Mah hu? "Wat is dat? Manna! (Ex. 16,15)

Nog niet gepubliceerd
 

Het heden is beter dan het verleden, want het houdt meer toekomst in.  De bijbel is geen nostalgisch boek, dat het verleden idealiseert.  Het spreekt  even over een paradijs, maar dat was van korte duur.  De bijbel richt de blik op de toekomst en ziet het heden als een kans tot ontmoeting met God en een opdracht om gerechtigheid te plegen.  “Als je heden zijn stem hoort…” (ps. 95).  De bijbel bewaart de herinnering aan het verleden en vooral aan de verlovingstijd van God met zijn volk in de woestijn (Os. 11,1-4;12,10.14; 13,4).

Voor de schrijvers van het boek Exodus was de woestijn een tijd van beproeving.  Even was er het gejubel omdat het volk uit Egypte bevrijd was.  Vlug komen nieuwe zorgen.  Het veroorzaakt ontevredenheid en het volk mort.  Het begint zelfs om de tijd van de onderdrukking te loven als een betere tijd.  Ze hebben heimwee naar de vleespotten in Egypte. 

Quelle était belle la royauté au temps de la République !  In de tijden van de republiek was er heimwee naar de monarchie.  “Het was vroeger toch gemakkelijker en eenvoudiger”, dit wordt zo gemakkelijk beweerd. 

Thuis heb ik nog een ansichtkaart met kerk en kar.  Het dorp van weleer is er niet meer.  “In de tijd van de zusters: toen …..!”   Een sociaal werker schreef: “Mijn kennis over de zustergemeenschap is beperkt.   Ik heb begrepen dat de zusters gepoogd hebben om zich op een inventieve manier in te zetten met een bijzonder hart voor de allerzwaksten.  Wat me in mijn beperkte contacten met de zusters op viel was een opvallend grote gastvrijheid en openheid.  Soms kreeg ik toch van oudere werkneemsters minder mooie verhalen te horen over hun ervaringen met bepaalde zusters.  Ik kan het niet laten me af te vragen of 24 uur op 24, 7 dagen op 7 tussen psychisch zieke mensen leven geen overvraging was.  En of daarin wel recht gedaan werd aan sommige zusters, en bijgevolg aan hen die met hen leefden.  Maar ook dit zal binnen zijn tijdskader moeten gezien worden.”

In 1989 viel de Berlijnse muur en kwam de hereniging van Duitsland.  De integraties tussen Wessies en Ossies verliep niet zo vlot.  Die laatste vinden dat het voordien niet zo slecht was.  Het is de spanning tussen zekerheid en vrijheid.

Het morren van de Israëlieten wordt niet weggeschoven, maar gehoord en beluisterd.  Voor de schrijvers van het Exodusverhaal is het opnieuw een kans om over Gods zorg en diens grootheid te getuigen.  Zoals God in het scheppingsverhaal zowel in de avond als in de ochtend met zijn schepping begaan was; zo zorgt hij voor vlees in de avond en geeft hij brood in de ochtend.  God manifesteert zijn glorie en bezorgt aan elkeen het noodzakelijke voor iedere dag.  Het vlees, dit zijn de laag overvliegende kwakkels.  Het brood, dat is de spijs van het manna.  Dit wordt verklaard als een afscheiding van de tamarisk.  In het woord manna zou een Egyptisch of een Hebreeuws klinkend woord steken.  Man hu, wat is het?

Wonderen? “In het najaar 1942 gebeurt het wonder. De Belgische vissers halen een vangst binnen van ongeveer 40.000 ton haringen. Het land wordt overspoeld met haringen. De huizen, de treinen, de trams, de vrachtwagens, de mensen, het ruikt in de winter van 1942 op 1943 allemaal naar haring. Hij is de rijkdom van de oorlogstafels; met eet haring 's morgens, 's middags, 's avonds. Dank zij deze wonderbare haringvangst zijn duizenden Belgen, weliswaar vermagerd en gehavend, maar levend uit de oorlog gekomen” (Herwig Jacqmeyns).

 

Dit verhaal van het manna bevat een dubbele les.  Elkeen neemt volgens zijn/haar behoefte en niemand mag voedsel oppotten.  “De HEER heeft bepaald dat ieder ervan kan verzamelen wat hij nodig heeft.  Iedereen mag er één omer van nemen voor elke persoon die bij hem in de tent woont” (Ex. 16,16).  Hij zal het niet oppotten voor de volgende dag.  (Ex 16,19-21).  God geeft het brood voor elke dag (Mt. 6,11). 

Een sociale maatregel die nu ver zoek is.  De verschillen tussen het loon een verpleegkundige, een kleuterleider en dat van een bankier, van een topsporter zijn torenhoog.

De verteller geeft nog een tweede les, die betrekking heeft op de sabbat (Ex. 16, 22-30).  Die dag valt er niets te rapen en eten ze van de dubbele portie die de dag voordien is verzameld.  Zo wordt hen het ritme van de tijd meegegeven.  Deze is geritmeerd langs Pasen en de sabbat.

In het heden mag men niet vergeten wat in het verleden is gebeurd en hoe de Heer daar al zijn aanwezigheid heeft getoond.  De latere bijbelse auteurs zullen de Exodus in herinnering houden.  “Neem u zorgvuldig in acht, zodat u nooit vergeet wat u met eigen ogen hebt gezien, maar de herinnering daaraan levendig houdt en alles aan uw kinderen en kleinkinderen doorvertelt” (Dt. 4,9).  De grootheid en zorgende aanwezigheid van de HEER moet zijn volk steeds voor ogen staan: “Was hij het niet die u uit de slavernij in Egypte bevrijdde, die u in de woestijn manna te eten gaf, voedsel dat uw voorouders nog nooit hadden gezien - en dat alles om u zijn macht te laten voelen en u op de proef te stellen, zodat hij u later zal kunnen zegenen?” (Dt. 8,14.16).