Waar heeft hij dat vandaan? (Mc 6,1-9)

Naar gelang de tonaliteit waarmee we deze zin uitspreken, kan het wijzen of het gaat over verwondering of bewondering, over scepsis of lofprijzing tegenover een persoon.

Wie is hij toch?

Marcus brengt de blijde boodschap van Jezus Christus, Zoon van God. Daarmee begint zijn evangelie. Deze boodschap heeft een aanvang, maar geen einde, want de lezer en toehoorder is uitgenodigd om deze boodschap op te nemen en uit te dragen.

.

In het evangelie van Marcus vragen personen zich vaak af wie Jezus is.  Dit geeft een dynamiek aan dit evangelie en het creëert een spanning in het verhaal. “Dat de evangelist zoveel nadruk legt op die onderzoekende houding van Jezus' omgeving zorgt ervoor dat de rol van de hoofdfiguur essentieel wordt. Het evangelie is Jezus-centrisch.  Er is een middelpuntzoekende kracht aanwezig die op Jezus gericht is. Alles en iedereen draait om hem.  Maar alle vragen in het evangelie – om het even door wie ze zijn gesteld – dragen bij tot een beeldvorming over Jezus” (G. Van Oyen, De Marcuscode, p. 122).

De evangelist Marcus wil zijn toehoorders en lezers doorheen deze vele vragen helpen om geleidelijk te ontdekken wie Jezus is en om bereid zijn in hem te geloven en hem te volgen.

Koel onthaal

Wanneer Jezus naar Nazareth terugkeert, waar hij is opgegroeid, is het onthaal eerder terughoudend. Hij preekt er. Hij had dit al eens gedaan in Kafarnum en nu in zijn vaderstad; Het lijkt de laatste keer te zijn volgens Marcus dat Jezus in een synagoge het woord neemt. Nadien geeft hij onderricht in openlucht, bij hem thuis in Karfarnaüm, meestal wanneer hij onderweg is en naar het einde toe geeft hij onderricht in en rond de tempel in Jeruzalem.

Marcus vermeldt niet wat Jezus in de synagoge van Nazareth verkondigd heeft. Daarover vernemen we meer bij Lucas. Hij las nl de mooie tekst voor uit de profeet Jesaja (Jes. 61,1-2). Een tekst, die zijn volgelingen zien als een mooie samenvatting van de opdracht en de zending van Jezus: “De Geest heeft mij gezalfd om aan armen de Blijde Boodschap te brengen” (Lc. 4;16-22).

Zijn toehoorders tonen zich verbaasd maar het zet hen niet aan tot geloof en vertrouwen. Zij storen zich aan hem.

Als mensen voor u zijn, dan is elke woord dat je zegt goed. Zijn ze tegen u, dan, is alles verkeerd. Veel hangt af van de onbevangenheid waarmee mensen willen luisteren.

Afkomst

Dit lied gaat over Jezus, die man van lang geleden,
het dorp waar hij vandaan komt is klein, heet Nazareth.
Zijn naam is alle eeuwen tot hiertoe doorverteld.

Hij was een zoon der mensen, geboren en getogen
uit arme Joodse ouders, een twijg uit Davids stam,
Een kind van de belofte, een zoon van Abraham.

Hij was een jaar of dertig toen hij van zich deed horen.
De mensen schoolden samen als vissen om hem heen.
Zijn moeder en zijn broeders begrepen niets van hem.

(ZJ 539)

 

Zijn moeder en zijn zusters begrepen niets van hem. Is de dichter hier niet te streng voor de moeder van Jezus? Marcus vermeldt niet dat zij aanwezig was in de synagoge toen Jezus er sprak. Ze was wel in Kafarnaum geweest en ze had Jezus daar horen spreken over zijn nieuwe familie. Bij hun reactie op Jezus in Nazareth stellen toehoorders wel de oratorische vraag: “Is dit niet de timmerman, de zoon van Maria?” (Mc 5,3). Ze hadden allicht vernomen dat zijn familie van een kale reis was teruggekeerd. Ze waren hem immers in Kafarnaum gaan opzoeken om hem naar Nazareth zou brengen. Daar was Jezus niet op ingegaan. Marcus maakt geen melding van Jozef, de man van Maria.

In Nazareth is er weerstand tegen Jezus. De weerstand is ingegeven dat ze de familie kennen en weten dat Jezus gewerkt heeft als timmerman. Dit beroep was wellicht niet al te hoog gewaardeerd. Wat in feite een verkeerde inschatting is, want elk beroep helpt bij de opbouw van een gemeenschap. Wij hebben ze alle nodig, al weten we wel dat de waardering verschilt en de financiële en maatschappelijke erkenning sterk varieert.

Is afkomst en beroep van iemand een juiste reden om zich te ergeren en zich daarachter te verschuilen om geen krediet te geven?

Van een ambachtsman verwacht je goed werk, maar je ziet in hem geen profeet.

En komen we hier niet bij de kern van de terughoudendheid van de inwoners van Nazareth. Een profeet die spreekt in naam van God, die naar iets hoger wijst, die droomt van het rijk, maar die handelt en spreekt in het gewone leven. Kunnen we dit aanvaarden?

