Een vraag naar een persoonlijk antwoord (Mc 8,27-35)

In het evangelie van Marcus worden veel vragen gesteld. Jezus zelf stelt vragen, zijn tegenstanders stellen vragen. Zijn leerlingen hebben vragen en mensen die bij Jezus komen leggen hem hun vragen voor. Het zijn vragen van toen en een aantal blijven actueel. In het evangelie van vandaag en van de komende zondagen worden we telkens met een van deze vragen geconfronteerd.

Jezus is met zijn leerlingen vaak onderweg. Op weg naar dorpen in de buurt van Caesarea Filippi, wil hij van zijn leerlingen vernemen wat de mensen over hem zeggen. Maar hij wil vooral weten wat zij zelf van hem denken. Op zijn uitdrukkelijke vraag “En, wie ben ik volgens julllie? geeft Petrus het antwoord: “U bent de Messias.”

Een scharnier in het Marcusevangelie

In de opbouw van het evangelie is dit tafereel met deze vraagstelling een scharnier. Petrus zegt wie Jezus is. Hij doet het niet uit eigen kracht, maar als een ingeving van God. Jezus spreekt hier niet meer in gelijkenissen, maar duidelijk. Hij wordt als de Messias erkend. Jezus vervolledigt zelf het antwoord door zijn lijden aan te kondigen. Hij zegt hier wat Paulus later over Jezus zal zeggen: “Wij verkondigen een gekruisigde Christus” (1 Kor. 1,23).

Marcus gebruikt dit antwoord van Petrus samen met dit van de honderdman onder het kruis als aanhef en als opschrift voor zijn evangelie. Petrus belijdt: “Gij zijt Christus.” De honderdman belijdt. “Waarlijk, deze mens was een Zoon van God.” Marcus verbindt beide antwoorden bij de start van zijn evangelie: “Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God” Mc. 1;1).

De Schrift kennen

Het is maar nadat wij zelf dit evangelie helemaal lezen, alsook de drie andere dat wij voor ons zelf kunnen zeggen wie Jezus is. Hiëronymus zegt: "De Schriften niet kennen, is Christus niet kennen". Het is belangrijk dat iedere christen in contact en in persoonlijk gesprek leeft met het Woord van God, dat ons in de Heilige Schrift gegeven is. Het is niet zo evident om in deze zoon van een timmerman en in deze rondtrekkende predikant, die zijn leven eindigt op een kruis, Gods gezant en Gods Zoon te ontmoeten, iemand aan wie we ons ten volle toevertrouwen.

Een Babel aan meningen

Het is niet zo gemakkelijk om ons geloof in Jezus te belijden en te bewaren in een tijd van secularisering, waarbij het geloof als overbodig voorkomt in een maatschappij die steeds meer pluralistisch is en een zo grote verscheidenheid vertoont van volkeren, religies en culturen. Wie is Jezus voor ons in deze grote verscheidenheid? In deze uitdagingen kan het geloof groeien. Over Jezus is veel geschreven. De ene aanziet hem als een grote profeet, gedreven door gerechtigheid en liefde. Anderen beschouwen hem als een leraar, een van de grote wijzen. Weer anderen prijzen hem als een revolutionair. Of is hij een dromer van Gods dromen, een utopist?

De christenen mogen tot een van de grootste religies behoren, toch zijn er velen in deze wereld die Jezus niet kennen. Bij niet christenen kan er een sympathie bestaan voor Jezus. Mahatma Gandhi is hiervan een van de schoonste voorbeelden. Volgens de moslims is Jezus een verdienstelijk profeet, maar hij is niet de zoon van God. Jezus was een prachtig mens, maar zijn boodschap was niet de laatste. Dat was die van de profeet Mohammed. “Voor moslims was Jezus van Nazareth geheel en al menselijk, net als de profeet Mohammed overigens. De drievuldigheid van God, de stelling dat God tegelijk uit de Vader, de zoon Jezus en de heilige Geest bestaat, vinden moslims ongerijmd. De eenheid van God is het centrale geloofspunt van de islam” (Jan Leyers, Allah in Europa, p. 256).

