21e zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden

Ieder van ons zal wel eens de ervaring hebben gehad dat iemand woorden sprak die je schokten, je ontroerden, aan je ziel rammelden, diep bij je binnenkwamen, soms zelfs als een bom bij je insloegen. Woorden die je niet meer zult vergeten ook omdat degene die ze uitsprak zoveel kracht, echtheid en authenticiteit uitstraalde dat je voelde dat die woorden wáár waren, dat je er niet omheen kon, dat ze als het ware voor jóu gezegd waren en van jou een antwoord vroegen, een keuze misschien. Zelfs als je ze niet helemaal of helemaal niet begreep.

Zoiets gebeurt ook in de lezingen van vandaag.

We mogen luisteren naar de woorden van twee profeten met dezelfde naam: Jozua en Jezus. Hun naam betekent God brengt redding.

 

Jozua is de rechterhand van Mozes bij de tocht van het volk Israël door de woestijn. In de lezing van zojuist hoorden we hoe hij in de naam van God het hele volk bijeen roept: alle stammen van Israël met de oudsten, de familiehoofden, de rechters en de schrijvers. Het gaat om een zeer belangrijke gebeurtenis. Je ziet ze als het ware optrekken; Jozua wil dat ze er allemaal bij zijn, van hoog tot laag. En dan komt zijn woord, overduidelijk, niemand kan er omheen: "Als u niet verkiest de Heer te dienen, kies dan wie u wel wilt dienen!". We weten het uit de verhalen: ontrouw en gemor bij het volk! Ze verlangen terug naar de vleespotten van Egypte. Ze zijn afgedwaald, ze hebben hun kompas niet meer gericht op de Heer. Maar dat heeft consequenties. Ze moeten kiezen. God zelf spreekt hier door de mond van Jozua. Hij wil helderheid. Wat willen jullie nu eigenlijk? Ik, Jozua en mijn familie, wij kiezen voor de Heer, de God van Israël, geen twijfel mogelijk.

En dan, als het ware in een flits, keert het volk massaal om alsof er iets bij hun openbreekt: "Wij kiezen voor de God die ons uit Egypte heeft geleid, Hij heeft ons beschermd. Wij willen Hem dienen, Hij is onze God". Jozua heeft een pijnlijke snaar geraakt! Ze worden met hun neus gedrukt op de feiten, op waar ze mee bezig zijn. Ze zijn Jahwe aan het vergeten, ze rommelen maar wat aan, ze kijken met een schuin oog naar de goden van de andere volken, die misschien ook wel iets te bieden hebben, je weet maar nooit!

Door het woord van Jozua schrikken ze wakker. Diep besef dringt door: Hij, de Heer, heeft ons toch uit het slavenhuis van Egypte weggevoerd, Hij heeft ons beschermd tegen gevaar, grote wonderen verricht, ons brood gegeven in de woestijn. Hoe konden we dat allemaal vergeten? Waar zijn we toch mee bezig? Terug! Terug nu het nog kan!

Die ene mens Jozua is in staat het hele volk tot bezinning te brengen en tot een nieuwe keuze te bewegen. Het lijkt ongelooflijk.

 

In het evangelieverhaal gebeurt iets soortgelijks. Jezus probeert de leerlingen binnen te voeren in het geheim van zijn zending. Die zending is: God present stellen, God laten zien, laten zien wat Gods bedoeling is met de mensen. Bevrijding brengen voor ieder. Jezus geeft zichzélf daarvoor, hélemaal: zijn lichaam en zijn bloed. Hij houdt niets terug, geen reserves, geen wikken of wegen, geen ja maar. En hij vraagt zijn leerlingen in hem te geloven en hetzelfde te doen als hij: God laten zien, bevrijdend aanwezig zijn, niet bang zijn voor je hachje, er helemaal voor gaan, jezélf geven, lichaam en bloed zijn voor de ander. "Harde woorden, wie kan daar nog naar luisteren?" En velen keren hem de rug toe. Maar met de twaalf, de apostelen, gebeurt er iets anders. Net zoals bij het volk Israël dringt ineens de diepe werkelijkheid tot hen door. Hij, Jezus, heeft het over meer dan de gewone daagse werkelijkheid van eten, drinken en zorgen dat je het goed hebt. Hij heeft woorden die er werkelijk toe doen, ook al zijn ze nog zo moeilijk en onbegrijpelijk. Wat Hij zegt is wérkelijk wáár. Zijn woorden komen van God, zoals ook de woorden van Jozua.

Petrus komt - net als het volk in de woestijn - tot inkeer en spreekt namens de leerlingen die prachtige ‘belijdenis': "Maar Heer naar wie zouden wij gaan? In jouw woorden vinden we eeuwig leven. Wij geloven dat jij de heilige van God bent".

 

Het is nu de vraag of de woorden van de Schrift, de woorden van God, vandaag uitgesproken door Jozua en Jezus, ook ons kunnen raken, of wij ze ter harte kunnen nemen. Vele eeuwen hebben mensen eruit geleefd en als we goed luisteren zijn er ook nú mensen dichtbij of veraf, die Gods woord opnieuw in de mond nemen, ervan getuigen en ons tot bezinning willen brengen. Mensen met moed en geloof. Mensen die zich daar helemaal voor geven en dat soms moeten bekopen met zwaar lijden. We kennen de voorbeelden: de Birmese Aung San Suu Kyi die al zoveel jaren vastzit omdat ze vecht voor de bevrijding van haar volk. De Rotterdams-Afghaanse Qadriya Yadan Parast. Jaren geleden vluchtte ze voor de taliban naar Nederland en kreeg een goede baan in de Nederlandse politiek. Toch ging ze terug naar Afghanistan en strijdt daar al vier jaar voor de rechten van vrouwen, vooral nu tijdens de verkiezingen. Ze doet dat met vuur en vlam, neemt geen blad voor haar mond, ze is bewogen en fel en vooral moedig. Ze gaat door, onverstoorbaar, omdat ze gelooft in het recht voor elke mens. Het kan haar haar leven kosten, maar dat lijkt haar niet te kunnen weerhouden. Het is bijna ongelooflijk.

En er zijn er zoveel meer, ook hier dicht bij ons! Mensen met een onverwoestbaar vertrouwen dat het goede uiteindelijk zal overwinnen en die daarvan blijven getuigen ondanks hoon, smaad of ander lijden.

Laten we in deze viering bidden om die geraaktheid en die moed!