Tijd door het jaar (B)

In de eerste lezing werd gezegd: Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft zij uitgekapt. Ware wijsheid is een huis, waarin het goed wonen is omdat het stevig gegrondvest is op zeven zuilen. We willen even naar die zuilen kijken.
De eerste zuil is die van het idealisme: dat je, in de ogen van velen, zo naïef bent om te geloven dat het beter kan in de wereld, en dat je zelf kunt bijdragen aan een betere wereld, aan een samenleving waarin veel goeds gebeurt. Ook al is je bijdrage maar heel klein, ze is altijd de moeite waard. Iemand die alles somber inziet gaat werkloos en passief aan de kant zitten, een idealist ziet steeds mogelijkheden om iets goed bij te dragen.
De tweede zuil is die van de dienstbaarheid, dat je, in de ogen van velen, zo dom bent om anderen voorrang te geven, dat je bereid bent om zelf een stapje terug te doen opdat een andere daardoor vooruit geholpen kan worden. Een egoïst denkt alleen aan eigen belangen, wie zich dienstbaar wil maken denkt ook aan de belangen van anderen en is blij als hij iets voor anderen kan doen.
De derde zuil is die van de onbaatzuchtigheid, dat je, in de ogen van velen, zo gek bent om veel vrijwilligerswerk te doen, werk waar je niet voor betaald krijgt. Iemand die in alles financieel voordeel zoekt maakt zichzelf niet gelukkig, iemand die onbaatzuchtig voor anderen in de weer is, maakt anderen gelukkig en daardoor ook zichzelf.
De vierde zuil is die van de verdieping, dat je, in de ogen van velen, zo onzinnig bent om over dingen na te denken, alleen of samen met anderen, om te ontdekken wat de ware zin van het leven is, wat ware wijsheid is. Iemand die nooit eens stil staat bij zingevingsvragen, loopt het risico op de duur geconfronteerd te worden met een grote leegheid in zichzelf. Iemand die wel nadenkt over leven en samenleven voorkomt dat hij wegzakt in oppervlakkigheid. Hij geeft zo zijn leven een stevig fundament.
De vijfde zuil is die van de waarachtigheid dat je, in de ogen van velen, zo onnozel bent om altijd eerlijk en oprecht te zijn, dat je anderen niet naar de mond praat maar eerlijk je mening geeft. dat je niet meedoet aan oneerlijke praktijken omdat iedereen dat doet. Iemand die het niet zo nauw neemt met de waarheid, wordt vroeg of laat een leugen voor zichzelf. Iemand die steeds waarachtig probeert te zijn, eerlijk zichzelf en zich ook niet mooier voorstelt dan hij is, dat is een mens om van de houden.
De zesde zuil is die van de medemenselijkheid, dat je, in de ogen van velen, zo kortzichtig bent om te denken dat waarden en normen heel belangrijke ijkpunten zijn in elke samenleving en dat de verharding in de samenleving een zeer kwalijke zaak is. Iemand die geen respect heeft voor de andere zal hem, bewust of onbewust, gemakkelijk schade toebrengen. Maar iemand die de ander als zijn gelijke ziet, zal hem ook niet benadelen.
De zevende zuil is die van het gelovig zijn, dat je, in de ogen van velen, zo naïef bent om te geloven in God als Schepper en Vader, als ver weg en toch heel dichtbij, als onaantastbaar en toch te ontmoeten in mensen die zijn bedoelingen waar maken in hun leven. Dat je ze naief bent om te geloven dat de mens Jezus van Nazaret brood uit de hemel voor ons wil zijn en kan zijn, als we hem in ons toelaten. Die mens van vlees en bloed, van lang geleden maar levend voorgoed, wil tot ons komen als voedsel voor onze geest, tot een bron van kracht om zijn idealen waar te maken in deze wereld. In zijn boodschap vinden we de ware wijsheid, in zijn geest kunnen we optimisten zijn, dienstbaar en onbaatzuchtig, nadenkend, waarachtig en menslievend.
Als ons leven gebouwd is op die zeven zuilen, dan is het een stevig huis vol levenswijsheid en levensgeluk. Maar als we die zuilen verwaarlozen dan kan ons levenshuis een bouwval worden, onbewoonbaar voor onszelf en voor anderen met wie we het leven delen.