Zonder wonder (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

LIEGEN DOE JE MET ZIJN TWEEEËN

Er zijn dingen die je heel goed alleen kunt doen. Een boom omhakken, de krant lezen of boontjes doppen - om maar iets te noemen! Maar voor een heleboel dingen heb je minstens één ander nodig. Om liefde te geven, waarheid te vertellen en om wonderen te doen.
Een jongen durfde niet thuis te komen met zijn rapport. Hij voelde zich klem gezet. ‘Als je blijft zitten, ga je van het voetballen af!', had zijn vader gezegd. En de scooter kon hij voorlopig helemaal vergeten. Daarom had hij niets verteld over die 4 voor natuurkunde. Hij had gelogen over zijn proefwerk Nederlands. Die leugens kwamen niet alleen voort uit oneerlijkheid; ze werden ook veroorzaakt omdat er geen faire luisteraars waren. Een onbarmhartige omgeving vraagt om leugens. Ouders die voortdurend negatief commentaar hebben op televisieprogramma's waarin homofilie aan de orde komt, die maken het hun kind zeer zwaar om eventueel ooit met hun waarheid thuis te komen. En als de hele familie tijdens feestjes spottende opmerkingen maakt over profiteurs, dan zal hun kind door een diepe crisis gaan als werkeloosheid hem treft. Mensen die achterdocht en angst jegens buitenlanders tentoon spreiden, maken het hun dochter bijna onmogelijk om nog thuis te komen als ze verliefd geworden is in Turkije. Waarheid kan alleen ontluiken tussen een eerlijke verteller en een integere luisteraar.

GOED BEN JE MET ZIJN TWEEËN

Een vrouw was gegrepen door het lot van Tibetaanse jongeren. Tijdens haar vakantie had ze erg meegeleefd met nog heel jonge kinderen. Zij waren door hun ouders over de grens van China gezet. In Tibet, in hun eigen taal en cultuur, zouden ze een toekomst vinden. Die toekomst strandde voorlopig in een vluchtelingenkamp. Het verging haar als duizenden toeristen die ieder jaar met schrijnende nood geconfronteerd worden. Ze willen wat doen; ze willen goedheid uitdragen, maar ze kunnen daar pas wat mee, als er anderen zijn die het in ontvangst kunnen nemen, een eerlijke organisatie moet er zijn die niet corrupt is. Het is niet genoeg dat iemand iets wil geven, er moet ook iemand zijn die kan ontvangen!
Zo ongeveer beschrijft de Joodse traditie de impasse van God. God wil als een licht in de duisternis schijnen, maar dan moet de duisternis het licht wel aannemen. Gods woord wil vlees worden, maar dan moet een moeder instemmen en zeggen: ‘Mij geschiede naar uw woord.'
Die wisselwerking tussen het goddelijke en het menselijke is de kern van ons geloof in de menswording. God heeft zijn genade afhankelijk gemaakt van mensen. Het evangelie van vandaag vertelt dit tot in gênante details.

WONDEREN DOE JE MET ZIJN TWEEËN

Jezus was goed op dreef. Marcus vertelt het enthousiast. De ene na de andere zieke wordt genezen. Meerdere pariënten tegelijk. Zelfs mensen die bijna dood leken, komen overeind. Maar dan komt Jezus in Nazareth. De aanvankelijke verbazing van de mensen wordt verwondering en de verwondering wordt scepsis. ‘Is dit die Jezus niet? Hebben we hem niet zien rennen door de straat, spelend met de jongens van het dorp? En wonen zijn ouders niet bij de timmerwerkplaats? Is hij niet enkele jaren weg geweest?' Men sprak er indertijd nog kwaad over, want niemand wist precies waar hij was. Geruchten deden de ronde over onenigheid in de familie. ‘Heeft hij niet zussen en broers hier wonen?' Jawel, ze herkennen hem. Dat is de timmerman! De magie is er ineens vanaf. Het sprookje verstomt in de hoofden van de mensen. De romantiek is verdwenen rond deze profeet. Het exotische is eraf. Het gevolg is dat Jezus bijna geen genezing meer tot stand kan brengen. Zijn kracht is er nog wel, maar zijn kracht is niet genoeg; er moeten ook mensen zijn de in hem geloven! De herinnering aan het voorval troost Marcus. Hij leed eronder dat er maar zo weinig van zijn geloofsgenoten christus gevolgd waren.
Als we ons ooit afvragen waar God blijf met zijn wonderen, laten we dan maar eens om ons heen kijken. En in ons eigen hart. Misschien is daar de hoop verdwenen. Misschien verwachten we geen gerechtigheid meer; misschien geloven we niet meer in Gods Koninkrijk.
Je kunt alleen waarheid spreken tegen iemand die daar oren voor heeft; je kunt alleen goed doen aan wie daar voor open staat; en je kunt alleen wonderen doen als iemand gelooft...

ORDE HOUDEN

Lieve kinderen. Juffrouw Trudi kwam de klas binnen. Ze keek een beetje wild uit de ogen. Ze was een paar minuten te laat. Ze klapte in de handen en riep hijgend: ‘Zo en nu allemaal stilzijn!' Pé had het niet gehoord, die zat met zijn rug naar het bord en haalde een dino uit elkaar om Bo te laten zien. Achter in de klas zaten Marleen en Bregje op de grond met knikkers te spelen. Maya en Bram waren druk bezig in hun kastjes en Willem was naar de w.c. Trudi probeerde opnieuw. ‘Zo, en nu allemaal lief zijn!' Niemand hoorde het, of iedereen deed alsof hij het niet hoorde. Bregje schaterde het uit om een knikker die naar de kapstok rolde. Pé vloekte eens hard omdat de kaak van de dino uit zijn handen viel en Maya nodigde Erwin uit om ook een kijkje in haar kastje te nemen. Juffrouw Trudi keek machteloos rond. Hoe kreeg ze de klas stil? Door het raam zag ze de boze blikken van juffrouw Carla. Ineens greep ze een grote liniaal en mepte er keihard mee op een tafeltje. De kinderen schrokken. Iedereen keek op en juffrouw Trudi riep: ‘Als jullie niet stil zijn, dan kan ik geen orde houden!'