14e zondag door het jaar (2009)

Het is al heel lang geleden
Dat ik les gaf op een middelbare landbouwschool.
Allemaal jongens, die het bedrijf van hun ouders wilden overnemen.
Zij leerden hoe je met moderne machines moest omgaan,
Hoe de veestapel efficiënt en winstgevend beheerd moest worden
En hoe het milieu gespaard kon blijven.
De jongens – meisjes waren een uitzondering- waren erg leergierig
En wilden graag hun kennis in praktijk brengen.
Je had ouders, die heel meegaand waren
En hun zoon of dochter alle kansen gaven.
Maar er waren er ook die vonden
Dat alles bij het oude moest blijven.
Zij hadden weinig boodschap aan al die nieuwlichterij.
Zij deden zelfs geen moeite om zich te verdiepen
In al het nieuwe, in nieuwe methodes en nieuwe aanpak.
Het kwam allemaal zo bedreigend over.
Ik kan mij daarin heel goed herkennen.
Angst voor iets nieuws, angst voor de waarheid ook,
Het is van alle tijden.
In de lezingen van vandaag horen wij er ook over.
Daar gaat het over profeten.
Dat zijn mensen, die met iets nieuws aan komen zetten,
Met nieuwe ideeen.
Die hebben het er heel erg moeilijk mee.
In het oude boek nemen profeten een belangrijke plaats in.
Dat zijn bijzondere mensen.
Profeten zijn geen voorspellers,
Geen waarzeggers of helderzienden.
Maar mensen die de waarheid zeggen.
Zij proberen met de ogen van God
Naar deze wereld te kijken en wat zij ervan vinden
Leggen zij vast in woorden.
Zij hebben ook een eenvoudige boodschap:
Als je je houdt aan de tien geboden
Dan gaat het goed, voor jou en het volk.
Als je je niet houdt aan de tien geboden
Komt er chaos.
Zij keren zich tegen mensen
Die vervuld zijn van hebzucht
Van rusteloos zoeken naar genot.
Die anderen het vel over de oren halen,
Tegen uitbuiters
En jawel, hoge kerkelijke dienaren,
Die niet God maar zichzelf dienen.
Alles wat ik hier noem, lees je bij de profeten.
Je ziet dan ook dat de maatschappij ten gronde gaat
Als mensen de wet, de tien geboden, de Thora laten schieten.
Er zal chaos zijn als je stelselmatig Gods geboden overtreedt.
En niet alleen chaos; je zult ook de speelbal worden van andere volkeren.
Profeten zijn geen zwartkijkers in vaste dienst.
Er zal een tijd komen, waarin alles beter wordt.
Er is altijd hoop, en toekomst.
God laat je niet in de steek.
In deze grote stroom van profeten
Hoort Jesus.
Hij is de profeet, hij leg getuigenis af
Van wat hij ziet en gezien heeft.
Hij maakt ons deelgenoot aan dat alles.
Hij opent nieuwe horizonten voor blinden en kreupelen.
Hij doet meer wonderlijke dingen,
Waardoor mensen nieuw leven ontvangen.
Hij opent ons de ogen voor het rijk van God,
Waar liefde, vrede en gerechtigheid de hoofdtoon voeren.
In de loop van de geschiedenis zijn er ook mensen geweest
Die dromen en visioenen hadden.
Zoals M.L. King
Die droomde van een nieuwe wereld
Met zwart en blank, zij aan zij.
Zoals Johannes XXIII,
Die droomde van een kerk met de ra,men wijd open.
Zoals Franciscus,
Die droomde van een wereld, sober en eenvoudig.
En wij komen ze ook in onze tijd tegen.
Mensen die dromen van een schone en ongerepte natuur.
Van een wereld zonder atoomwapens.
Van een samenleving, die zich inzet voor armen en rechtelozen.
Van een wereld waarin kinderen geen wapens dragen
Maar naar school gaan.
Van een stad waar brood is voor iedereen.
Van een wijk waar voor iedereen een plaats is.
Eigenlijk kunnen wij allemaal een profeet zijn.
Indien wij de moed kunnen opbrengen
Om niet altijd terug te kijken, maar vooruit.
Het is net als in een trein.
Als je achteruit rijdt, zie je wat geweest is.
Als je vooruit reist, komen er steeds nieuwe dingen voorbij.
Wil je niet blijven rijden in het verleden,
Verwissel dan eens van plaats.