Effeta - Ga open (2009)

'Ja, we kunnen het!' Het is helemaal goed Nederlands, en toch klinkt het niet half zo herkenbaar als: 'Yes, we can!' Dat heeft er natuurlijk alles mee te maken dat Barack Obama op weg naar zijn verkiezing tot eerste zwarte president van de Verenigde Staten met deze leus niet alleen heel veel kiezers in Amerika op de been bracht, maar ook wereldwijd het hart van heel veel mensen van allerlei kleur en achtergrond heeft geraakt. Zo komt het dat 'Ja, we kunnen het!' ons veel minder aanspreekt dan 'Yes, we can!' Al spreken wij hier Nederlands, deze uitdrukking klinkt ons vertrouwder in de oorspronkelijke taal.

Iets dergelijks gebeurt vandaag ook in het evangelie. Alle vier de evangeliën en het hele Nieuwe Testament zijn geschreven in het Grieks. Als we Jezus daarin horen spreken, dan is het dus ook in het Grieks. Toch is dat niet de oorspronkelijke taal van Jezus, want die sprak Aramees, maar wel de taal waarin Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes hun verhaal opschreven. Er zijn maar een paar uitzonderingen, momenten waarop zij dachten: Ja, dat is echt raar om dit nu in het Grieks te schrijven, want iedereen kent het in het Aramees. Net zoals het van mij raar was om 'Yes, we can!' in het Nederlands te vertalen, was het in die tijd heel raar om die paar letterlijke citaten uit de mond van Jezus te vertalen, omdat iedereen het in de oorspronkelijke versie kende. Vandaag horen we Jezus dus echt letterlijk uit zijn eigen mond, niet hoe Marcus het verwoordt. Het Aramees is nog opvallender omdat Jezus op dat moment aan de overkant van het meer was, in de heidense streek van de Dekapolis, letterlijk Tiensteden, en dat was een Griekssprekend gebied.

Om de vergelijking nog maar even vast te houden: 'Yes, we can!' was geen willekeurige uitdrukking van Obama. Het was in zekere zin de samenvatting, de kern van wat hij wilde zeggen. Geen samenvatting in de zin dat hij daarin al zijn politieke en sociaaleconomische plannen uitlegde, maar wel dat hij daarin naar de mensen probeerde over te brengen dat verandering mogelijk was - 'change' (verandering) was niet voor niets het andere toverwoord van zijn campagnespeeches - als zijn luisteraars het maar wilden, als zij er maar achter gingen staan, achter hem gingen staan.

Bij Jezus mogen we dus veronderstellen dat het Aramese woord 'Effata' niet zomaar een woord is, maar iets wat Jezus in al zijn doen en laten probeert over te brengen: 'Effata' - Ga open. Over dat woord heb ik in mijn voorbereiding een tijd zitten mediteren: Wat gebeurt er met mij als Jezus, als God dat woord tot mij spreekt: 'Effata - Colm, ga open.' ? Ik kan het u aanraden, al zal die boodschap natuurlijk in ieders eigen leven anders klinken. Ik zal u straks vertellen wat ik hoor als ik bedenk dat God dit tegen ons allen zegt, maar om te voorkomen dat we God alleen maar laten zeggen wat wij zelf graag zouden horen - dan worden wij een soort buikspreker en God onze handpop, en dat zou jammer zijn - daarom moeten we eerst goed kijken en luisteren naar het Bijbelverhaal waarin Jezus echt spreekt.

