Onygofagie

Beste vrienden,

Ik hoop dat jullie het niet onbeschaamd van me vinden. Maar ik zou u willen vragen om uw vingernagels te bekijken of, wanneer u heel moedig bent, ze aan uw buurman of buurvrouw te tonen. U hoeft niet bang te zijn, het gaat hier niet, zoals vroeger op school, om een controle of uw handen, vingers en bijhorende nagels wel proper zijn. Ik wil u alleen vragen om even na te kijken of u niet aan Onygofagie lijdt. Het is een moeilijk woord, dat weet ik, en niet iedereen kent het.     

Wanneer je het woord „Onygofagie“ hoort vermoed je reeds dat het medische begrip dat er achter schuil gaat helemaal niets goeds voorspelt.  Onygofagie is een neurotische storing die je kan vaststellen door de handen van de patiënt te bekijken. U vermoedt het waarschijnlijk al, ik heb het hier over nagelbijten!  Wat er voor ons misschien alleen maar niet mooi uitziet, en soms ook op onze zenuwen werkt, is voor artsen en psychotherapeuten in eerste lijn een psychisch probleem. De mogelijke oorzaken voor dat nagelbijten kunnen stress, angsttoestanden en shock zijn, maar het kunnen ook uitspraken of mededelingen zijn waar de kauwende heel wat aan te knabbelen heeft; En daar gaat deze uitdrukking ook over. Iets waar ik “zwaar aan te knabbelen heb” is iets waar ik het moeilijk mee heb. Iets wat me niet loslaat, wat me de ganse tijd bezig houdt, wat ik eerst zelf moet verwerken, dat is iets waar ik veel aan te knabbelen heb.    

Aan datgene wat Jezus ons in het Evangelie van vandaag voorhoudt, daaraan hebben veel mensen – zowel in het verleden als vandaag – ook zwaar aan te knabbelen. Waar Hij zegt: “Het brood dat ik jullie zal geven is mijn vlees, voor het leven van de wereld. Toen wonden de Joden zich op en zeiden: „Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven?“  En hoewel jezus wel merkt dat Hij met zijn uitspraak voor heel wat heibel heeft gezorgd, doet Hij er nog een schep bovenop: „Waarachtig, ik verzeker U, als u het vlees van de mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u.   … Want mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed echte drank.“

Gaat het nog? Neen, het gaat niet – en voor een gelovige Jood, die alleen maar koosjere spijzen eet en helemaal geen bloed tot zich mag nemen, gaat dat helemaal niet.  En hoe is het bij ons? Is die kijk echt alleen maar geldig voor gelovige Joden?  Ik denk dat als we eerlijk zijn, wij allemaal moeten bekennen dat ook wij het met die uitspraak van Jezus moeilijk hebben en er uiteindelijk ook heel wat aan te knabbelen hebben. Hoe dikwijls heb ik al niet gehoord: „Dat kan je toch niet menen, dat kan je toch aan niemand uitleggen, en toch zeker ook niet aan kinderen. Op de duur zouden ze nog denken dat wij kannibalen zijn.    Persoonlijk denk ik dat we dat antwoord van Jezus op de vraag van de Joden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” totaal verkeerd verstaan wanneer we het zouden opvatten als een oproep tot kannibalisme.  

Het gaat Jezus tenslotte om veel meer, en daarom moeten we, om Hem echt te kunnen verstaan, zijn uitspraak kaderen in het geheel van zijn woorden en handelen. Jezus heeft geen nieuwe cataloog van geboden en verboden opgesteld, Hij heeft ook geen morele eisen geformuleerd. Hij wou ook geen mensen om zich heen die uiterlijk de schijn wekken dat ze Hem echt navolgen, maar in hun innerlijk afstand van Hem nemen.  Jezus wou, en wil nog altijd, gewoon een gemeenschap van mensen die God met andere ogen zien en Hem grenzeloos vertrouwen. De gemeenschap van al diegenen die God liefdevol met “Abba” – “Vadertje” kunnen aanspreken omdat ze weten dat ze door die „vader in de Hemel“ worden gedragen; omdat ze weten en voelen: bij Hem zijn we in goede handen. Die gemeenschap van vrouwen en mannen kan dan zelf ook anderen steunen in hun leven, ze kunnen nieuw vertrouwen en nieuwe moed scheppen, en ze kunnen tegenover die vermeende overmacht van de dood de hoopvolle boodschap van de verrijzenis en het eeuwige leven stellen.     

