Schapen zonder herder en herders zonder schapen (Mc. 6,30-34)

 

“Schapen zonder herder.” Een spreekwoordelijk gezegde. We houden van schapen, maar worden niet gaarne als schaap beschouwd. In bepaalde streken en dialecten werd het woord ‘schaap’in een gesprek nogal gemakkelijk aangewend. “Wat jij nuj nu zegt, o mijn schaap!”

In de bijbel staat het beeld van de herder en de schapen voor zorgzaamheid. De herder en de herderin zijn bezorgd om hun schapen. Zij weiden de kudde en zorgen ervoor dat deze voedsel vindt en veilig is. De profeet Jeremia heeft harde woorden aan het adres van herders die hun schapen verwaarlozen en ze verloren laten lopen. God is voor zijn volk de Goede Herder. Hij wenst voor zijn volk betrouwbare herders. Met de dichter van psalm 23 danken we God omdat hij een goede herder is, die ons leidt naar groene weiden, die ons behoedt voor gevaren en ons veilig thuis zal brengen. Psalm 23, de tussenzang van deze zestiende zondag, is een ode aan de herder en een dank van het schaap dat rust vindt. Deze psalm is een mooie vakantiepsalm.

De korte evangelietekst van Marcus geeft ons twee keer een blik in de herderlijke zorg van Jezus. Eerst voor zijn leerlingen die terugkwamen van hun zending en door Marcus voor het eerst apostelen worden genoemd. De tweede keer wijst Marcus op de herderlijke zorg van Jezus voor de vele mensen die Jezus opwachten aan de overkant van het meer op een eenzame plaats.

Rust en reflectie

Jezus had zijn leerlingen uitgezonden voor een eerste opdracht. Ze komen terug en brengen verslag uit. Rapporteren en evalueren hoort bij hun vorming. Na inspaning mag er ontspanning zijn. Rust volgt op de inzet. Jezus zoekt daarvoor een eenzame plaats op waar ze met hem samen kunnen zijn.

Bij een kloostervisitatie was de plaatselijke overste zo bezorgd om de grote inzet van zijn confraters te tonen, dat hij alles maar opsomde van wat zijn gemeenschap doet. Waarop de visitator hem dan op het einde vroeg: “En hebben ze hier dan geen tijd om te rusten?”

Vacantie is een gewaardeerd goed en in (na) dit coronajaar wordt er sterk naar uitgekeken. Soms vervangt de ene drukte de andere. De verkeersdrrukte tijdens het werkjaar wordt opgevolgd door de verkeersopstroppingen op weg naar het buitenland.

Bij hem zijn

Jezus wijst op het belang voor zijn leerlingen om op een rustige plaats bij hem te zijn. Tijdens de corona heeft onze gemeenschap eronder geleden dat het wekelijks samenzijn in de kerk heel beperkt was of haast onmogelijk. Kerken zijn open gebleven voor bezoek en gebed. De coronatijd heeft ons wellicht meer naar de binnenkamer geleid, waar we in het verborgene tot de Vader konden en kunnen bidden (Mt. 6, 6). Hij weet hoeveel gebeden en vragen naar het waarom aan hem zijn gericht en welke tranen hebben gevloeid om familieleden, die eenzaam zijn gestorven.

Jezus nam met zijn leerlingen de boot om naar de eenzame plaats te varen. Het was ditmaal een rustige vaart. Bij de terugkeer ging het moeizamer, want de wind zat toen tegen (Mc. 6,45). De leerlingen zullen dan opnieuw ervaren dat zijn niet hoeven te vrezen. Aan wie in het schip met hem meegaat, zegt Jezus: “Ik ben het. Kom maar met mij mee naar de overkant.” “Wees maar niet bang, zegt Gij, hier is mijn hand” (ZJ Ga in het schip, 593).

Aangekomen op de plaats, die eenzaam zou zijn, zien ze dat veel mensen van overal daar al waren gekomen om Jezus te horen. Hier toont Jezus zich opnieuiw als de goede Herder. Marcus vermeldt het in deze krachtige gebalde zin; “Toen Jezus aan land ging, zag hij een grote nenigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en hij begon uitvoerig te onderrichten.” Deze zin bevat belangrijke werkwoorden: Jezus zag, hij voelde medelijden, hij onderrichte hen. En er komt er nog een vierde bij: hij zorgt dat deze menigte eten krijgt. Dit wordt het verhaal van de broodvermenigvulding, die we volgende week horen in de versie van het vierde evangelie.

De leerlingen van Jezus - en wij met hen -kunnen op die eenzame plaats veel van hem leren. Zien wij de mensen, weten wij wat ze meemaken en beleven? Hebben we medelijden met hen? Jezus beseft dat deze mensen stuurloos zijn, dat ze verwachtingen hebben en uitkijken naar goede hulp.

