Als man en vrouw (Mc. 10,2-16)

Kevin Farrell, de Ierse Curiekardinaal, leidt in het Vaticaan de congregatie voor de leken en de gezinnen. Hij beweert dat priesters niet het meest geschikt zijn om koppels op het huwelijk voor te bereiden. Dit kan eveneens gelden voor wie een homilie houdt over het huwelijk en het gezin. Een gehuwde kan er meer over zeggen dan een ongehuwde. Niet dat deze totaal onwetend zouden zijn over het wel en wee in gezinnen. Zij zijn zelf in een gezin opgegroeid. Een priester vertelde over een oud-professor die in Luik officiaal was en van uit die functie toch heel wat gehuwden had ontmoet. Hij was kaal. Hij zei in de cursus tot zijn studenten: “Jullie weten dat ik niet gehuwd ben, maar het huwelijk deed mij al mijn haar uitvallen.” Hij sprak zo vanwege zijn ervaring bij de kerkelijk rechtbank, waar aanvragen tot nietigheidsverklaring binnenkomen.

Een geschenk uit het paradijs

We kunnen het huwelijk als een geschenk beschouwen van het paradijs, als een stuk hemel op aarde, maar we horen eveneens hoe het samen zijn in het gezin een hel kan zijn, waar de kinderen nog het meest onder lijden. Als liefde tot afkeer en haat leidt, is de hel niet ver weg. Een conferencier had volgende boutade: “Verliefden zouden mekaar willen opeten, nadien hebben ze spijt dat ze het niet hebben gedaan.”

Een gehuwd predikant noemde het huwelijk een mooie restant van het paradijs. In een voorwoord op het boek Paradijsbloem schrijft de uitgever J. Jop: “Het huwelijk wordt wel een paradijsbloem genoemd. Iets moois uit het paradijs wat de Heere na de zondeval heeft overgelaten. Om een bloem mooi te houden en te laten bloeien, is er aandacht en onderhoud nodig. Dat geldt ook voor het huwelijk. Dit dagboek bij de Bijbel wil echtparen helpen om hun huwelijk te onderhouden, om als man en vrouw te leven zoals God dat vraagt. Op diverse facetten van het huwelijksleven wordt ingegaan. Telkens wordt er geluisterd naar wat Gods Woord erover zegt. Aan het eind van ieder dagboekstukje staat een vraag, een stelling of een opdracht om er als echtpaar over te denken of te spreken. Vooral bedoeld om allerlei praktische en geestelijke zaken samen met Gods hulp in praktijk te brengen. Zo mag het huwelijk als een paradijsbloem (gaan) bloeien, tot zegen voor elkaar en tot eer van God.”

Aan dit dagboek werken auteurs mee uit de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en de Hersteld Hervormde Kerk.

De liturgie brengt ons vandaag bij het paradijs door de keuze van een tekst uit het boek Genesis. De verteller brengt zijn toehoorders van toen en de lezers van nu bij dat de mens zijn oorsprong heeft bij God. Wij zijn niet in het bestaan geworpen, maar wij zijn door God gewild met een opdracht naar de wereld toe. Hij schiep hen naar zijn evenbeeld. We zien iets van God in man en vrouw. Onder invloed van de apostel Paulus zien christenen in de huwelijksliefde een beeld van de innige band tussen Christus en zijn kerk.

Wij staan er voor als man en vrouw; al fronsen hier al mensen de wenkbrauwen. Hij en zij, man en vrouw, mag dit nog gezegd vanuit de gendertheorie? De treinconducteur zou niet meer mogen zeggen ‘dames en heren,’ maar hij/zij moet hen aanspreken als ‘beste reizigers’. ‘Hij’ en ‘zij’ zouden niet passen in de gendertaal.

De mens kan dingen benoemen. Adam, de mens laat de dieren voor hem paraderen. Hij geeft hun een naam maar hij vindt niet de hulp die bij hem past. Ook aan dit woord kunnen lezers zich storen. De vrouw is immers geen ondergeschikte. Vaak is het toch zo geweest. Zij kreeg de drie K’s toegewezen: kinderen, keuken, kerk. Zelfs de mooie psalm 128 die wij als tussenzang bidden bevat toch het beeld van de man patriarch, blij om de huisvrouw die hem kinderen geeft en in haar huis als een rijk beladen wijnstok is.

