26e zondag door het jaar B (2006-2012)

Een paar jaar geleden deed president George Bush met het oog op de oorlog de volgende uitspraak: “Wie niet voor mij is, is tegen mij.’ Daarmee leende hij een zin uit het Evangelie van Lucas. Met andere woorden hij paste een uitspraak van Jezus toe op zichzelf en zijn beleid. Blijkbaar zag hij zichzelf in de rol van moderne Messias voor de redding van de wereld. Het is jammer dat hij niet het Woord van vandaag van Jezus heeft genomen, want dat is andersom: Wie niet tegen Mij is , is vóór Mij. Dat is een andere insteek. Voor of tegen zijn aanpak, zijn methode en inzet zijn, hangt af van je kennis van de situatie en inschatting van de problematiek. Daarom de vraag: waar ben je voor en waar ben je tegen? Niet alleen in de politiek, maar gewoon in het dagelijks leven. Een voorbeeld:

 

Zullen we gaan zeilen? Jan zegt ja, hij is gek op zeilen. Piet zegt nee, hij is óók gek op zeilen, maar hij weet dat er storm op komst is. Hij is dus positief, maar stemt toch tegen. Karel heeft een hekel aan zeilen, maar hij zegt toch ja, omdat hij bang is voor een doetje versleten te worden en Frans zegt nee, want hij heeft een hekel aan zeilen omdat hij bang is voor het water.

 

Om allerlei redenen, positieve en negatieve, kun je ergens voor of tegen zijn. Maar wij mensen verpakken onze afwijzing meestal in allerlei redelijke argumenten. De vraag is daarom wat er in de diepte bij ons onder zit. Angst, twijfel, kleingeestigheid, of andersom, juist overmoedigheid, opschepperigheid, een goede beurt willen maken. Heel veel gevoelens zijn van invloed op onze beslissingen, al spreken we ze maar zelden uit.

 

Vandaag zijn we getuigen van gesprek met Jezus. De apostel Johannes, die net als zijn broer de bijnaam heeft ‘donderzoon’, hij is blijkbaar een vuurvreter, kan het niet hebben dat ook anderen in de naam van Jezus grote dingen doen. Het lijkt erop dat hij denkt: Jezus is van óns, en wie met Jezus mee wil doen die moet eerst bij óns komen.

 

Hij zegt letterlijk tegen Jezus: ‘Meester, we hebben iemand die óns niet volgt in uw Naam duivels zien uitdrijven, en we hebben getracht het hem te beletten omdat hij geen volgeling van óns was’.

 

Het is leerzaam om te zien hoe Jezus hierop reageert. Jezus wordt niet boos, niet naar de ene en ook niet naar de andere kant. Hij weet altijd de wijsheid te bewaren. Hij wordt niet boos naar de man of vrouw in kwestie. Hij zegt niet, wie haalt het in zijn hoofd om in mijn Naam zomaar duivels uit te drijven. Dat is wel de sfeer waarin de leerlingen spreken. Jezus wordt ook niet boos op de leerlingen, blijkbaar heeft Hij begrip voor hen. Zij hebben alles verlaten om Hem te volgen, dat is heel wat, dat zou je dus niet hoeven te doen om toch wonderen te kunnen doen in zijn Naam. Jezus heeft begrip voor beiden en zijn begrip brengt hen ook dichter bij elkaar. Hij laat zijn leerlingen voelen dat er iets belangrijkers is.

 

Ooit stemde sommige landen tegen de Euro. Ooit stemde Nederland tegen een Europese grondwet. Waarom zeiden mensen nee? Wat ik toen hoorde in interviews wees vooral in de richting van angst. Europa, Brussel, is te traag, angst om op te gaan in het grotere geheel en je zelfstandigheid te verliezen. Maar angst is een slechte raadgever, zelfs als ze gelijk zouden hebben, blijft angst een slechte raadgever.

 

Zo is het ook bij leerlingen, en dat geldt dus ook voor ons, leerlingen van Jezus in deze tijd, zijn Kerk. Passen we het Evangelie toe op vandaag: Heer ik heb een dominee over liefde en vergeving horen preken in uw Naam, maar hij hoort niet bij onze Kerk. Heer ik heb in bijeenkomst van een Pinkstergemeente mensen horen jubelen in uw Naam en bidden om de Geest, maar ze horen niet bij onze Kerk. Dan zegt Jezus: ‘Belet het hun niet’.

 

Wat bedoelt Jezus met: ‘Belet het hun niet’. Dat is geen jubeltoon, alsof Hij zou zeggen:‘dat is mooi, dat is geweldig, wat zij doen’. Jezus reageert niet heel positief, maar ook niet afwijzend; zijn wijsheid is uiterst subtiel. Hij zegt alleen: ‘belet het hun niet’, ofwel onderneem geen actie tegen hen, span je niet in om anderen tegen te houden in deze situatie.

 

Jezus zegt dus niet ‘dat vind Ik mooi wat die man of vrouw daar doet’. Nee, want Jezus biedt hen méér aan; Hij nodigt ook deze man of vrouw, die nu reeds in zijn Naam bijzonder goede dingen doet, uit om Hem van nabij te volgen, om zich bij zijn leerlingen te voegen, om één te zijn met Hem en zijn leerlingen. Maar indien hij of zij dat niet doet, dan moet je hen niet gaan tegenwerken. Jezus is blijkbaar niet bang voor kerkelijke concurrentie. Hinder anderen niet als zij goed doen.

 

Het is een boodschap voor de oecumene in onze tijd. Waardeer elkaar in het goede dat we doen. Wees niet te bang, wees niet protectionistisch, sluit je niet op in je eigen club en weet het goede in de ander te zien. Maar wees ook heel blij dat we met de leerlingen, met Jakobus en Johannes en al de andere apostelen, bij Jezus horen. Wees blij dat wij zijn Kerk mogen zijn en Jezus mogen volgen. Maar dan worden we ook genodigd om met Jezus zo ruim van hart te zijn dat we anderen waarderen in zijn of haar goede inzet.

 

Geldt dat voor alle omstandigheden? Het antwoord van Jezus verdient, denk ik de aandacht., Hij zegt: ‘Iemand die een wonder doet in mijn Naam, zal niet zo grif ongunstig over mij spreken’. Dus zolang iemand oprecht de Naam van Jezus gelovig en positief gebruikt, dan mag je erop vertrouwen dat er iets goeds uitkomt.

 

Maar geldt dat dan ook voor de paranormale beurs, voor Jomanda, voor healers en allerlei bijzondere genezers? Voorzichtigheid is altijd gepast, gewone nuchtere, menselijke wijsheid ook. Wat zijn de criteria: wanneer zij Jezus erkennen als Heer, als Gods Zoon, als zij geloven in zijn verrijzenis en zijn kracht, als ze net zo gratis dienstbaar zijn als Hij, als zij zijn naam in ere houden en op hun beurt zijn Kerk niet tegenwerken, dan maakt Jezus hen nog niet tot een soort redelijk alternatief, maar we hoeven ons ook niet teveel zorgen te maken.

 

Criterium blijft bij dit alles, net als in Matteüs 25 - wat je voor een van die kleinen hebt gedaan in mijn Naam, heb je voor Mij gedaan. En andersom, wie een van deze kleine schade doet, heeft veel te verantwoorden. Met die criteria, moeten mensen van goede wil elkaar kunnen vinden. Het zal ook anderen helpen om zich te voegen in de kring van Jezus’ volgelingen. Dan zal het gaandeweg worden wat Jezus heeft voorspeld, één herder en één kudde. Amen.