18e zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 477 niet laden

WOORD VAN WELKOM

Vandaag openbaart Christus zich als het Brood van het leven. Het is niet overvloed en welvaart die Hij ons belooft, maar Hij verbindt ons met Gods eeuwigheid. In deze vakantietijd, in deze periode van nieuwe krachten opdoen, wordt ons duidelijk gemaakt dat Christus ons een bron aanbiedt die niet uitgeput zal raken, een bron die meer is dan wat ons dagelijks bestaan kan bieden.
Deze dag is voor ons een heilige dag, omdat deze verwijst naar diezelfde eeuwigheid. We maken pas op de plaats.

HOMILIE

Plotseling komt de woestijn op je af: door een naar bericht, door iets wat je overkomt, doordat een teleurstelling over je leven of over bepaalde relaties op je af komt. De wereld waarin je leeft, verliest zijn kleur en zijn zin en betekenis. Je denkt terug aan het verleden dat je uit een diep verlangen naar rust en vrede bij voorkeur een goede oude tijd noemt. Je weet diep in je hart dat deze betiteling een illusie is, maar hoe moet je anders vrede vinden in je huidige situatie dan door een nostalgisch verlangen naar de periode vóórdat de moeilijkheden zich openbaarden? Uit die herinnering put je kracht om de woestijn ervaring van vandaag te overleven. Woestijn ervaringen zijn per definitie momenten waarin de mens zich verlaten voelt van God en van de mensen om zich heen, maar waarin hij/zij juist de meeste behoefte heeft aan hun nabijheid: aan een teken van steun en bemoediging en inspiratie.
In de eerste lezing horen we hoe het volk zich realiseert dat de woestijn niet simpelweg betekent dat men bevrijd is van het slavenhuis Egypte, maar dat men nu voor zichzelf moet gaan zorgen. Vrijheid betekent zelf voor eten zorgen, een weg banen en voor jezelf een toekomst bepalen. Dat valt het volk nu in de woestijn ineens zwaar en ze verwachten van God en zijn dienaar Mozes dat zij alles oplossen. Er komt inderdaad redding: brood uit de hemel. Maar het gebeurt niet zomaar: het brood dat het volk ontvangt is tegelijk een les. Men dient zich te realiseren dat het een geschenk is. Je kunt het niet hamsteren, je kunt er niet mee speculeren, je kunt het niet verkopen. Het is een geschenk van God voor iedere mens afzonderlijk, zoals ieder mens zelf zijn/haar eigen leven kan zien als een geschenk en een uitnodiging uit Gods hand en van dag tot dag leven vanuit dat bewustzijn. Het Manna is als het leven zelf.
In het evangelie spreekt Jezus naar aanleiding van het overvloedig delen van het brood en de vis. Men moet niet moet denken dat Jezus een nieuwe koning is die de problemen van het volk zal oplossen. Men is naar Hem op zoek gegaan, maar Jezus twijfelt aan de goede motieven van de mensen. Hij wijst hen terecht en wil met het delen van het Brood ook een les geven. Het teken dat Jezus heeft gegeven is niet dat men verzadigd is, maar dat men begrijpt wie Jezus zelf is. Het openbaart niet dat mensen voor elkaar kunnen zorgen als ze alles met elkaar delen. Dat is een waarheid die niet uniek is voor het evangelie. Het teken vertelt ons wie Jezus is en dat wie met hem onderweg gaat, deelt in heel andere gaven. Gaven die niet voorbij gaan.
De Kerk van vandaag in Nederland voelt zich ook in een woestijn. Er zijn tekens van hoop en goede nieuwe initiatieven. Maar wanneer we de resultaten bekijken van de kerkelijke statistieken die deze week gepubliceerd zijn, lijkt er minder reden tot optimisme. We zien een verdere teruggang van het kerkbezoek; al is het in de steden echter toegenomen. Inhoudelijk blijkt dat katholieken zich makkelijk conformeren aan algemene opvattingen in de samenleving. Hoe is dat te interpreteren? Staan katholieken met beide benen in de moderne samenleving of is geloven minder doorslaggevend voor opvattingen en beslissingen die men moet nemen in het leven?
Het onderzoek geeft aanleiding tot zelfreflectie bij ieder van ons en daarbij is de tekst van Paulus erg behulpzaam die ons ondervraagt op het eigene van onze christelijke levensovertuiging. Bekleedt U met de nieuwe mens, schrijft Paulus. Voor Paulus is er een nieuwe visie op het bestaan gekomen met Christus. Het hele leven is hij in een ander perspectief gaan zien door leven, dood en verrijzenis van Christus. Het is een diep verlangen naar eeuwigheid dat Christus bij hem heeft wakker geroepen. Daar ligt een belangrijke kern van ons geloof: ons leven is niet een korte voorbijgaande periode waarin we zoveel mogelijk dagelijks geluk moeten zien te realiseren, maar het is een geschenk vanuit Gods eeuwigheid waarvan ons een deel wordt geschonken. Christus komt ons tegemoet vanuit Gods eeuwigheid om ons met die eeuwige liefde te voeden. Die is voor ons op onze beurt bron van ons leven en bron van hetgeen wij aan elkaar toevertrouwen. Ook dat is geworteld in Gods eeuwigheid. Wij ontlenen ons bestaan niet aan het alledaagse en niet aan de gang van onze wereld, maar aan de wil van God. Daaruit zijn wij als christenen geboren, zoals Johannes ook in zijn proloog schrijft: ons bestaan als christenen ontlenen we niet aan de gang van de natuur, maar aan God zelf. Dat heeft Christus ons duidelijk gemaakt. Als Christus ons voedt met zijn Brood en zijn Wijn, zijn Lichaam en zijn Bloed wordt die bron weer in ons geopend. De opdracht van de Kerk is om die boodschap te verkondigen en mensen te laten delen in die bron die Christus voor mensen heeft geopend.
Dat mag een troost zijn wanneer we het idee hebben dat ons leven of dat van de Kerk zich in een woestijn periode bevinden. Ook in de woestijn mogen we immers een bron aanboren. Die bron zal niet het verlangen naar een mooi verleden zijn; de mens hoeft niet te schuilen in nostalgie. De bron is Gods eeuwigheid waaruit wij hier mogen putten in deze gemeenschap, een bron die ons zal blijven voeden zolang wij onderweg zijn naar het beloofde land, het Koninkrijk van Gods vrede. Moge die bron ons hier voeden, vandaag en bemoedigen voor alle dagen van ons leven. Amen.