Hoe heeft Jezus een dergelijke gemeenschap gesticht en de mensen, in die voor hen toch totaal nieuwe omgeving, bij elkaar gehouden? Het is wel interessant om in de evangelies eens na te lezen hoe dikwijls daarin sprake is van Jezus die met de mensen aan tafel gaat. Hij heeft hen bij het eten en drinken bij elkaar gebracht en er zo voor gezorgd dat ook diegenen die eerst met elkaar in onmin leefden terug nieuwe gemeenschappelijke wegen konden bewandelen. Tijdens die maaltijden heeft Hij ook zijn leer over de nabije God, die men vol vertrouwen kan tegemoet treden, uiteengezet.

Eten en drinken, samen aan tafel gaan om zich van de aanwezigheid van God te vergewissen, dat zijn de centrale begrippen die we moeten kennen om Jezus‘ boodschap en zijn werken in de maatschappij te kunnen verstaan. Daarom zou de Kerk er zich best voor hoeden om mensen wegens begane menselijke fouten of vergissingen uit de gemeenschap uit te sluiten.   

Wanneer we dat in gedachten houden kunnen we de tekst van het Evangelie van vandaag helemaal niet mis verstaan. Het is duidelijk dat wanneer Jezus het heeft over “vlees en bloed” en “eten en drinken”, hij het hier niet heeft over begrippen uit de gastronomie. Wanneer we tegen iemand zeggen „ik hou zo veel van je dat ik je wel zou willen opeten“, dan komt toch niemand op het idee dat we die mens, waarvan we houden, echt met haar en huid zouden opeten?  Zeker niet! Door die uitspraak willen we alleen maar duidelijk maken hoeveel we van die mens houden en dat het ons diepste verlangen is om zo dicht bij die mens te komen dat we als het ware één met hem worden.  

„Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, die blijft in mij, en ik in hem“ Wie het Godsvertrouwen van Jezus als voorbeeld neemt, die neemt niet alleen deel aan Jezus’ leven en dood, maar ook aan zijn verrijzenis. Wie het Jezus’ voorbeeld wil volgen, wie ondanks al de verschrikkingen van deze wereld op God vertrouwt, die kan erop bouwen dat de dood niet het laatste woord zal hebben.  

Deze woorden van Jezus moeten we zien op de achtergrond van het laatste avondmaal en de daarop volgende Goede Vrijdag. Over zijn roeping en zijn boodschap wilde Jezus geen compromissen sluiten. Hij wilde zijn boodschap als waarheid voorhouden en haar, ook vandaag nog, voorleven.   „Zoals ik door de Vader leef, zo zal iedereen die in mij is, door mij leven”.  Duidelijker en indringender kan niet!  Het gaat om onze keuze, om onze keuze voor een leven in overvloed.   Een dokter kan, wanneer het om leven en dood gaat, ook geen compromissen sluiten – hij moet handelen, anders sterft de patiënt. En zo worden ook wij, wanneer het om het eeuwige leven gaat, voor de keuze geplaatst: Geloven wij die woorden van Jezus echt, en handelen we er ook naar, of gaan ze, zoals bij zo vele anderen om ons heen, verloren? “Wie mijn vlees eet zal eeuwig leven.“ Het is straffe Toebak, die niet gemakkelijk te geloven is – dat weet ik. Maar juist daarom zijn er velen, misschien wij zelf ook, die daar een leven lang zwaar aan te knabbelen hebben.  Amen