Bewandel de weg der wijsheid (Spr. 9,6)

De meester schreef op het bord: “Haast en spoed zijn zelden goed.”  Hij liet de  leerlingen andere spreuken opzoeken zoals “Al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt haar wel”; “Doe wel en zie niet om.”

Spreekwoorden en spreuken zijn van alle tijden en alle culturen.  Ze zijn al te vinden in de oudste geschriften van Egypte en Mesopotamië.  De bijbel nam er enkele van over zoals deze wijsheid: “Beroof de arme niet omdat hij arm is, en vertrap de behoeftige niet  in de poort” (Spr. 22,22).  Geen enkel verschil met de leer van Amenemope: “Hoed u ervoor een armzalige mens te beroven en een zwakke te verjagen.

19 augustus 2012, de 350° sterfdag van Blaise Pascal, Frans wis- en natuurkundige, wijsgeer  en diepgelovig christen (19 juni 1623–19 augustus 1662). Hij heeft veel diepe gedachten nagelaten.  Hij zegt over de spreuken: "Alle goede spreuken zijn reeds op de wereld; men verzuimt slechts om ze toe te passen."
De bijbel heeft een ganse verzameling spreuken bijeengebracht in het boek Spreuken, dat wordt toegeschreven aan de wijze koning Salomo.  Het boek Spreuken maakt deel uit van de wijsheidsliteratuur.  Tot de bijbelse wijsheid horen boeken als Prediker, het boek Wijsheid, het boek Job.  “In een tijd waarin de lectuur van de Bijbel niet bepaald hoog op de agenda staat, doen de wijsheidsboeken van het Oude Testament het nog relatief goed”, met deze vaststelling begon Pierre Van Hecke zijn bijdrage op de Leuvense Vliebergh-Sencieleergang 2006 (H. Ausloos en Bénédicte Lemmelijn, Bijbelse Wijsheid aan het woord).  Die boeken zijn de neerslag van praktische levenswijsheid.  De auteurs verwoorden een op ervaring gebaseerde overtuiging dat wie “goed doet, goed ontmoet”’ en dat het kwade schaadt.  Toch merken ze dat dit niet altijd opgaat.  Ze botsen op de vaststelling dat de rechtvaardige niet altijd wordt gezegend (Spr. 10,6).  Dit lossen ze uiteindelijk op door te aanvaarden dat de mens niet alles kan doorgronden.  “Ontzag voor de Heer – dat is wijsheid; het kwaad mijden – dat is inzicht” (Job, 28,28).

De oorsprong van de wijsheid, zowel in de bijbel als erbuiten, is het dagdagelijkse leven.  Het gezond verstand speelt er een centrale in.  De zogenoemde volkswijsheid heeft haar wortels in een maatschappij van boeren en nomaden.  De zorg voor het concrete alledaagse overleven staat er centraal.  Zij gaf pittige spreuken als “de deur draait op de deurpin, de luiaard op zijn bed” (Spr. 26,14); “men kan beter op de hoek van het dak zitten, dan samen huizen met een twistzieke vrouw” (Spr. 25,24); “beter een schotel groente waar liefde is, dan een vetgemeste os met haat erbij” (Spr. 15,17).

De volkse boerenwijsheid evolueerde naar een schoolwijsheid en deze werd  beoefend aan koninklijke hoven.  In het land van de farao’s genoot de schrijverstand een hoog aanzien.  De wijzen gaven aan de vorst raadgevingen die actueel blijven: “Draag zorg voor uw ambtenaren, zodat ze zich houden aan uw wetten.  Wie welvaart heeft, zal niet partijdig zijn.  Hij is immers een rijk man die niets tekort komt.  De arme daarentegen spreekt niet waarachtig.  Niet rechtvaardig is hij die zegt: ‘Ik wou dat ik had…’  Hij neigt immers naar degene die hem kan betalen” (Uit Merikare).  “Maak geen onderscheid tussen iemand van hoge komaf en iemand die zichzelf heeft opgewerkt, maar neem iemand aan om wat hij waard is.”

De bijbelse wijsheid is verbonden met een diep vertrouwen in God, die schepper is.  Deze wijsheid is in Israël toegenomen na de ballingschap onder invloed van priesterlijke schrijvers.  We krijgen daar de zogenoemde openbaringswijsheid.  De wijsheid wordt spiritueel en religieus ingebed.  De openbaringswijsheid is een geheim dat in de schepping inwoont en ernaar verlangt om door de mensen opgenomen te worden (cf. H. Ausloos, op. cit., p. 33).  Hier wordt wijsheid het samengaan van ‘savoir vivre’ en Gods vrees.  “Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige” (Spr. 9,10). 

De wijsheid wordt geleidelijk verpersoonlijkt.  Ze wordt begroet als ‘Vrouwe Wijsheid’ (Spr. 8, 22-31).  Zij zou wel die sterke vrouw kunnen zijn die op het einde van het boek Spreuken wordt bezongen.  Het schoonste wat ze van bij God aanbiedt is de Tora, de Wet.  Wie de Tora onderhoudt is wijs.  “Leef ze strikt na, dan toont u wijsheid en inzicht” (Dt. 4,6).  “Luister, Israël, naar de geboden die leven beloven, hoor aandachtig en ontdek wat inzicht is” (Baruch, 3,9).  Wijsheid wordt in de bijbel voorgesteld als “het kind van God, de liefhebbende partner van de mens, de ideale levensgezellin” (P. Kevers, ‘Vrouwe wijsheid’ Wijsheid als persoon in spreuken en daarna in H. Ausloos, op. cit., p. 84).

Deze vrouw Wijsheid richt in haar huis een maaltijd aan waartoe ze elkeen uitnodigt.  Michel had een vraagje: “Er is maar één God, er is maar één Jezus Christus en O.L. Vrouw is toch overal dezelfde.  Wat dan, als ik tot hen bid of hen aanroep en tegelijkertijd doen anderen dat ter wereld.  Hoe gaat dat?”  Misschien geeft Vrouwe wijsheid hem het antwoord.  Een mens kan niet op hetzelfde moment voor elkeen beschikbaar zijn.  Geen psycholoog, geen verpleegkundige, niemand kan elkeen op het zelfde moment beluisteren en een antwoord aanreiken.  God is anders.  Hij is de steeds aanwezige.  Hij laat het overal bij monde van de wijsheid verkondigen: “Kom, eet het brood dat ik geef, drink de wijn die ik heb gemengd.” (Spr. 9, 5).  Zijn kennis overtreft deze van het ganse internet.  Zijn liefde dekt de tafel voor elkeen, die hongert naar gerechtigheid.