Mensenkind, Ik wil met je praten!

Beste vrienden,

In de laatste jaren hebben er heel wat mensen de Kerk verlaten. Velen omwille van het misbruikschandaal, anderen uit ontgoocheling over het Instituut Kerk, en nog anderen omdat het geloof hen gewoon niet meer aanspreekt. Je schrijft gewoon een brief naar het bisdom dat je met de Kerk niets meer te maken wil hebben en “punt gedaan”.    

Ik vraag me soms af hoe die mensen gereageerd zouden hebben wanneer Jezus zelf hen die vraag uit het evangelie van vandaag zou hebben gesteld. Willen jullie ook weggaan?  Wat zouden jullie Hem geantwoord hebben?  Zouden jullie de gelegenheid hebben aangegrepen, om Hem te vertellen van jullie teleurstelling over zijn grondpersoneel, Hem te wijzen op de vele fouten en vergissingen in de kerkgeschiedenis of Hem te wijzen op de enorme ballast die zijn Kerk sedert eeuwen met zich meesleurt? Of zouden jullie gewoon verrast zijn geweest dat Hij jullie dat vraagt, dat Hij jullie beslissing had opgemerkt en ernstig had genomen?  Misschien zouden jullie in jullie binnenste ook aanvoelen dat jullie op een dergelijke persoonlijke vraag reeds lang zaten te wachten!

Maar ik wil er hier niet op speculeren hoe kerkverlaters op een ontmoeting met Jezus zelf zouden reageren. Ik zou samen met jullie willen kijken naar die God uit de Bijbel, naar die God die zich door Jezus‘ vraag aan de twaalf openbaart, die in die vraag zijn gezicht, zijn ganse wezen, aan ons mensen toont. De God van de Bijbel, ik heb dat heel bewust gezegd, omdat de vraag die Jozua op de bijeenkomst van Sichem stelt, uit hetzelfde hout gesneden is. “Als jullie de Heer niet willen dienen, kiest dan nu wie jullie dan wel willen dienen! Beslist nu!

Zowel in de aanmaning van Jozua als in de vraag van Jezus aan de twaalf wordt dezelfde God zichtbaar. En in beide vragen wordt dezelfde kwaliteit in de relatie met ons mensen duidelijk.    

De trefwoorden zijn: Vrijheid, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. God heeft ons niet als marionetten geschapen maar als vrije wezens. Dat waagstuk van de vrijheid trekt als een rode draad door de ganse heilige schrift. Nergens wordt een mens door God tot geloof gedwongen of er met geraffineerde middelen toe gedrongen. God neemt liever allerlei zij- en omwegen op de koop toe dan dat Hij onze vrijheid, de vrijheid van beslissing van de mens zou beknotten. 
Het wonder van de broodvermenigvuldiging is het hoogtepunt van Jezus’ werken in Galilea. Duizenden waren naar Hem toegekomen, hadden naar Hem geluisterd, voelden zich door Hem aangesproken en wilden Hem tot koning uitroepen. Maar de begeestering en de euforie van het begin weken al snel voor een ernstig conflict. De weggemeenschap met Hem wordt opgezegd. 

En hoe reageert Jezus daar op? Hij probeert hen niet tegen te houden, probeert hen ook niet te sussen en neemt ook geen enkel van zijn brisante woorden terug. Hij wendt zich ook niet angstig tot de twaalf. Hij zegt niet: Blijf toch asjeblief bij mij! Integendeel:Hij stoot hen in de vrijheid van de eigen beslissing: “En jullie? Willen jullie ook weggaan?”  

Ik leer hier de God Jezus Christus beter begrijpen. Hij wil als tegenover geen marionetten, maar vrije, zelfstandige mensen die uit overtuiging Ja of Neen zeggen. Er mag hier echter ook geen misverstand over ontstaan. God, en ook Jezus, zeggen niet: “Je kan doen wat je wil, het is me uiteindelijk gelijk!”  God schenkt die vrijheid aan de mensen niet uit onverschilligheid of berusting. Neen, die vrijheid is uit Liefde geboren. In onze relaties met onze partners en familie, in onze vriendenkring en in onze parochie ervaren wij hoezeer liefde en vrijheid bijeen horen. Zo is het ook in Gods relatie met ons. Hij dingt en verlangt ernaar dat wij zijn oneindige Liefde met onze liefde zouden beantwoorden. Maar Hij dwingt ons daar niet toe, noch direct, noch indirect.

De Bijbelse teksten van deze zondag herinneren ons aan de grondvesten van ons geloof. Wij worden door God aangesproken, ieder van ons persoonlijk. Van ons wordt gevraagd om Hem in alle vrijheid een antwoord te geven. God wil ons als zelfstandige mensen. Gods woord in het boek Ezechiël moedigt me daartoe aan: Mensenkind, ik wil met je praten! Ga recht op je voeten staan! Amen.