Daar is er een man die doof was en gebrekkig sprak. Je zou dus denken en vrezen: een man die grotendeels buitengesloten is uit de samenleving, die letterlijk en figuurlijk in een isolement leeft. Van de andere kant wordt hij bij Jezus gebracht, dus er zijn mensen die zich om hem bekommeren, mensen die genoeg vertrouwen hebben in Jezus om naar hem toe te komen, in dit heidense land! En dan merken we, zoals altijd, dat het Jezus gaat om deze ene mens, die voor hem nu de wereld is. Hij neemt hem apart, en legt zijn vinger letterlijk op de gevoelige plek. Hij steekt zijn vinger in zijn oren en neemt de barrière weg, hij raakt hem aan met speeksel en maakt de tong(en) los. Van de Mexicaanse griep hadden ze nog nooit gehoord, en eerlijk gezegd vraag ik me erg af of Jezus zich daardoor had laten weerhouden. Steeds opnieuw blijkt in het evangelie hoe hij door mensen wordt geraakt, en dan hen aanraakt. De helende kracht van zijn aanraking doorbreekt steeds opnieuw elke grens, ieder isolement. Dan slaat hij zich ogen op naar de hemel - daar komt zijn kracht vandaan, vanuit Gods erbarmen - en hij zucht: zoals God de mens ooit tot leven riep door hem levensadem in te blazen, zo brengt Jezus deze mens tot nieuw leven, en iedereen zingt het uit, jubelt dat hier gebeurt waar Jesaja tijdens de ballingschap over sprak toen hij op Gods woord het moedeloze volk moed insprak door zijn visioenen en dé boodschap van heel de Schrift die ook vandaag weer klinkt: Vrees niet. Onze God is een bevrijdende God, die de ogen opent, opdat ze Gods toekomst zien, de oren ontsluit om zijn boodschap van hoop te horen, die elke verlamming opheft opdat mensen springlevend zijn, en de mond van stommen zal dan niet zomaar spreken, maar jubelen. Iedereen die dit durft te geloven, krijgt de opdracht dit ook aan anderen door te geven.

Zou God dit ook vandaag nog aan ons willen zeggen? Als we echt naar God willen luisteren, kan het volgens mij ook in 2009 niet anders of we horen: Ik ben een bevrijdende God. Ik zie wel hoe jullie vaak verlamd zijn, opgesloten in je menselijke onmacht, door eenzaamheid, door de druk van wat er allemaal moet, door de angst om wat mensen van je vinden of zullen denken, de angst om je eigen gezondheid of van anderen die je even lief zijn als jezelf, het verdriet om wat er in je leven niet is gegaan zoals je zou willen, waarin jijzelf en anderen tekort zijn geschoten, het verdriet om wie je moet missen in je leven, door scheiding van tijd en plaats, van relatie of zelfs door de dood. Allemaal dingen waardoor wij mensen vast kunnen komen te zitten, die ons belemmeren om de lieve, hartelijke, zorgzame en bevrijdende mensen te zijn die we diep in onszelf dragen en o zo graag in ons leven naar buiten zouden uitdragen. Onze God is een bevrijdende en nabije God, die dit alles ziet en zegt: Wees niet bang. De boodschap van Jezus is: In Naam van deze bevrijdende God zeg ik je: Effata - Ga open.

Bij deze mensgeworden God die ons leven in al zijn facetten deelt, bij deze Jezus mogen wij terecht. En als wij gehoord zijn, apart genomen, aangeraakt, geheeld zijn, als hele mens opgenomen, dan mogen wij horen hoe van ons gevraagd wordt om zo goed als God voor anderen te zijn. Denk niet: Ik kan toch niemand genezen. Hoe vaak hebben wij niet ervaren hoe goed een beetje aandacht op het juiste moment doet. Kunnen wij ook echt luisteren, stil zijn, even onze waffel houden, onze grote mond, om open te gaan voor Gods bedoelingen, voor wat die ander ons echt te zeggen heeft, maar wat we alleen - tussen de regels door - horen als zij of hij merkt dat wij echt luisteren? En durven wij het aan om - daarna! als we echt geluisterd hebben, met de oren van ons hart - om te spreken, niet zomaar te kletsen, maar woorden te spreken waarvan we mogen vermoeden dat die ander daar baat bij heeft, goede woorden, bevrijdende woorden van vriendschap en vergeving die de ander helpen om op zijn of haar beurt open te gaan.

Mogen wij zo aangeraakt en genezen worden, en mag zo de woestijn van ons hart en onze stad een beetje tot bloei komen, een beetje water dat de dorre vlakte doorsnijdt, een klein stroompje dat tot leven komt, om te eindigen in jubelen en leven, als wij eerst durven luisteren naar die Stem, naar dat ene Aramese woord: Effata - Ga open!