Evangelieprikje 2015

Toen een van mijn leerlingen zich de eerste week van september voorstelde, vertelde hij dat zijn hobby voetballen was. Toen ik wat meer uitleg vroeg, zei hij dat hij een ploeg voetbalde. Als ik vroeg wat hij zo tof vond aan voetbal, kreeg ik tot mijn verbazing “niks” te horen. “Mijn pa wil absoluut dat ik voetbal, maar eigenlijk ben ik het al beu, maar ja, ik durf dat niet zeggen want mijn pa is ooit moeten stoppen door een knieblessure”. Een voorbeeld van iemand die niet helemaal zichzelf kan zijn omdat hij probeert te zijn wat anderen van hem verwachten. We beseffen natuurlijk allemaal dat zoiets niet kan, maar ik denk dat we onbewust heel wat mensen – vaak onze kinderen – opzadelen met onze al dan niet gelukte dromen. Iedere ouder weet wel hoe moeilijk het is om kinderen hun eigen weg te laten gaan en dus los te laten. We doen dat niet om die kinderen te pesten, integendeel, we doen dat omdat we het beste willen voor hen. Een soortgelijk “gevecht” gaat Jezus vandaag aan met zijn leerlingen in het evangelie. Eigenlijk vraagt Hij zichzelf te mogen zijn en dus op zijn manier het Messias-zijn te mogen invullen. Hij past voor het beeld van een Messias dat Zijn leerlingen – en met hen veel andere gewone joden uit die tijd – hadden.

Maar laten we beginnen bij het begin. Jezus vraagt aan Zijn leerlingen wie Hij voor hen is. Net als wij schrikken ook de leerlingen voor zo’n persoonlijke vraag. En ze doen wat de meesten van ons zouden doen: zich verstoppen achter de mening van anderen om onze eigen mening niet te moeten formuleren en dus persoonlijk te worden. Eéntje durft het wel: Petrus vertelt Jezus dat Hij voor hem de Messias is. Typisch voor dit evangelie is dan dat Jezus vraagt daarover te zwijgen. Maar dan komt de spreekwoordelijke aap uit de al even spreekwoordelijke mouw: Jezus vertelt hen dat Hij zal moeten lijden. Het beeld van de Messias dat Jezus hier waarschijnlijk voor een deel ontleent aan de profeet Jesaja slaat het heldhaftige beeld van de Messias dat de leerlingen voor ogen hadden, helemaal aan diggelen. De Messias was iemand die hen moest leiden en bevrijden van de Romeinse bezetter. Een Messias met wereldlijke macht dus. Daar past Jezus voor, omdat Hij zich voor een andere taak gezonden weet.

Wat moeten wij met dit evangelie? Ik denk dat we vandaag best in de huid van de leerlingen kruipen. Eens dat gebeurd is, zal Jezus ook aan ons vragen: wie ben Ik voor je? Proberen we daar eens echt op te antwoorden zonder woorden uit de Bijbel te gebruiken? Antwoorden wie iemand voor je is, is eigenlijk meteen ook beantwoorden hoe belangrijk die persoon voor je is en welke plaats hij of zij mag innemen in je leven. Vind je bijvoorbeeld dat Jezus iemand is in wie je God bezig ziet en hoort, dan moet Hij een voorname plaats krijgen in je leven.

Eens we op die vraag geantwoord hebben, komt de kwestie van het lijden. Waarom geloven we in Jezus? In welke Jezus geloven we? Vooral in de Jezus die wonderen kan doen en ons dus kan beschermen? In de Jezus die het lijden ondergaat? In de Jezus die mooie verhalen kan vertellen? … Helaas zijn er nog gelovigen die hun geloof beleven vanuit een soort angst voor het goddelijke. Als er nu iets is wat het geloof niet wil zijn, dan is het wel iets dat angst inboezemt. En toch is dat een godsbeeld dat veel mensen niet kunnen loslaten. Dat is niet alleen jammer, het belet ook een juist godsbeeld. God is volgens Jezus in de eerste plaats liefde en Hij wil er altijd voor ons zijn. Dat betekent echter niet dat God op een miraculeuze manier ingrijpt om ons te redden als het tegenzit, of dat God de natuurwetten doorbreekt of onze vrije wil even ‘on hold’ zet.  Een (be)dreigende God, een God die op miraculeuze wijze onze gebeden verhoort en ons beschermt, … dat zijn beelden die we moeten loslaten, hoe interessant ze ook kunnen zijn.  

Ik vermoed dat de evangelist ons dit verhaal meegeeft om ons te laten nadenken over wie God voor ons is. Hij doet ons aan onszelf vragen: welke God wordt hier aanbeden? Op zich is dit een belangrijke oefening voor elke gelovige. Het is aan onszelf en aan de gemeenschap om God vanuit een juist perspectief te aanbidden. De Bijbel kan ons bevrijden van al te menselijke invullingen van wie God is. Voor een christen is het belangrijk te geloven in de verrijzenis, maar die staat niet los van de kruisdood en het lijden. Het christendom is geen triomfalistische godsdienst, integendeel.  

Zo bekeken is de vraag naar de historiciteit van dit verhaal minder belangrijk. Of Jezus op voorhand wist dat Hij ging lijden, is niet de kern van ons geloof, wel dat Hij geleden heeft, gedood is en verrezen is. En dat ondanks dat lijden en die schandelijke kruisdood mensen zijn blijven geloven dat Jezus de verwachte Messias is.