Vaderstad (2009)

Over de profeet die niet geëerd wordt in zijn eigen vaderstad
In de plaatsen waar ik dit weekend ben, IJsselstein en Nieuwegein, is het nog niet zo heel lang geleden dat de gemeenschappen een heel stuk kleiner waren. In IJsselstein hoor ik mensen regelmatig liefkozend spreken over "ons stadje". En in Nieuwegein is er een flink aantal mensen bij wie hun hart toch nog meer bij het oude Vreeswijk of bij Jutphaas ligt. Een kleine overzichtelijke gemeenschap heeft vele aantrekkelijke kanten. Je voelt je er eerder thuis. Je kent bijna iedereen. Maar een overzichtelijke gemeenschap heeft soms ook beperkingen. Er kan een mentaliteit heersen van "je kop niet boven het maaiveld uitsteken". Doe maar gewoon, dan ben je al gek genoeg.

Die sfeer, gemoedelijk maar soms ook wat bekrompen, kan ineens de kop opsteken, en dat is altijd al zo geweest. Als ik het evangelie lees had Jezus er last van.
In het kleine Nazaret hadden veel mensen zoiets van: "Wat verbeeld je je wel?". Jij bent toch gewoon die Jezus van Maria en Jozef? We kennen je broers en zusters. Wij zijn hier allemaal maar gewone mensen. En als iemand hoog van de toren gaat blazen, dan verloochent hij zijn afkomst. Doe dus maar gewoon zoals wij.

Ondertussen weten we hoe belangrijk het is dat er mensen zijn die wel de kop boven het maaiveld uitsteken. Mensen die misstanden aan de kaak stellen; die man en paard durven noemen, die de vinger op de zere plek leggen, terwijl anderen met een grote boog om problemen heen lopen. Er kan een sfeer ontstaan van politieke correctheid; dat bepaalde dingen niet gezegd mogen worden. En dat is niet goed.

Ik ben dit weekend wat betrokken bij de viering in Nieuwegein van 15 jaar stedenbanden. De stad waar ik zelf woon heeft al die jaren een stedenband gehad met een soortgelijke middelgrote stad aan een rivier. Een in Oost-Polen, Pulawi, en een in het noorden van Namibië in Zuidwest Afrika, Rundu. 15 jaar geleden zei de gemeenteraad: wij willen bij de bevolking het besef versterken dat alles met alles verbonden is. Dat de hele wereld een dorp geworden is. Dat we samen met anderen burgers zijn van die ene wereld. En dat we elkaar kunnen helpen en inspireren. Stedenbanden zijn daarvoor een goed instrument, omdat ze mensen en organisaties daar en hier met elkaar in contact brengen. Ze leiden tot vormen van concrete samenwerking.

De wereld een dorp. The Global Village heet dat in het Engels. De wereld is ons dorp. We zijn met elkaar verbonden op die ene aarde, en we staan voor dezelfde uitdagingen: hoe houden we een leefbare wereld? Toen en nu zijn er mensen die dat niet zien zitten. Mensen die hun stem verheffen. Mensen die hun kop boven het maaiveld uitsteken. Die zeggen: dat is smijten met gemeenschapsgelden. Ze zeggen dat ze hun vinger op de zere plek leggen. Ze willen ingaan tegen de politieke correctheid. Ze zeggen: we hebben als Nederland al genoeg aan onze eigen problemen. Weg met de ontwikkelingshulp. We moeten weer onze eigen identiteit en ons eigen belang benadrukken. Dat we Nederlanders zijn en dat we trots zijn op wat we met onze eigen handen hebben opgebouwd. Ons dorp is ons dorp en onze stad is onze stad. Nederland is ons land. Die plek moet centraal staan, en al het andere is daaraan ondergeschikt.

U kent die geluiden wel. Ze leven ook in onze eigen omgeving. Zijn dit nu de nieuwe profeten? Zijn dit de profeten die eindelijk rechtdoen aan onze eigen stad en aan onze nationale identiteit? Ik vraag het me in gemoede af. Zijn dit ware of valse profeten? En hoe onderscheidt je de ware van de valse profeten? Waar moet je dan op letten? Een van de dingen waar ik dan naar kijk is: vanuit welke levenshouding opereren mensen. In dit geval lijkt er veel angst in het spel. Begrijpelijke angst. Angst voor verlies van eigen identiteit; angst voor het onbekende, angst voor een wereld in verandering. Dat was in de tijd van Jezus niet anders. Jezus kent het ook. Het was een onzekere tijd: een Romeinse bezetting; interne verdeeldheid van de joden. Zijn boodschap was: zie de angst onder ogen en klamp je niet vast aan schijnzekerheden. Niet aan de Romeinse bezetters, zoals de hogepriesters deden. Niet aan de letter van de wet, zoals de schriftgeleerden en farizeeën. Niet aan het zwaard, aan ideeën over een gewapende opstand, zoals de zeloten, die de Romeinen wilden verjagen. Jezus klampt zich nergens aan vast. Hij heeft dat niet nodig omdat hij zich geborgen weet in de hand van zijn hemelse Vader. Hij ziet zijn eigen angst onder ogen en onderzoekt die. Hij blijft dicht bij de grond, en vlucht niet in grote woorden, loopt achter geen enkel vaandel aan en ook niet achter een sterke man. Hij wil zelf ook niet zo iemand zijn. Hij houdt contact met het concrete, met de arme en de rijke, met de zieke en de gezonde, met de zelfverzekerde en de zoekende, met de uitgestotene. Hij staat onbevangen in het leven en is daardoor in staat tot echte ontmoeting: niet alleen met de zieke jood maar ook met de buitenlandse, Samaritaanse vrouw. Niet alleen met geestverwanten maar ook met bijvoorbeeld de tollenaar, een man die veracht werd omdat hij belasting inde voor de Romeinen.

Onbevangen het avontuur van de ontmoeting met de onbekende ander aangaan; dat was wat in de afgelopen 15 jaar mensen in Pulawi en Rundu en Nieuwegein bewoog. Kijken wat er gebeurt als elkaar ontmoet. Een wethouder vertelde me dat hij ontroerde wordt door wat hij ziet bij de middelbare scholieren die bij deze stedenbandweek betrokken zijn. Ze ontdekken dat ze in het contact met elkaar inspiratie opdoen. Dat het contact hun horizon verbreedt. Dat ze zich verbonden gaan voelen met elkaar, als woonden ze in hetzelfde dorp. Ze ontdekken dat ze op dezelfde wereld wonen en vaak te maken hebt met dezelfde ontwikkelingen. Globalisering bijvoorbeeld, en klimaatverandering, en besmettelijke ziekten. Het dorp dat onze wereld heet. Mensen die de kracht van die verbondenheid ontdekken, die hebben voor mij iets van de ware profeten. Ze hebben deze wereld echt iets te zeggen. Alleen: ze worden in hun eigen vaderstad niet altijd gewaardeerd. Maar daar kunnen ze mee leven. Dat deed Jezus zelf ook al.  Amen.