Heilige vader op stap 2003

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

"O, ik was het helemaal niet met je eens ... Ik heb met kromme tenen in de bank gezeten ..." - zei één van U tegen mij, bij de koffie, ná afloop van de viering van verleden wéék zondag. Ook toen al ging het over dat visioen dat Petrus had, over dat laken dat uit de hemel daalde met al die beesten erin en dat hij toen die woorden hoorde: "Vooruit Petrus, slacht en eet!" en dat Petrus tegensputterde omdat hij altijd had geleerd "dat mag niet van God": "onreine" dieren eten ... Dus dat kán helemaal niet dat God nú de opdracht zou geven tot iets wat Hij vroeger expliciet zélf verboden heeft ... Ik zei daarover, verleden week op deze plek: God kan dus blijkbaar van méning veranderen. Nou die mevrouw was het daar dus helemaal niet mee eens geweest! God is eeuwig en is en blijft altijd Dezelfde volgens haar ... en daar kon ik haar natuurlijk geen óngelijk in geven ...

Natuurlijk, in wezen blijft God natuurlijk wel altijd Dezelfde, is er continuïteit in wie Hij IS - zoals dat voor ons allen geldt trouwens, hoeveel bekéringen, veranderingen ten goede, je ook doormaakt in je leven. Hoezeer je uiterlijk en je innerlijk, je denken en je doen ook kunnen veranderen in je leven: je blijft toch ergens óók altijd wie je bent. Toch kan ik mij de onthutsing en ontreddering en het protest van Petrus wèl heel goed voorstellen. Want een bijzondere move van God blíjft het: per visioen iemand aanzetten tot iets wat je eerst zelf expliciet hebt verboden. Het is tégen álle paedagogische principes ...

Die zeggen immers dat je als ouder of als opvoeder níet wispelturig moet zijn, niet de ene keer zús en de andere keer zó moet spreken en optreden. Want dan weet het kind niet waar het aan toe is, dan krijgt het een gevoel van onveiligheid en wordt het een bedplassertje ... Met Petrus is zoiets dus wèl gebeurd ... Hij heeft zich laten omturnen door God. Hij is voor de bijl gegaan. Hij hééft gegeten wat niet mocht - zoals ooit Adam maar nu op bevél nota bene van God.

De Heilige Geest
En nu, in de passage, die we vandaag hoorden, komt hij thuis. Vader, de heilige vader, is op stap geweest en komt thuis. En nu zwááit er wat ... Verwijten! Hij krijgt verwijten! "Toen Petrus in Jeruzalem kwam, maakten de gelovigen die besneden waren hem verwijten. Ze zeiden: "Jij bent in huis geweest bij onbesnedenen en hebt met hen gegeten ..." Petrus doet zijn verhaal. Hij probeert het allemaal uit te leggen. En wàt, veelgeliefden, is voor Petrus hèt argument om zijn geloofsgenoten te overtuigen van de juistheid van zijn handelwijze? --- De Heilige Geest! "Nauwelijks was ik begonnen te spreken," zegt Petrus, "nauwelijks was ik begonnen te spreken of de Heilige Geest daalde op hen neer, zoals in het begin ook op ons."

Effect
U weet wel - Pinksteren. We komen dat vaker tegen in de Handelingen van de Apostelen. Dat "neerdalen van de Geest" op iemand, op mensen - dat is blijkbaar een heel zíchtbaar effect. Er gebéurt echt iets met mensen als de Geest komt. Je ziet het ... Er zijn christelijke kerken (pinkster-kerken, ook wel "alleluia-kerken" genoemd) waar dat min of meer de norm lijkt te zijn, waar dat gezien lijkt te worden als hét symptoom bij uitstek van authentiek christen-zijn: dat je uit je dák gaat vanwege de Geest.

Tongen
Tijdens mijn sabbath-verlof in Rome, eerder dit jaar, heb ik verschillende malen vieringen bijgewoond, ik heb er aan déélgenomen, van een gemeenschap van charismatische christenen binnen de katholieke kerk. Voortdurend werd daar met name "in tongen gesproken" door mensen, dat wil zeggen: mensen lispelen; ze brengen allerlei onverstaanbare klanken uit die, zo is de gedachte, de Geest hen íngeeft. Probleem dat hier natuurlijk altijd op de loer ligt, in dit soort kerken, is dat het effectbejag wordt, "een grote show" zoals mijn overbuurman in Rome, pastoor in Sao Paolo in Brazilië, het noemde. Gevaar is dat mensen gaan faken; dat 't onécht wordt.

Ontroering
De apostel Paulus gaat, op verschillende plekken in zijn brieven, enigszins op de rem staan wat betreft dat "spreken in tongen": christen-zijn is méér dan dat. Er zijn ook nog ándere en misschien wel belangrijker gaven van de Geest. Maar ik herinner mij ook nog scherp een vormsel-toediening die wij hier vanuit onze parochie ooit meemaakten in de All Saintskerk in van Ostadestraat, een viering met Afrikaanse geloofsgenoten van ons. Bisschop Bomers zaliger gedachtenis diende het vormsel toe. Het was vlak vóór zijn volkomen onverwachte dood. Ik herinner mij nog scherp wat de vormsel-toediening teweeg bracht bij met name enkele Afrikanen. De ontroering die zichtbaar werd op hun gezichten. Ik werd daardoor geraakt ... "Als God dus aan hen dezelfde gave heeft geschonken als aan ons toen wij in de Heer Jezus Christus gingen geloven, wie ben ik dat ik God had kunnen tegenhouden?" zegt Petrus. En dan staat er: "Toen zij dit gehoord hadden, waren zij gerustgesteld ..."

