Veertiende zondag door het jaar (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 213 niet laden

De eerste lezing uit Ezechiël opent indrukwekkend. Ezechiël heeft zijn roepingvisioen gekregen, je kunt wel zeggen: hij heeft het ondergaan en doorstaan. Het was zo machtig, de heerlijkheid van de Heer was zo overweldigend, dat hij plat voorover viel. Daarop hoorde hij een stem tot hem spreken: "Hij zei tegen mij: 'Mensenkind, sta recht op dan zal Ik u toespreken'. Zodra hij tot mij had gesproken, kwam er een geest over mij, die mij rechtop deed staan en weer hoorde ik hem spreken." De stem doet hem opstaan en vervolgens geeft de stem zijn boodschap.

De stem deed hem opstaan, deed hem plaats nemen in de 'gewone' wereld met twee benen op de grond, maar in zijn hart droeg de profeet zijn roeping, zijn visioen dat hem drijft en richt. Zo wordt de - laat me zeggen - de tweeïgheid aangegeven waarin wij, geschapen mensen, leven: enerzijds op de aarde en anderzijds met onze geest 'daarboven', enerzijds in de maatschappij, de gemeenschap, anderzijds in geestelijk leven - typisch menselijk: met twee benen op de grond, met het hoofd over de wolken heen en een hart dat die twee bij elkaar houdt. Je kunt ook zeggen: met twee benen op de grond en omgeven door Gods Aanwezigheid. Dat is een stem die in ons leeft en zich soms duidelijk laat horen. Dat weten we ineens: sta op.

 

Vervolgens geeft de stem de boodschap aan Ezechiël dat hij naar het volk moet gaan, Zijn volk dat niet wil horen. Automatisch reageren wij: als ze niet willen luisteren, dan maar niet. Maar zo is God niet: "Of ze nu luisteren of niet, ze zullen weten dat er een profeet is hun midden is." Als we het accent leggen op weten - ze zullen wéten dat -, klinkt er een 'hoge toon' in; als we het accent leggen op profeet - ze zullen weten dat er een proféét in hun midden is -, klinkt Gods zorg erin door. Net als in de tussenzang "Tot u sla ik mijn ogen op, tot u die woont in de hemel" - net als in de tussenzang een 'Gij in den hoge' te beluisteren en te bezingen valt; maar ook Gods zorg is te horen: de psalm zegt ook "... zo richt zich ons oog op de Heer, onze God, tot Hij Zich om ons bekommert" (mutatis mutandis voor de gezongen GvL psalmtekst). Gods zorg en 'Gij in den Hoge'.

Gods 'hoge toon' die tot Zijn dienstknecht is gericht, Gods zorg die Zich om de dienstmaagd bekommert. Voor beiden geldt dat zij staan, blijven staan, en laten zien hoe God Zich manifesteert als Heer en als Ontfermer.

 

Mc heeft verteld hoe Jezus twee vrouwen heeft gered, het dochtertje van Jaïrus en de vrouw die al twaalf jaar aan vloeiingen leed, en nu gaat Jezus naar zijn vaderstad.

Zijn vaderstad - bij zo'n woord denk je automatisch aan je 'roots', je eigen wortels, aan je soortgenoten, familie. Voor Jezus betekent dat woord nog iets meer. Hij zal aan zijn Vader hebben gedacht, zijn 'Abba' met wie hij zich één weet. In dat bewustzijn zal hij verwachten dat de mensen daar zeker naar hem willen luisteren. Hij heeft net een groot wonder laten zien en nu zal zijn vaderstad toch ook wel in hem geloven. Het tegendeel is waar. N.B. in de synagoge, waar iedere Jood zijn zegje kon doen, vragen de mensen zich af waar hij dat vandaan heeft, hoe hij aan die wijsheid komt, en in plaats van naar hem te luisteren, zijn wijsheid te erkennen, nemen zij aanstoot aan hem. Nog steeds een weerbarstig volk. Dat niet luistert, niet gelooft, zich bedreigd voelt i.p.v. gered. Dat geen weet heeft van Gods Aanwezigheid, barmhartige Aanwezigheid, die je doet weten: sta op.

 

Zij konden zich niet openstellen in geloof. Net als de Joden vroeger ten tijde van Ezechiël hadden ze misschien niet die vrijheid die daarvoor nodig is. Ezechiël moest opboksen tegen een nieuwe situatie nl. de Joden in hun ballingschap; in die situatie moesten zij hun God opnieuw leren kennen. Ten tijde van Jezus was het land bezet door de Romeinen, geen lieverdjes, en de bevolking was godsdienstig verdeeld. I.p.v. dat zij naar iets nieuws luisteren, nieuws dat hoop biedt, kunnen zij niet uit hun straatje komen, zien ze niet dat het nieuws zo kortbij kan zijn; nee, nieuws moet van ver komen, pompeus aangekondigd. Omdat ze niet in geloof leven, niet op hun God vertrouwen, weten ze niet dat het nieuws kortbij is, onder hen leeft, dat God zich zo dichtbij om hen bekommert, via een stadsgenoot. En Jezus staat machteloos.

 

Geloof, op God gericht zijn, geloven, naar God toe leven, is een invulling - een compleet maken - van het menselijk vermogen om naar 'Boven' te kijken, een vermogen dat in ons is gelegd. Het is aan ons om dat geloof te ontvangen in luisterbereidheid. Het leeft zo kortbij. Zeker via Jezus, de Christus. Voor ons is hij geen vreemd nieuws. Wel steeds vernieuwend en verdiepend.

 

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Midden in een wereld waarin de een het nog beter denkt te weten dan de ander, waarin slagvaardigheid en kwinkslagen de boventoon voeren, de grote mond het doet, midden in zo'n wereld ook kunnen luisteren naar iets nieuws dat diepte heeft, zin heeft voor jouw leven - misschien moeten we wel zeggen 'willen luisteren' naar iets nieuws - daarmee kun je richting geven aan je leven. Waarheen die richting voert? Die van Jezus voert naar zijn Abba.

 

De ogen van de dienstknecht richten zich op de meester, die van de dienstmaagd op de Heer tot Hij zich bekommert. "Heer, ontferm u over ons". We hebben U nodig om rechtop te staan en te ontvangen. Zullen we samen daarover even nadenken?