Drie waarheden

De mens is maar ten volle in de ontmoeting tussen man en vrouw. Hier past een gedachte uit het jaar 1158, toegeschreven aan de theoloog Petrus Lombardus: “De vrouw is niet genomen uit de voet van Adam om zijn slavin te zijn, ook niet uit zijn hoofd om baas over hem te zijn, maar uit zijn zijde om zijn partner te zijn.” Hij bevestigt op deze manier drie waarheden over het huwelijk van Adam en Eva, weergegeven in het tweede scheppingsverhaal van Genesis. Adam en Eva, zij waren voor elkaar geschapen en bestemd. Zij waren verschillend van elkaar en zij werden aan elkaar gegeven en toevertrouwd.

In alle tijden huwden mensen en werden mensen gehuwd (Math. 24,37-39). En in alle tijden waren er spanningen, die vaak voor de buitenwereld verborgen waren. De Me-too beweging brengt een aantal aan het licht in verband met seksueel grensoverschrijdend gedrag.

 Het huwelijk zou een poging zijn om met zijn twee-en problemen op te lossen, die men alleen niet heeft. “Die Ehe ist der Versuch, die Probleme zu zweit zu lösen, die man alleine nicht hat“ (Woody Allen *1935).

Een vraag van de Farizeeën

In het evangelie krijgt Jezus een vraag vanwege de Farizeeën. Het verwondert ons niet, want Marcus heeft in zijn evangelie veel vragen genoteerd. De vraag van de Farizeeën kan als een list aanzien worden om Jezus te toetsen op zijn trouw aan de Thora. Hun vraag kan toch een echte bekommernis uitdrukken. Er waren nogal wat echtscheidingen in Israël. De wijze waarop echtscheidingen in die tijd gebeurden waren zeer ongunstig voor de vrouwen. De man mocht een scheidingsbrief opstellen, de vrouw niet. De reden van de scheidingsbrief moest zelf niet zwaar zijn. Deuteronomium 24,1 maakte het wel gemakkelijk. Het wordt de man toegestaan zijn vrouw te verstoten. Wetgeleerden uit de school van Hillel gingen daarin heel ver. “Zij aanvaardden elke vorm van ontevredenheid als een mogelijke grond van wegzending. Theoretisch kon dat zelfs een verpieterde maaltijd zijn” (Peter Schmidt, Ongehoord. Christen zijn volgens de Bergrede, p.149). Sjammai, een tijdgenoot van Hillel, was veel strenger. “Hij en anderen beperkten de grond van scheiding tot overspel en andere vormen van ontucht, omdat die het huwelijk ontheiligden en de band de facto verbraken” (Ibid.).

Jezus zet de puntjes op de i. Hij gaat terug naar het woord bij de schepping: “In het begin, bij de schepping, heeft God hen als man en vrouw gemaakt.” Jezus erkent ook het falen van het hart. Maar hij stelt heel duidelijk dat wij niet mogen scheiden wat God heeft verbonden.

“Hiermee is duidelijk dat Jezus met zijn echtscheidingsverbod zich niet tegen de Thora als dusdanig keert, maar Hij klaart een bepaald punt van de Thora uit. Hij neemt met zijn provocerende, in rechterlijke taal ingeklede oproep, de vrouw in bescherming, die aan de willekeur van de man over God in bescherming die door het gewoonterecht overdekt is, en waarvan de oorspronkelijke bedoeling niet meer herkenbaar is” (G. Lohfink, Jezus van Nazaret, p. 348).

Zorg om het huwelijk

Liefde vraagt om en groeit door trouw. Trouw is de zus van de liefde. Wij mogen het ideaal niet uit het oog verliezen en we hebben tevens begrip voor het complexe. Na de twee bisschoppensynodes over het huwelijk schreef Paus Franciscus de mooie brief Amoris Laetitia. Daarin belicht hij duidelijk de waarde en de schoonheid van het huwelijk. Het gezin is van belang voor de kerk en de maatschappij. De paus toont begrip voor echtparen met moeilijkheden en hij zorgt voor een pastorale houding, gesteund op barmhartigheid in het omgaan met gebrokenheid.

De voorbereiding op een kerkelijk huwelijk vraagt om een bijzondere aandacht van de kerkgemeenschap in ons land. De bisschoppen van ons land publiceerden daarover begin mei 2018 de brochure Liefde en geloof verbinden. Op weg naar een kerkelijk huwelijk. Ze bevat voorstellen en richtlijnen.

