Evangelieprikje 2015

Stel je eens voor: je hebt als man alle moeite van de wereld gedaan om het hart van een meisje te veroveren en je hebt de indruk dat het gelukt is. Je bent er zelfs zo zeker van dat je beslist om haar hand te vragen, wat er op neerkomt dat je met die hand en alles wat er aan hangt in het huwelijks-bootje wil stappen. Je spaart kosten noch moeite voor dat belangrijke moment en nadat je het gevraagd hebt, krijg je als antwoord: “ja zeker, naar wie zou ik anders moeten gaan?” De verliefd-heid zou waarschijnlijk kunnen helpen om dit antwoord vooral positief te duiden, maar een en al positiviteit is het niet. Vleiend al evenmin. Hetzelfde kan gezegd worden van het antwoord van Petrus nadat Jezus aan Zijn leerlingen vroeg of er nog leerlingen waren die weg wilden. Die vraag kwam er dan weer nadat “veel” leerlingen van Jezus afhaakten. Allemaal een beetje vreemd. Gelukkig is het tweede deel van het antwoord van Petrus heel wat lovender en inspirerender. Vooraleer we er iets meer over zeggen, is het misschien toch goed te beseffen dat theoloog Johannes hier vermoedelijk meer aan het woord is dan de historische Jezus. Maar dat neemt niet weg dat dit in een boekje staat dat we ook evangelie noemen, goed nieuws, Blijde Boodschap. Waar zit het goede nieuws dan in verscholen?

Het eerste wat opvalt in deze toch wel wat eigenaardige tekst is dat de “mislukking” – als we dat al zo mogen voorstellen – van Jezus niet verzwegen wordt. Niet iedereen is het eens met wat Jezus te vertellen heeft én – nog belangrijker – Jezus laat hen vrij om die andere mening te hebben. Hij probeert niet om ze terug te winnen en Hij kondigt ook geen strafmaatregelen af. Goed nieuws blijft dus goed nieuws. Onze geloofsgemeenschap maakt wel eens de fout om het goede nieuws in slecht nieuws te veranderen door met een belerend vingertje te oordelen en te veroordelen. Soms is de Kerk een schoonmoeder in haar slechtste doen. Af en toe vergeet ze dat ze maar instrument is. Geloof is altijd eerst en vooral iets tussen God en de particuliere mens zelf. Laat God alsjeblief God zijn, als er moet geoordeeld worden, zal Hij dat wel doen, Hij heeft onze hulp daarvoor niet nodig. Het enig wat ons gevraagd wordt is de Blijde Boodschap te verkondigen. Dat deed Jezus ook en ook al was Hij honderd keer straffer dan wij ooit kunnen zijn, toch had ook Hij niet bij iedereen succes. We mogen dus niet zo ijdel zijn dat het bij ons wel bij iedereen zou aanslaan.

Verder laat Johannes Jezus in deze tekst zeggen dat niemand tot geloof komt tenzij dat door de Vader geschonken is. Het geloof als geschenk. Een prachtig beeld, maar ook een waar beeld. Helaas beseffen we dat niet altijd en beleven we het soms meer als een last. Bij mij is het een ongelovige vriend die mij onlangs op mijn geschenk wees. Op een avond toen hij in de rats zat belde hij me op met de vraag om voor hem te bidden, hij kon dat niet meer. Niet dat hij niet wist hoe dat moet, maar omdat hij er blijkbaar het geloof niet meer voor heeft. Ik vond zijn vraag eigenlijk al een gebed en ik ben er vrij zeker van dat God dat ook zo ziet. Ik heb dat niet aan mijn vriend gezegd, ik heb hem enkel beloofd dat ik voor hem zou bidden.

Maar het echt goed nieuws zit vandaag waar vaak het venijn zit: in de staart. De belijdenis van Petrus dat Hij in Jezus’ woorden eeuwig leven vindt is een sublieme geloofsbelijdenis en vormt een mooie corectie na een eerder bedenkelijke start. We mogen niet vergeten dat we hier bij Johannes zitten voor wie het Woord echt belangrijk is, we hoeven alleen maar aan zijn eerste hoofdstuk te denken. Maar is dat nu een belijdenis die we nog tot de onze kunnen maken, twintig eeuwen na datum? De woorden van Jezus, de verhalen van de evangelisten en de getuigenissen uit de eerste Kerk, zijn die voor ons belangrijker dan andere teksten? Ik vraag hier niet die teksten tot een soort fetish te maken, wel hoe belangrijk ze nog voor ons zijn. Kunnen wij even goed samen komen rond een mooie tekst van Phil Bosmans of Dietrich Bonhoeffer of een andere goede schrijver of moet het rond teksten uit de Bijbel zijn dat christenen samenkomen? Het feit dat we ons deze vraag stellen is al tekenend. Geen enkele voetbalploeg denkt er aan eens te tennissen op een zondagmiddag in plaats van te voetballen en zo kan ik nog enkele voorbeelden geven. Maar heel wat mensen, ook veel gelovigen, wijzelf misschien ook zouden het niet erg vinden om die oude teksten te vervangen door andere “mooie” teksten. Wat “mooi” dan precies inhoudt, heb ik nooit echt geweten maar daar gaat het ook niet om. Of een tekst mooi is of niet is hier niet belangrijk, wel van wie ze komen en wat ze voor ons betekenen. Zeggen dat de woorden uit de Bijbel voor ons christenen fundamenteel zijn, is zeggen dat we Gods stem een belangrijke plaats willen geven in ons leven. Zeggen dat Jezus’ woorden eeuwig leven in zich hebben, is zeggen dat Jezus eeuwig leven in zich heeft. Dat is het wat Petrus of Johannes ons willen meegeven in deze tekst. De vraag die we vandaag dus meekrijgen is dezelfde vraag die we al enkele weken meekrijgen: is Jezus en zijn Blijde Boodschap leven gevend voor ons vandaag? Geeft het evangelie zin aan ons leven of is het gewoon een boeiende tekst zoals er veel anderen zijn? Is het evangelie eten en drinken voor ons of staat het op gelijke hoogte als ongezond fastfood van bijvoorbeeld “Dag allemaal”? Voor mij is dit evangelie – met alle moeilijkheden om het soms goed te begrijpen – altijd goed nieuws geweest, iets wat me kracht gaf, vooral in de momenten dat ik het moeilijk had. In die zin mag ik goede nieuws zien als een echte krachtbron in mijn leven waarvoor ik niet anders dan dankbaar kan voor zijn. Maar ik ben terzelfdertijd dankbaar dat ik iemand gevonden heb die zich ook laat voeden door dat evangelie. Die heb je nodig voor als je zelf geen brok goed nieuws meer binnenkrijgt. Dan heb je nood aan een ander die naast je zit en je het lepel voor lepel weer ingeeft, geduldig en liefdevol, als God zelf.