Vlees en bloed (2000)

Af en toe laten ze op de TV zien hoe een of andere beroemde kunstenaar aan een uitgelezen groepje jonge mensen enkele aanvullende lessen geeft. Master classes noemen ze die. Een van de jongelui komt naar voren en speelt het opgegeven muziekstuk, voor piano laten we zeggen. Indrukwekkend, zoveel muzieknoten in zo korte tijd, zo hard en soms zo zacht: geweldig en allemaal niet vanaf het blad, maar van buiten (uit het hoofd). De master knikt goedkeurend, maar heeft toch een paar bemerkingen en speelt hier en daar een stukje voor. "U speelt voortreffelijk", zegt hij, "toch is het stuk nog geen vlees en bloed van u". Na die aanwijzingen begint de jonge pianist opnieuw en verdraaid!: het klinkt ineens heel anders, het komt tot leven, alsof er iemand anders aan de piano zit dan daar net.

Uit vroeger dagen herinner ik mij een jaargenoot die prima kon zingen. Toch werd hij algemeen beschreven als "de zingende ijskast". Het is nu eenmaal een enorm verschil of het uit het hart komt of de muziek helemaal bezit genomen heeft van de persoon of alleen maar braaf wordt afgewerkt. Dat geldt voor alle kunstuitingen: Het wordt pas wat als het helmaal uit het binnenste komt omdat het vlees en bloed geworden is van de uitvoerend kunstenaar.

Dat geldt ook voor de levenskunst en dus ook voor de kunst van christelijk leven. Zoals wij hier regelmatig bij elkaar komen zijn we wellicht heel behoorlijke christenen, hier in de kerk, maar ook daar buiten. Maar om nu te zeggen dat we er helemaal van doortrokken zijn, om te menen dat Jezus' woorden en daden helemaal vlees en bloed van ons geworden is, nee zover is het nog lang niet. Toch vernemen we vandaag dat dit de enige manier is om net als Hij eeuwig leven te verwerven. Kan het ook niet met een beetje minder?

Toen Jezus voor eerst duidelijk maakte dat die eisen zo hoog liggen, toen deden de toehoorders voor de veiligheid maar net of ze niet begrepen wat Hij bedoelde met de woorden: Je moet mijn vlees gegeten hebben en mijn bloed gedronken hebben. "We zijn toch geen kannibalen" en meer van dat soort reacties om te ontkomen aan die eisen zonder voorbehoud. Het was toen en nu onnodig om uit te leggen wat totale vereenzelviging, totale eenwording met Jezus inhield. In het eten en drinken van brood en wijn in een kerk drukken we dat wel tekens opnieuw uit, maar zo heel totaal is onze eenwording met die idealen niet. We zijn wel uitgenodigd voor de master class, maar zelf master zijn we nog lang niet. Sommige mensen reageren daarom schamper, anderen zijn ontmoedigd: "Dit gaat ons toch te ver".

Daarmee blijft staan dat we worden uitgenodigd om tenminste een eerlijke poging te blijven doen en verder mogen we weten en erop vertrouwen dat als het moment van terug kijken op ons leven is aangebroken, dat na onze eerlijke pogingen van Godswege wordt aangevuld wat er aan ontbrak. Aanvullen kan alleen als er tenminste een begin gemaakt is en dat kan elke dag. Hebben we er al over nagedacht hoe we dat concreet gaan invullen?