Autistisch
Bijna het tegendeel van iemand die in tongen spreekt is natuurlijk de man die wij in het evangelie van deze zondag tegenkomen: "Ze brachten Hem iemand die doof was en moeilijk sprak." Doof-zijn: dat je onbereikbaar bent voor woorden die mensen tot je spreken. Iemand leeft dan in een isolement. En dan heb je ook nog mensen die zijn "oost-indisch doof" zoals we zeggen. Dat zijn mensen bij wie er helemaal niets mankeert aan de oren, maar ze sluiten zichzelf onbewust of bewúst; ze sluiten zich áf voor wat de mensen tegen hen zeggen. Er zijn mensen die sóms, of vaker, of bijna altijd "ergens anders", in een eigen wereld lijken te zijn; mensen met wie je niet of nauwelijks contact krijgt. "Alsof je tegen een muur praat ..." zeggen we dan. Misschien dat de figuur die bij Jezus wordt gebracht wel zó iemand is: een autistisch iemand.

Effata-ritus
Ze drongen er bij Hem op aan, zo staat er, "hem de hand op te leggen." Een goed idee! Als je geen contact kunt krijgen met iemand door woorden, dan moet het maar op een andere manier. Wat er vervolgens gebeurt, wordt héél precies beschreven. "Hij nam hem uit de menigte apart (...)" Jezus heeft die dove en moeilijk sprekende man meteen dóór: Die wíl helemaal geen mensen! En zéker geen menigte! "(Hij) stak zijn vingers in zijn oren en spuwde en raakte zijn tong aan." Dat mag ik óók doen als ik iemand doop. Het mág, het is niet verplicht: "over de handhaving van de Effata-ritus beslist de celebrant" staat er in het boekje. En verder: "Hij raakt met zijn duim de oren en de mond van elke gedoopte aan" staat er in het ritueel zoals dat voor de kinderdoop is vastgesteld*. En in het ritueel voor de doop van volwassenen wordt zelfs vermeld dat het de gesloten mond is die wordt aangeraakt**. De zogenaamde vernieuwde liturgie geeft hier duidelijk blijk van schroom ... Vanwáár die schroom? Nou ik denk omdat in de kerk veel gedacht ís en nog altijd wel gedacht wórdt: aanraking - dat is eng en geváárlijk bovendien - want wát kan daar niet van kómen!

Heiligschennig
Ach gessie! denken vast ook veel mensen bij wat ze horen dat Jezus hier doet. Maar elke angst voor onhygiënische toestanden, elke aanrakingsangst en angst voor besmetting is Jezus duidelijk vreemd. Geen wonder! Want Jezus doet wonderen! Precies dóór aan te raken! "Iemand die nooit wordt aangeraakt sterft" las ik ooit bij iemand op het toilet. Het omgekeerde is óók waar: Elke wèlgemeende, góedbedoelde, werkelijk gewílde aanraking - die is genezend en levenwékkend! Dus niet: ik geef je wel een hand, maar het is tegen heug en meug. Ik doe het omdat het moet, omdat het een sociale verplichting is! Als 't zó voor je is, veelgeliefden, doe 't dan in godsnaam niet! Hou dan in godsnaam je handen thuis - en zéker als we elkaar hier in de kerk de "vrede van Christus" toewensen. Als je daar wèl aan meedoet, maar bij jezelf dénkt "wat een onzin", dan kun je het ècht beter niet doen. Dan iemand een hand geven, dan iemand aanraken is fake, nee het is erger: dat is heiligschennis!

Ga open!
Jezus spuwde en raakte (met zijn speeksel natuurlijk!) de tong van die man aan. Het inwendige vocht van Jezus' mond komt binnen in de mond van die ander. Intiemer kan bijna niet. "Hij keek op naar de hemel (...)" Jezus maakt contact met Zijn bron, Zijn Oorsprong, Zijn Kern. Hij maakt contact met Zijn Vader. Hij "zuchtte". Dat is de adem van de Geest. "en (Hij) zei tegen hem: "Effata", wat betekent: Ga open." In de Griekse tekst van het evangelie is dat woord "effata" in het aramees, Jezus' moedertaal overgeleverd. Dit is een echt Jezus-woord. Zó herinnerde de evangelist het zich toen hij zo'n veertig jaar ná Jezus' dood zijn evangelie neerschreef. Zo zei Jezus het. Dít woord gebruikte Hij - en geen ander. "Effata" - "Ga open". Wie Jezus was en is en zal zijn; zijn hele betekenis voor mensen, in dat éne woord wordt het samengebald: "Effata" - "Ga open". "Meteen gingen zijn oren open, zijn tongriem ging los, en hij sprak normaal.

Japa
Een doofstom, autistisch kind en zijn moeder waren laatst op zaterdagavond in de kindermis. Daar hebben we óók altijd vrije voorbeden - net als hier op zondagmorgen. "Voor m'n oma die ziek is", en "ik wil God bedanken dat dat meisje Lisanne weer terug is gevonden". "Japa" hoort die moeder opeens naast haar. Ze is verrukt. Want haar doofstom kind noemt de naam van een jongetje dat vertrokken is uít het huis waar hij woont. "Effata" - "Ga open". Het begin is er. En voor wie durft te geloven in God's ongekende mogelijkheden, voor wie durft te geloven in wonderen, kán dat zéker groeien ... Dat kán. Er kan geen garantie gegeven worden dat 't ook zál gaan gebeuren. Waarom gebeurt het bij die éne wel en bij zovélen niet? - Dat weet alleen God wiens wegen ondoorgrondelijk zijn. Dít verhaal van deze genezing is ons gegeven, denk ik, opdat wíj groeien in geloof, in hoop en in liefde. Moge het zo geschieden. Amen.