Paulus II merkte steeds weer op, dat die Tien Geboden de uitdrukking zijn van het geweten van de mensheid. Niet de hardheid van het mensenhart heeft de verhouding tussen man en vrouw in het huwelijk vastgesteld, maar de Schepper met zijn grote Hart en zijn zelveloze liefde.

In het begin, bij de schepping, heeft God hen als man én vrouw gemaakt. Er is geen verschil, geen onderscheid, geen voorrecht voor de één boven de ander. Jezus gaat dan verder met de mannen, want zij zijn het geweest die zich uit die gelijkheid hebben losgemaakt en zich hebben gesteld boven de vrouwen. "Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen één vlees worden. Zo zijn ze dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn." Want de vrouwen komen, zoals de eerste lezing het ons heeft gezegd, voort uit de mannen. Die waren oorspronkelijk al één, die waren al in elkaar. Wat is er dan normaler dan dat als ze uit elkaar gaan, ze tenslotte weer bij elkaar terecht komen. Dat is een natuurgegeven, door God erin gelegd. Dat zit in de natuur zoals God deze heeft geschapen. Het is de heilige kern van het huwelijksverbond. Deze heilige kern ligt aan het fundament van het huwelijk en alleen deze heilige kern zal het huwelijk kunnen doen voortbestaan. Niet de gevoelens, de wederkerige gevoelens van liefde en genegenheid, van affectie, de geborgenheid die de een vindt bij de ander, het menselijke geluk, of de voortplanting is wat mensen in het huwelijk uiteindelijk bijeen brengt en bijeen houdt, maar het is iets wat God erin gelegd heeft. "Wat God derhalve verbonden heeft mag een mens niet scheiden."

Zo is het in de verbondenheid van mensen in het huwelijk, maar zo is het ook in het leven van elke mens persoonlijk. Ook al is hij nog zo klein, hij heeft een heilige kern. Dat wordt in het laatste deel van dit evangelie aanschouwelijk gemaakt. "De mensen brachten kinderen bij Jezus met de bedoeling dat Hij ze zou aanraken." De kinderen werden overal door de Meester aangeraakt, dat hadden de mensen gehoord en daarom kwamen ze nu ook bij Hem met hun kinderen. En de apostelen lieten dat natuurlijk toe. Maar naast hun andere bezigheden hadden ze ook een soort functie van ordebewaarder. Ze moesten zorgen dat de goede orde bewaard werd. Dit keer vonden zij het niet verantwoord om de Meester daar nog mee lastig te vallen. Het was een bijzondere omstandigheid, dus weg met die kinderen, nu even niet. De algemene wet van het toelaten van kinderen tot de Meester gaat voor deze keer niet op. Ze vonden het daarom volkomen verantwoord om die kinderen weg te jagen, zoals de mannen het in die mannenmaatschappij van toen volkomen verantwoord vonden om hun vrouw te kunnen wegsturen.

Veel kinderen en vrouwen delen in onze mannenmaatschappij nog in hetzelfde lot. Het zijn diezelfde samenlevingen waarin de vrouwen worden onderdrukt en waarin ook de kinderen geen recht hebben, waar kinderslavernij het meeste voorkomt. Dat is dan het gebeuren. Maar bij het gebeuren hoort een woord van Jezus: "Laat de kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods." Nu moet je weten dat Jezus Zich het Rijk Gods in Persoon weet. Want aan hen die zijn zoals zij behoor Ik. Zij behoren aan Mij toe en Ik behoor aan hen toe. Zoals man en vrouw bij elkaar horen, als ze met elkaar verbonden zijn in het huwelijk, zo zijn God en de hele kleine mens met elkaar verbonden. Dat is de heilige kern in iedere mens. Je bent door God geschapen. God is van jou en jij bent van God. God moet voor je zorgen, God moet je leiden. Ze zijn altijd bij Jezus en Jezus is altijd bij hen, zoals man en vrouw in het huwelijk. Daarom moeten jullie allemaal worden als een kind: "Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan." Wie Mij niet aanneemt als een kind zal zeker niet bij Mij binnengaan.

Zo keren we terug naar die heilige kern zoals we geschapen zijn, die innerlijke kern, die in elke mens zit, dat je een kind van God bent. Aan de grondslag van je leven ligt het geheim, het geheim van God. En het gebed dient er voor om elke keer naar dat geheim terug te gaan. In de chaotische omstandigheden van het menselijk leven, de spanningen en de wirwar van bewegingen, in emoties en gevoelens van alles om je heen, mag je die innerlijke kennis nooit ondermijnen, begraven. Je blijft bestaan en van daaruit kun je weer opnieuw je weg door het leven gaan: geordend op het doel, op God zelf.
Dat is ons heilig geloof! God heeft gewild, dat Hij die heilige kern opnieuw in ons tot leven kan roepen.