Over tengels en engelen (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

TENGELS

Een jonge moeder verzorgt de baby. Haar zoontje van een jaar of vier trekt aan haar kleren en eist aandacht. 'Nu even niet!' roept de moeder en ze duwt het kind van zich af. Het jongetjes schreeuwt: 'Blijf met je tengels van me af!' De moeder geneert zich. 'Sinds ie op de crèche zit gebruikt ie zulke woorden, ik ken hem soms niet meer terug!' De moeder begint zich zorg te maken over de vriendjes van haar zoon. Welke taal neemt ie over en welke manieren? Die zorg zal groeien.
'Ik wil niet discrimineren', zal ze zeggen, 'maar in de groep waar hij mee omgaat worden drugs gebruikt.'
'Alle mensen zijn gelijk, maar een huwelijk met 'n islamiet kan niet goed gaan.'

ENGELEN

Zo delen wij mensen in. Met sommigen willen we omgang hebben en met anderen niet. Dat doen we vaak met de beste bedoelingen. Het is goed om ons te realiseren dát we het doen. Discrimineren is niet iets van Amerika of van vroeger. Het komt ook bij ons voor! Het lijkt bij de wereld te horen.
Maar soms ontmoet je een engel van een mens. Iemand met een groot hart; zo groot dat de hele wereld erin kan. Een milde glimlach nodigt je uit jezelf te zijn. Je hoort over anderen geen kwaad woord; enkel begrip voor de omstandigheden en moeilijkheden die een mens kunnen treffen. Je merkt belangstelling ook voor mensen wier ziel vol littekens is. Je ervaart ruimte. Je komt er graag. Je vertelt er graag. Je hoeft hier niet te liegen of op te scheppen. Je bent de moeite waard ook zonder overdrijvingen. Zulke engelen maken iets duidelijk van het goddelijk geheim. Ze scheppen. Ze laten anderen zijn.

JAKOBUS

De frisse taal van de eerste lezing zal u zijn opgevallen. Het was een tekst uit de brief van Jakobus.
Wie was Jakobus? De meningen daarover lopen uiteen. Men nam het vroeger niet zo nauw. Een late bewonderaar van Jakobus kan de naam hebben gegeven. Ik las schattingen over het ontstaan, variërend van het jaar 40 tot 400 na Christus.
Meestal gaat men ervan uit dat de brief gesschreven is door de Jakobus is die ergens in de Handelingen wordt genoemd als de leider van de kerk in Jeruzalem. Hij wordt ook broeder van Jezus genoemd. Het is denkbaar dat deze krachtige kerkleider enkele indrukwekkende preken heeft gehouden waarin hij de jonge gemeente bezweert om eenheid te bewaren en niet te discrimineren.
We hebben van dichtbij mogen meemaken hoe moeilijk het is voor een jonge beweging, als daar was de lijst Fortuin, om niet de prooi te worden van verdeeldheid. Een beginnende beweging heeft weinig partijdiscipline, nog geen gezagsstructuren, geen omgangsstijl. Zo kan het in de jonge kerk zijn geweest. Over de inhoud van Jezus' boodschap bestond nog weinig consensus. Iedereen las er wel iets anders in. Jakobus voelt zich daarvoor verantwoordelijk en in een vlammende rede, die gekenmerkt wordt door Jezus' Bergrede en door Joodse wijsheidsliteratuur, bezweert hij zijn gemeente tot een leven in Jezus' liefde.

DISCRIMINATIE

De preek maakte zulke indruk dat ze werd opgeschreven. Tientallen jaren later doen zich ook in andere christelijke gemeenten spanningen voor tussen rijken en armen. Iemand stuurde de preek van Jakobus toen rond naar al die kerken. Zo kwam de brief vandaag bij ons terecht.
'Zolang jullie neerkijken op andere mensen, straalt de glans van Christus niet van jullie af. Zolang de rijken een betere plaats krijgt dan de armen, heb je de Geest niet in je!' Jakobus daagt ons heel concreet uit tot een gewetensonderzoek. We geloven pas in de Schepper als alle mensen voor ons heilig zijn.
Ik besef dat ik het probleem niet heb opgelost voor die jonge moeder die met haar tengels van haar zoontje moet afblijven of van de vader die het vriendje van zijn dochter als een gevaar ziet, maar we hebben vandaag wel een ideaal gelezen waaruit ze kunnen putten. Sommige engelen doen dat al!

WATJE

Lieve kinderen. Bruno werd zaterdag jarig. Bruno schreef uitnodigingen. Eén voor Quint, één voor Rob en één voor Wil. 'Nodig je Arthur ook uit?', riep moeder uit de keuken. Jakkes, daar had Bruno nou net geen zin in. Opnieuw klonk uit de keuken: 'Nodig je Arthur ook uit!' 'Nee!', riep Bruno luchtig. 'Waarom niet?' Dat wist Bruno zelf niet. Arthur was... eh, hij was een watje. 'Arthur is een watje', riep hij naar de keuken. 'Wat is een watje?' Tja, als je dat nog niet wist. 'Ik weet niet, Arthur gaat zo gauw huilen. Als je hem om duwt dan huilt ie meteen.' 'Waarom duw je hem dan om?' Moeders begrijpen dat niet.
Die zaterdag gaan ze naar het bos. Pappa heeft een spel uitgezet. Ze moeten de vlag veroveren. Na veel gepraat was Arthur er ook bij. Hij liep achter Bruno aan. Bruno rende zo hard als hij kon, maar Arthur ook; die was bang om alleen te blijven. Ineens bleef Bruno met zijn voet in een bramenstruik haken. Hij viel in de struik. Hij stootte op iets hards. Hij had vreselijke pijn. Quint, Rob en Wil zagen het uit de verte en riepen: 'Ha, die is al uitgeschakeld!' en ze renden stoer verder. Maar Arthur liep naar Bruno toe en hielp hem overeind. De hele weg naar huis ondersteunde hij hem. 'n Watje voor het bloeden!
Zo zie je maar, kinderen, op een verjaardagsfeest kun je ook de watjes niet missen!