Verwondering (2009)

‘Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?' vroeg Natanaël toen hij vernam dat Jezus een Nazareen was (Johannes 1,46). In Oost-Vlaanderen is er een dorp dat Nazaret heet. Een dorp van niemendal zoals er veel zijn. Maar uit veel van die dorpen zoals Nazaret komen mensen die het ver hebben geschopt. Hun familie en veel dorpsgenoten zijn trots op hen. Als ze naar huis op officieel bezoek komen worden ze op het gemeentehuis door de burgemeester ontvangen. Hij nodigt hen uit om het volk toe te spreken. Maar niet alle dorpsgenoten dragen hun bekende Vlaming op de handen. Wij kennen hem maar al te goed, zeggen ze. Iemand die omhooggevallen is. Hij moet niet zo hoog van de toren blazen.
Ook Jezus is zoiets overkomen.

We vernemen in het evangelie niets over wat Jezus gezegd heeft toen hij de mensen in de synagoge van zijn vaderstad Nazaret toesprak. Het heeft in elk geval indruk gemaakt. Ze konden hun oren niet geloven. Maar ze toonden niet de minste verwondering omdat hij niet beantwoordde aan wat ze van hem verwachtten. Ze zaten vast in hun vooroordelen. De zoon van een simpele timmerman, en iedereen kende zijn moeder, zijn broers en zijn zussen, en zo sterk uit de band springen! Misschien zeiden sommigen: hij heeft zijn familie verloochend. Ze dachten misschien aan wat eerder was voorgevallen. Toen hij ergens in de buurt aan het preken was, waren zijn moeder en zijn broers naar hem toe gekomen om hem mee naar huis te nemen. Maar hij wilde hen niet zien. Mijn broer en zuster en moeder, zei hij, dat zijn zij allen die de wil van mijn Vader doen (Marcus 4,31-35).
De Nazarenen ergerden zich aan Jezus' pretentie. Ze geloofden geen zier van wat hij hen diets had willen maken. Hoe zouden wij gereageerd hebben als we in hun geval waren geweest?

Jezus moest zich neerleggen bij hun ongeloof. Hij wist het: een profeet is nu eenmaal geen sant in eigen land. Het is nog altijd waar. Over profeten spreken we ten onrechte in de verleden tijd. Ook in onze tijd, ook in ons midden laat God van zich horen door de stem van mensen. Profetisch begaafde mensen die in naam van God hun stem verheffen tegen dingen die niet door de beugel kunnen, over de tekenen van de tijd die geen aandacht krijgen, over een toekomst die wordt verkwanseld. Maar ze stuiten op verzet. Gewone mensen zoals u en ik die profeet willen spelen, die ons in naam van God de les lezen, je moet maar durven! Dat nemen we niet van hen. Het is zoals in de tijd van Jezus: zulke mensen vinden maar gehoor in de mate dat we gelovige oren hebben, oren die open staan voor de stem van God, wie ze ook doet klinken.

Wij zijn natuurlijk geen Nazarenen, maar lijken we toch niet op hen? Zoals zij toen zitten wij vast in vooroordelen en denken we in clichés. Over Jezus denken we in de woorden en begrippen die ons zijn aangeleerd. We kennen ze van buiten en reciteren ze gedachteloos. We staan er niet bij stil. De zondagse evangelies hebben we al zo dikwijls horen voorlezen dat we er nog nauwelijks naar luisteren. Soms gebeurt het dat een predikant ons verrast doet luisteren. Hij (of zij) zegt iets anders dan wat we altijd al meenden te weten. We komen los uit clichés en vooroordelen. Dit kan een moment van verwondering zijn waardoor onze gebruikelijke manier van denken wordt opengebroken. We ontdekken het evangelie opnieuw, we beluisteren het met gewassen oren.

Verwondering is het begin van wijsheid, zeggen filosofen. Wie zich over niets en niemand verwondert, leert niets meer bij en gaat blind door het leven. Verwondering moet een christelijke levenshouding zijn. Ze doet ons onbevangen kijken en luisteren naar de mensen die ons het meest nabij zijn en die we het best menen te kennen. Dan kan er een wonder gebeuren. We ontdekken in hen met wie we het leven delen het mysterie dat ze altijd blijven: 'kinderen van God'. We pinnen hen niet meer vast op het beeld en de voorstelling die we ons van hen hebben gevormd. We geven hun de kans en de ruimte om te zijn zoals ze zijn.

Jezus kon bij de Nazarenen geen wonderen doen wegens hun ongeloof. Laten we ervoor zorgen dat we niet in hetzelfde bedje ziek zijn.

Inspiratie is gevonden bij Kees Pannekoek, Verwijlen in Emmaüs, Gooi & Sticht 2002, p. 162 v.