Van zichzelf zegt Jan Leyers dat hij als kleine jongen ook niet wijs raakte uit het drievuldige karakter van God. “Waarlijk religieus was ik niet. Ik ging naar de kerk en deed mee aan de rituelen, maar ik voelde me er op geen enkel moment echt bij betrokken. Op mijn elfde viel ik van mijn sowieso al broze geloof af” (Ibid). Zo zijn er een aantal bij wie de band met een geloofsgemeenschap verzwakt en verbroken is. De auteur stelt zich toch de vraag hoe het komt dat iets waar hij op zijn elfde mee brak – God en zijn geboden –hem vandaag zo fascineert. “Weinigen beseften dat het afscheid van God zich alleen in Europa had voltrokken, en nu dat secularisering de rest van de wereld zo goed als vreemd was. Pas met de Iraanse revolutie van 1979 werd het Europeanen met een schok duidelijk dat er nog altijd massa’s mensen waren voor wie geloof alles betekende, en dat met name in de islamitische wereld religie nog niets van haar begeesterende en mobiliserende kracht had verloren. En juist dat boeit me mateloos hoe een zelfverzonnen constructie het doen en laten van zoveel mensen blijvend beïnvloedt. Als een clubreglement waar de leden zich angstvallig aan houden, daarbij vergeten dat ze de regels zelf hebben opgesteld” (Op. cit., p.257).

Getuigen

Religie houdt vandaag velen bezig (Yvonne Zonderop, Over de verrassende comeback van religie). Maar dit is nog geen christelijk geloof en brengt ons nog niet bij het antwoord dat Jezus verwacht. Er zijn verrassende getuigenissen van mensen die vandaag voor Jezus kiezen. Aziz Sadek vluchtte in 2014 uit Irak bij de komst van Daech. Hij woont nu in Frankrijk. Hij acht het hoogdringend Jezus te verkondigen en te getuigen van Gods liefde. De Franse zender KTO liet hem aan het woord zoals hij een reeks andere hedendaagse getuigenissen uitzond. Zo was er in het programma Un Coeur qui écoute vrijdag 15 juni op KTO een gesprek met Laurent Grzybowski chanteur chrétien,

Onze kennis van Jezus is gegroeid vanuit de verbondenheid met de kerk, met de leefwereld thuis en op school. Wij hebben hem leren kennen en liefhebben als de kindervriend. Hij is ons voorgesteld als onze broer en onze meester, die we rabboeni noemden. Hij is voor ons geworden de Heer (Fil. 2,11).

Hem zoeken en vinden

We ontmoeten Jezus als de Heer die verkondigt en verkondigd wordt. Hij gaat ons voor als dienaar in de diaconie en is te vinden tussen de gewonden en de gekwetsten door het leven. Hij laat zich vinden als zieke, als hongerig, als vreemdeling, als gevangene. We ontmoeten Jezus in de liturgie, waar hij ons heel nabij komt zoals op de weg naar Emmaüs, waar hij ons de Schrift ontsluit en wij hem mogen herkennen bij het breken van het brood.

Hij laat zich vinden in de stilte van ons hart als ons gebed zich met het zijne verenigt en wij met hem tot de Vader bidden om het komen van zijn rijk.

Jezus is de weg. Maar slagen wij er in anderen de weg te tonen en deze zelf te gaan? Het Duitse diasporabisdom Hildesheim heeft een nieuwe bisschop, Heiner Wilmer. Deze was algemeen overste van de priesters van het heilig Hart. Hij schreef een boek dat enige ophef maakte, Gott ist nicht nett: Ein Priester fragt nach seinem Glauben. Hij reageert daarin tegen een te wollige verkondiging over God en over Christus. Hij stelt zich de vraag: Wat brengt Jezus mij? "Vaak kan ik alles wat over Jezus gezegd wordt niet meer horen. Ik weet dit zeer goed. Ik ben priester. Ik hoor mij iedere zondag preken en merk hoe ik woorden en zinnen (Floskeln und Palaver) ergens de hemel instuur.”

Navolgen

Na de belijdenis van Petrus en na diens bolwassing omdat hij Jezus wou afhouden van de weg naar Jeruzalem, zegt Jezus tot zijn leerlingen en tot het volk dat wij het kruis moeten durven opnemen en hem volgen. Jezus is niet teruggedeinsd voor het lijden (Jes.50,5-9). Lijden kan vormen. “J’ai le sentiment un peu stupide que, quand il n’y a pas de souffrance, il n’y a pas d’histoire. J’ai toujours peur que le trop-plein de bonheur, qu’un environnement trop ouaté et cotonneux rendent fade” (Lea Salamé, Le Soir, 30.06.2018).Wij kiezen er echter voor om op afstand te blijven van de wonden van Jezus. Wij volgen hem niet na wanneer hij wonden aanraakt en verzorgt. Jezus scheidt de heerlijkheid en het kruis niet van elkaar. Wij mogen ons niet onttrekken aan de dienst en de zorg voor zwakken en om met hem langs de stofferige straten van de geschiedenis te durven gaan. Zo sprak paus Franciscus in zijn homilie op het feest van Petrus en Paulus op 29 juni 2018.