Samen (2012)

We zijn er wel een beetje aan gewend dat we op sommige plaatsen permanent in de gaten worden gehouden.
Dat kan zijn in de supermarkt, op de parkeerplaats, op menige plek op de snelweg en nog veel meer.
Zelfs menig particulier huis is voorzien van camera’s die de eventuele bezoeker in de gaten houden.
Ook al ben je niets kwaads van plan, het geeft toch niet zo’n prettig gevoel dat “big brother is watching” en daarom zijn er een aantal wetten die de privacy van ieder ook weer beschermen.
Niet iedereen mag zo maar persoonsgegevens verzamelen en doorgeven, maar helemaal eronderuit kan ook weer niet.
De zorgverzekeraar, bijvoorbeeld, moet over een aantal gegevens kunnen beschikken en zo zijn er meer.
Het andere uiterste ligt in de uitspraak: “Ik heb met niemand iets te maken, ik heb niemand nodig en niemand heeft iets met mij te maken”.
Dat is niet zo.
Wij mensen hebben elkaar nodig.
Als je niemand nodig hebt dan sluiten we de elektriciteit af, het riool, het gas en de waterleiding.
Eens kijken hoe dat bevalt.
Er blijft een voortdurend afwegen tussen samen en alleen, tussen individu en gemeenschap en dan zal toch de balans behoorlijk doorslaan naar het gegeven dat wij mensen nu eenmaal geschapen zijn voor elkaar.
Dat is trouwens in heel de natuur zo: geen plant kan zonder de andere, geen dier zonder minstens de soortgenoot.
De mieren zijn zo succesvol omdat ze perfect op elkaar zijn afgestemd.
In het scheppingsverhaal wordt dat heel poëtisch in beeld gebracht.
Het is geen verslag van een scheppingsgebeurtenis.
Hier wordt uitgelegd hoe God de mens heeft gedacht: voor elkaar.
In het evangelie zijn het toch weer farizeeën die dit onderuit willen halen door met een scheidingsbriefje van Mozes voor de dag te komen.
Jezus handhaaft het oergegeven dat man en vrouw er zijn voor elkaar.
Dat soms blijkt dat deze man en deze vrouw niet zo sterk voor elkaar geschapen zijn, dat wist Hij ook wel.
Dat is dan zo.
Maar het beginsel blijft overeind.
Nochtans blijft het ook tussen man en vrouw een voortdurend zoeken naar een goede balans tussen samen en alleen.
Ze zijn niet bedoeld als gevangenen van elkaar.
Ze zijn verschillend en dat valt ook niet weg te poetsen.
Ik hoor het dezer dagen een vrouw zeggen:
“Mijn man is met vrienden voor een paar dagen naar een voetbalmatch in Engeland.
Nu heb ik het rijk alleen.
Heerlijk!
Maar het moet niet te lang duren.”

We willen niet dat we voortdurend in de gaten worden gehouden, maar een mens alleen kan niet overleven.

We verenigen ons in een land met verkiezingen en zo, we sluiten ons aan bij een club, een vriendenkring en ook in een geloofsgemeenschap.
Aantasting van de club wordt gevoeld als aantasting van het individu en dat roept de wil tot onderlinge bescherming wakker.
Dat geldt dus ook voor de geloofsgemeenschap, zoals we hier samen zijn en zelfs met de leden die weer eens een keertje thuis gebleven zijn.
Die gemeenschap wordt bedreigd.
Wellicht is dat de beste manier om mensen nog wat meer naar elkaar toe duwen.
Dat moet dan maar gebeuren.
Eens kijken of de indringer en belager sterk genoeg om is de mensen uit elkaar te kunnen drijven.