Mensen met zorgen

Het leven was voor de mensen in de dorpen en kleine steden van Galilea ver van gemakkelijk, “Voor alle mensen in het Palestina van toen was de situatie uitermate verward” (L. Grollenberg, Jezus weg naar hoopvol samen leven, p. 41). Slechte bestuurders en een verdeelde bevolking. Het land was bezet door de Romeinen. Een aantal meelopers vonden dit goed en collaboreerden, zoals de Joden die van de Romeinen het recht hadden gepacht om belastingen te innen, die door de heersers waren opgelegd. “Zij profiteerden van de bezetting en hoopten niet anders dan dat die blijvend zou zijn. Het waren de ontelbare uitgebuite mensen, loonarbeiders en armen, die het vurigst uitzagen naar dat ingrijpen van God zelf, de enige machthebber die hen kon bevrijden van hun onderdrukkers, de Romeinen en allen die profiteerden van hun heerschappij” (Ibid. p43-44).

Galilea was hoofdzakelijk een landelijk gebied van boeren, kwekers van olijven, van granen en wijnbouw. En bij het meer waren vele vissers. Van Herodes Antipas was weinig goeds te verwachten. Hij legde zware taxen op. Hij had kort tevoren Johannes laten doden. Johannes was als een profeet geëerd en Jezus was door hem gedoopt.

Van Jezus ging een bezieling uit. Hij sprak over God die nu het werk was en over het koninkrijk dat al in hun midden was.

Zo vormt Jezus zijn leerlingen en doet hen inzien dat ze op hun beurt moeten verkondigen, mensen inzicht bijbrengen, hun noden opvangen en eraan verhelpen.

Hij toont zijn erbarmen door het woord dat hij tot de menige richt en door de maatlijd die er opvolgt, waar brood wordt gedeeld. Het duidt al op het belang van het woord en het sacrament voor hen die de goede herder volgen.

Profeten als Ezechiël en Jeremia klagen over slechte herders. Hun kritiek geldt tot vandaag. De vraag naar goede herders blijft groot. Er zijn een aantal landen waarvan de leiders de kritiek niet zullen doorstaan van de profeten. Het zijn landen waar dictatoriaal wordt geregeerd, waar militairen het bewind in handen hebben, waar de regerende klasse zichzelf bedient, waar verkiezingsuitslagen worden vervalst.

Mensen kunnen zich verlaten voelen door hun leiders en zich gedragen als schapen zonder herder. Zij kunnen ontgoocheld zijn door de fouten en de tekorten van hun herders. Daarbij komt er ook zoveel af op mensen, Er wordt zoveel geschreven, getwitterd en gezegd. Het eigen gelijk staat voorop. “We willen allemaal winnaars zijn, geen losers. Maar dat kan natuurlijk niet” (Paul Verhaeghe). “We genieten ons te pletter. Maar niemand is tevreden” (Hay Hutgens). We willen niet van andere afhankelijk zijn, maar wij zijn toch op anderen gewezen.

In het persoverzicht horen we dat het vertrouwen in de politieke leiders afneemt. Zijn er daardoor meer schapen zonder herder?

Onze tijd komt voort als een harde tijd, waar veel wordt gevraagd, waar je moet lukken om mee te tellen.

Er zijn herders zonder kudde, en herders die afgeschreven zijn en vergeten.

En toch blijft de behoefte aan een mens die mee kan lijden in uren van pijn en nood en die blij kan zijn om wat schoon en goed is. In deze moeilijke coronatijden zijn een aantal mensen nog meer herder geweest dan anders om bv. als straathoekwerker en als verpleegkundige daklozen op te zoeken en te helpen.

Goed zijn

Overal zie je mensen,

die stand houden in het goed-zijn:

toegewijd aan elkaar:

koffie maken, een tafel dekken,

wonden verbinden, de moedeloosheid bezweren,

terugvechten, de dood weerstaan,

stil voortdoen, de ‘courage’ niet verliezen …

En waar de een zegt: ‘We kunnen niets meer doen ...’

zegt een ander: ‘We kunnen nog veel betekenen.’

Waar de een zegt: ‘Dit is het einde ...’

zegt een ander: ‘Hier is een nieuw begin.’

Zet meer komma's dan punten.

Er is meer licht dan je weet.

(Marinus van den Berg)

Als Goede Herder wil Jezus zijn volk verenigen. De schrijver van de brief aan de christenen van Efese richt ons op Christus, die onze vrede is. Christus haalt de scheidingsmuur neer (Ef.. 2, 14). Moge de vakantietijd de ontmoeting tusen mensen bevorderen. Moge de Heer ons hart dag aan dag bewegen om mee te leven met de zorg en de pijn, de vreugde en de inzet van mensen..