Het mag bij ons doordringen dat Jezus heeft gewerkt, dat hij een ambachtsman is geweest/ Hij was geen theoreticus, geen universiteitsprofessor. Hij had contact met veel mensen, vooral met zieken, maar ook wetgeleerden en Schriftgeleerden. Boven al was hij drager van een groot geheim, zijn verbondenheid met zijn Vader.

Doorheen het gewone en het kleine

Paus Franciscus blikt terug op Covid-periodes in zijn leven, De eerste was zijn longoperatie als seminarist. De tweede zijn studieverblijf in Duitsland en een Deze zware ervaringen hebben hem veel geleerd en bijgedragen tot uitzuivering. Vooral de Covid van Córdoba was voor hem een echte purificatie. “Ze leidde me tot grotere verdraagzaamheid, begrip, het vermogen van te vergeven, en een frisse empathie voor de machtelozen. En geduld: veel geduld, dat is de gave van te begrijpen dat belangrijke dingen tijd vragen, dat verandering organisch is, dat er grenzen zijn en dat we daarbinnen moeten werken terwijl we onze ogen op de horizon gericht houden, zoals Jezus deed. Ik leerde het belang van het grote te zien in kleine dingen, en aandacht te geven aan het kleine in grote dingen. Het was een groeiperiode op vele wijzen, dat soort van nieuwe groei die gebeurt na een harde snoeibeurt.”

Het grote zien in kleine dingen! De inwoners van Nazareth leken daartoe niet bereid. Hoe kon een timmerman een profeet zijn, ja zelfs meer, een gezant van God?

Verwonderd over hun ongeloof

Jezus had parabels verteld over de al of niet ontvankelijke bodem voor wat wordt gezaaid. Daarin verwoordde hij zijn ervaring van het moeizame bij het zaaien, een ervaring van tegenkanting en onwil. Hij had al gemerkt dat mensen uit Jeruzalem naar Galilea waren gekomen om hem te bespioneren, maar zeker niet om te volgen. Hij had al signalen gehad dat zijn familie over hem ongerust was en er niet op uit waren om hem te volgen. Nu hij in Nazareth is, waar hij is opgegroeid, merkt hij hoe hard de bodem kan zijn en hoe weinig ontvankelijk ze daar waren. Hij miste bij hen geloof, zo nodig opdat hij zou kunnen werken. Dit had Jezus wel gezien in die dubbele ontmoeting van Jaïrus en die anonieme vrouw, die beiden met vertrouwen naar hem waren gegaan en werden verhoord.

Maar de plek waar hij was opgegroeid, Nazareth is voor hem een beeld van de harde grond. Hij voelde aan wat hij ook later nog zal aanvoelen dat een profeet kan lijden in zijn contact met “een nukkig en weerbarstig volk” (Ez. 2,4)

Voor Jezus was Nazareth een bevestiging van de moeilijke groei van het zaad, wanneer de bodem niet ontvankelijk is.

 

Doen we het nu beter dan zijn dorpsgenoten van toen? Laten we ons echt raken door de boodschap van Jezus? Verandert deze iets aan ons leven? Waar laten we ons storen door de verpakking en door de wijze waarop het wordt aangebracht. Doen we een inspanning om het fris te laten klinken?

De kracht van Jezus

Als christen lijden we onder het lijden in de kerk en laten we ons raken door het leed in de wereld. Onze zwakheid mag ons niet ontmoedigen. Vanuit onze zwakheid mogen we ons tot Heer richten. Hij zal ons antwoorden met wat hij zei tot Paulus: “Je hebt genoeg aan mijn genade.” En wij mogen dan met Paulus hopen dat de kracht van Christus in ons mag wonen en met hem zeggen: “Daarom lijd ik om Christus’ wil gaarne zwakheid, smaad, vervolging en benauwdheid. Want al ik zwak ben, dan ben ik sterk” (2 Ko. 12,10).

In Nazareth hebben inwoners zich van Jezus afgekeerd. Jezus was verwonderd over hun geloof. Hij laat zich niet ontmoedigen. Hij is vandaar weggegaan om op andere plaatsen onderricht te geven. Mensen hebben wel naar hem geluisterd en Jezus spreekt nog altijd aan. Wie is hij toch dat er zo een kracht van hem uitgaat? Wat drijft hem toch? Wie is hij dat mensen voor hem blijven kiezen? Daarover mogen we ons verwonderen en er dankbaar om zijn,

De tijd is vol, bekeer je en wees het zout der aarde,
wees voor elkaar barmhartig zoals mij vader is,
op zoek in deze wereld naar wat verloren is.

Er is nog meer te zeggen, te veel om te bewaren,
de wereld zal te klein zijn als alles helder wordt.
Als wij het moesten zingen, wij kwamen stem te kort.

(H. Oosterhuis ZJ 539)

Ons blijven verwonderen over Jezus, alsook over hen de zich naar Hem wenden.

En dat wij zelf in zijn voetsporen treden en hem navolgen!