Lied

Het tweede scheppingsverfhaal eindigt met de vreugdekreet van de man bij zijn ontmoeting met de vrouw. “Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees. Mannin zal ze heten, want uit de man is zij genomen” (Gen.2, 23). Het is het eerste gedicht en lied in de niet eindigende reeks van liederen en poëzie over de liefde. Het Bijbelse Hooglied van Salomo en de hymne van de Paulus over de liefde (1 Kor. 13) horen thuis in deze reeks.

Bij de inzegening van hun huwelijk kozen Pauline en Julien voor een tekst van Michel Quoist, L'amour, une route.

Aan een relatie dien je te werken, het gebeurt niet vanzelf en het is ook niet altijd vanzelfsprekend. “Liefde is een werkwoord.” “Bij het begin van een huwelijk kan je je soms, door de grote verliefdheid, moeilijk voorstellen en inschatten dat het niet steeds ‘zomaar’ is. MAAR als elk bereid is zich er samen voor in te spannen, is het een ongelooflijk geschenk om elke keer opnieuw dankbaar om te zijn. Elk met zijn/haar verschil maar aanvullend voor elkaar” (Een gehuwde aan het woord).

Liefde is niet kant-en-klaar.

Liefde groeit.

Zij is geen rok of kostuum, pasklaar om dragen.

Liefde is een stuk stof om te snijden, te bewerken, te stikken en te naaien.

Liefde is geen appartement, alles erin met de sleutel erbij.

Het is een huis om te ontwerpen en te bouwen,

om te onderhouden en vaak te herstellen.

Liefde is geen beklommen bergtop.

Maar ze begint in het dal,

Ze kent een boeiende beklimming,

En gevaarlijke valpartijen in de kou van de nacht

Of bij de hitte van een brandende zon.

Liefde ligt niet stevig geankerd in de haven van het geluk.

Het anker wordt gelicht voor een vaart in volle zee,

Zowel bij een lichte bries als bij storm.

Liefde is geen triomfantelijk ‘ja’,

Geen slotakkoord van een muziekstuk

Te midden ven een lach en bravogeroep.

Zij is de som van vele stippeltjes ja-woorden

te midden van de vele keren ‘neen’

die men al gaande wegveegt.

Trouw zijn, weet je, betekent niet

dat je niet kan verloren lopen,

dat je niet vecht, dat je je niet zal vallen.

Het is steeds terug opstaan en altijd verder stappen.

Het is tot op het einde het project opvolgen

dat samen is voorbereid en vrij is opgenomen.

Het is vertrouwen geven aan de ander,

Ver boven de schaduw van de nacht.

Het is mekaar ondersteunen

Over en doorheen valpartijen en kwetsuren.

Het is vertrouwen en geloof schenken aan de Liefde.

Antoine Rubbens

L'amour, une route

L'amour n'est pas tout fait.
Il se fait.
Il n'est pas robe ou costume prêt-à-porter,
mais il est pièce d'étoffe à tailler,
à monter et à coudre.
Il n'est pas appartement, livré clef en main,
mais il est maison à concevoir, à bâtir,
à entretenir, et souvent à réparer.
Il n'est pas sommet vaincu,
mais il est départ de la vallée,
escalades passionnantes, chutes dangereuses
dans le froid de la nuit
ou la chaleur du soleil éclatant.

Il n'est pas un solide ancrage au port du bonheur,
mais levée d 'ancre et voyage en pleine mer,
dans la brise ou la tempête.
Il n'est pas un "oui" triomphant,
énorme point final qu'on écrit en musique,
au milieu des sourires et des bravos,
mais il est multitude de "oui" qui pointillent la vie,
parmi une multitude de "non"
qu'on efface en marchant.

Ainsi être fidèle vois-tu, ce n'est pas :
ne pas s'égarer, ne pas se battre, ne pas tomber,
c'est toujours se relever et toujours marcher.
C'est vouloir poursuivre jusqu'au bout
le projet ensemble préparé et librement décidé.
C'est faire confiance à l'autre
au-delà des ombres de la nuit.
C'est se soutenir mutuellement
au-delà des chutes et des blessures,
C'est avoir foi en l'Amour

Michel Quoist